De opkomst en ondergang van het boeren Groene Front (1945-1995)

Auteur: Dr. Erwin H. Karel, RU Groningen

Erwin H. Karel is als onderzoeker en senior docent werkzaam bij de Rijksuniversiteit Groningen. Hij is bovendien research fellow bij het Nederlands Agronomisch Historisch Instituut. Sinds 1999 publiceerde hij talloze boeken en artikelen over de geschiedenis van de landbouw na 1945 in Nederland. Daarnaast verdiept hij zich ook in milieugeschiedenis en de regionale geschiedenis van Noord-Nederland. Momenteel werkt hij aan een boek over de industrialisatie van de Nederlandse landbouw in de 19e en 20e eeuw.

Bij de naam Groene Front zullen velen denken aan een radicaal ecologisch netwerk. Sinds 1996 laat dat (eigenlijk Groen Front!) van zich horen in Nederland. Maar de term Groene Front werd lang voor die tijd al gebruikt om te verwijzen naar een politiek bolwerk van boeren en hun medestanders. Boerenorganisaties, Tweede Kamerleden met landbouw in hun portefeuille en ambtenaren van het Ministerie van Landbouw vormden samen sinds 1945 dat boerenbolwerk. Zij bepaalden de politieke agenda van de landbouwsector. Gemeenschappelijk streefden zij naar een modernisering van de Nederlandse agrarische sector teneinde de concurrentiekracht op de internationale markt te versterken.

Boer en staat geen koek en ei

De harmonieuze samenwerking kon niet bij alle boeren op steun rekenen. Menigeen ergerde zich aan de wijze waarop het Groene Front de regels bepaalde voor boeren. En ook de verplichte contributies aan de Productschappen was een doorn in het oog. Op 5 maart 1963 leidde dat tot een opstand in Hollandsche Veld, een dorp met kleine boeren aan de rand van Hoogeveen. Voor het oog van draaiende camera’s werd daar een aantal boerderijen ontruimd. Een drietal boeren weigerde namelijk contributie te betalen aan hun Productschap. Het wemelde die dag er van de politieagenten, die sympathisanten van de boeren op een afstand hielden. ’s Nachts ging één van de boerderijen in vlammen op. Politiek leider van deze beweging van “Vrije Boeren” was Hendrik Koekkoek. Hij zag de kiezersaanhang van zijn Boerenpartij na deze affaire snel groeien. De gebeurtenis ging de geschiedenis in als “De opstand der Braven”.

Protesterende boeren op de Grote Markt in Groningen 10-12-1984 Collectie Veenkoloniaal MuseumFoto: Protesterende boeren op de Grote Markt in Groningen; Collectie Veenkoloniaal Museum

Scheuren in het boerenbolwerk

Het boerenbolwerk begon in de jaren zeventig scheurtjes te vertonen. De boeren vertrouwden hun voormannen steeds minder. De landbouwsector veranderde door schaalvergroting, specialisatie en rationalisatie in rap tempo. En na de oprichting van de Europese Economische Gemeenschap (1958) kwamen er steeds meer regels vanuit Brussel. Boeren voelden de maatregelen in hun portemonnee. In 1974 verzamelden zich zo’n 30.000 boeren in het Galgenwaard-voetbalstadion te Utrecht. Zij protesteerden tegen het landbouwbeleid van het kabinet-Den Uyl. De boerenvoormannen aarzelden zich aan te sluiten bij de actievoerders. Zij werden daarom tijdens de bijeenkomst uitgejouwd door hun eigen achterban.

Dit was, achteraf bezien, het moment dat het machtige Groene Front definitief uit een begon te vallen. Tot in de jaren negentig sleepte het zich nog voort. Het Front was echter na 1974 niet meer bij machte het verzet van boeren te disciplineren. Die radicaliseerden verder en toonden steeds minder respect meer voor gezagsdragers. In 1975 belaagden protesterende Winterswijkse boeren de dienstauto van landbouwminister Fons van der Stee. Die sloeg met zijn chauffeur schielijk op de vlucht terug naar Den Haag.

De Vakbond van Varkenshouders

In de jaren tachtig kon Nederland regelmatig getuige zijn van melktanks die werden geloosd in sloten. Of van giertanks die door boze boeren op publieke plaatsen werden geleegd. In 1990 trokken akkerbouwers met hun tractoren naar Den Haag om te protesteren tegen het Brusselse beleid. Uit deze acties ontstond in 1992 de eerste zogenaamde categorale bond. Het was een bond die niet langer wilde opkomen voor de belangen van alle boeren. De organisatie richtte zich specifiek op de eisen van, in dit geval, de varkenshouders. In 1995 voerden deze varkenshouders onder leiding van Wien van den Brink acties. Zij bezetten onder andere het Bureau Mestheffing in Assen. Ook voor het grote publiek werd toen duidelijk dat het Groene Front niet langer meer bestond.

Wat zijn de dieper liggende oorzaken voor het verdwijnen van het Groene Front?

In de eerste plaats is er de paradox van de in de jaren vijftig ingezette modernisering. Het leidt in de decennia daarna tot verregaande vormen van specialisatie in de landbouwsector. Juist die specialisatie zorgt ervoor dat de verschillende boeren geen gemeenschappelijk belang meer hebben. Hun voormannen houden aan die gemeenschappelijkheid echter wel krampachtig vast. De boeren komen in werkelijkheid door allerlei maatregelen tegenover elkaar te staan. Dat wordt versterkt door het neoliberale beleid dat vanaf de jaren tachtig ook in de EU wordt gepropageerd. Boeren worden concurrenten van elkaar en de collegialiteit staat onder druk. Ook de opkomst van de natuur- en milieubeweging verzwakt het machtsmonopolie van het Groene Front. Boeren zijn niet langer alleenheerser over de groene ruimte. Zij moeten die sinds de jaren tachtig delen met natuurbeschermers, ondernemers in de toeristische sector en plattelandsbewoners.

Wat betekent dit voor de boeren van nu?

Een afzonderlijk Ministerie van Landbouw bestaat sinds 2010 niet meer. De overheid benadert de boeren steeds meer als individuele ondernemers en niet langer als een aparte beroepsgroep. Volgens de jongste voorspellingen zal het aantal boeren, dat sinds 1950 als is afgenomen met ruim 80%, nog verder krimpen. De overgebleven boeren moeten nieuwe wegen zoeken om zich te organiseren en in de toekomst hun belangen te verdedigen. Anders worden zij de slaven van de zeer snel groeiende en wereldwijd opererende ondernemingen in de agro-industrie.
Tekst is gebaseerd op het boek: Erwin H. Karel, Boeren tussen markt en maatschappij. Essays over effecten van de modernisering van het boerenbestaan in Nederland (1945-2012) (Groningen/Wageningen: NAHI 2013) ISBN 978-90-367-6165-9

e.h.k.karel@rug.nl
website: erwinkarel.nl

all rights reserved | copyright 2015 | gepubliceerd op 01-06-2015