Angst, terrorisme en emancipatie in het Midden Oosten
Door: Dr. Niels Spierings

Niels Spierings doet onderzoek naar politiek, emancipatie, islam en sociale media. Onlangs publiceerde hij een boek over de arbeidsparticipatie van vrouwen in moslimlanden (NWO: 400-07-136) en van 2016 t/m 2019 loopt zijn onderzoeksproject naar onder andere de relatie tussen religie en houdingen ten opzichte van seksegelijkheid in het Midden Oosten (NWO: 451-15-006).

2015 Werd opgeschrikt door tal van vliegtuigrampen en terroristische aanslagen. Een verschrikkelijk voorbeeld uit 2015 is het neerstorten van de Russische Airbus, waarbij alle 224 inzittenden – voornamelijk Russische toeristen uit Sharm-el-Sheikh – om het leven kwamen. Een Egyptische tak van IS eiste de aanslag op.

De directe gevolgen van dit soort rampen zijn voor de slachtoffers en hun familie. Logisch dat daar onze aandacht naar uit gaat. Maar rampen als deze roepen ook een angst op, met allerlei indirecte gevolgen, zoals de ondermijning van empowerment van vrouwen in het Midden-Oosten. Toch blijven deze gevolgen vaak onderbelicht. Hieronder zal ik ze illustreren aan de hand van onderzoek naar de Luxor-aanslagen in 1997. In het bijzonder kijk ik naar de impact van deze aanslagen op de arbeidsparticipatie van vrouwen in Egypte (Spierings, 2015: Hoofdstuk 11). Ik sluit af met een bespiegeling op de bredere implicaties voor vakantiegangers en beleidsmakers.

Luxor-aanslagen klap in gezicht vrouwen

De aanslag op het Russische toestel in 2015 klonk als een luide echo van de terroristische aanslag in Luxor eind jaren 90. In Luxor kwamen meer dan 60  mensen om het leven, ook hier waren het voornamelijk toeristen. Deze aanslag werd eveneens opgeëist door radicaal islamistische groeperingen. Het belang van deze ramp voor de positie van vrouwen kwam in beeld toen ik  op een abnormale bevinding stuitte in mijn onderzoek naar de non-agrarische arbeidsparticipatie van vrouwen in Egypte in 1992, 1995, 2000 en 2005.[1]

800px-Luxor_Temple_Sitting_ColossusTussen 1992 en 2005 was er sprake van een stabiele economische groei in Egypte, met een wat sterkere stijging in de tweede helft van de jaren negentig. De arbeids­participatie van mannen weerspiegelde deze trend. Tegen de verwachtingen in was deze trend bij vrouwen niet te zien; onder hen daalde de arbeidsparticipatie juist toen de economische groei het sterkst was (Spierings, 2015: Fig.11.4).  Deze daling was nog opvallender gezien de forse stijging in onderwijsniveau van vrouwen en een afname van traditionele gezinspatronen gedurende dezelfde periode (Spierings, 2015: Tbl.11.1).

Verder onderzoek wees in de richting van terroristische aanslagen en in het bijzonder die in Luxor. Er lijkt een sterk verband te zien met de arbeidsparticipatie van vrouwen in de toeristische sector:[2]

  • Cijfers van de Wereldbank (2010) laten tot 1997 een opwaartse trend zien in het aantal toeristen, en de opbrengsten daaruit. Tussen 1997 en 1998 daalt het aantal toeristen in Egypte met 12% en de opbrengsten met 27% (Spierings, 2015: 211).
  • Er is een relatief sterke daling in de arbeidsparticipatie van vrouwen te zien in de toeristische regio’s: steden als Cairo, de vindplaatsen van Egyptische oudheden zoals Gizeh, en Qina (waar Luxor ligt)[3], en de regio’s waar de resorts Hurghada en Sharm-el-Sheikh liggen.
  • Van alle vrouwen die werkzaam zijn buiten de landbouw is een aanzienlijk deel werkzaam in de toeristische sector: ongeveer 15% onder de stedelijke vrouwen en ongeveer 30% onder de plattelandsvrouwen (Spierings, 2015: 211).
  • De daling in arbeidsparticipatie van vrouwen in de service sector (waaronder toerisme valt) was bijzonder sterk: ongeveer 25% tussen 1995 en 2000 – de twee meetpunten waartussen 1997 valt. Bovendien verklaart deze daling grotendeels de gevonden verschillen tussen de regio’s (Spierings, 2015: Tbl.11.2). Dalingen in andere sectoren zijn beduidend minder sterk.

De reconstructie lijkt helder: de aanslagen boezemde potentiele toeristen angst in, de toeristische sector kreeg forse klappen en mensen verloren hun werk, onder wie veel vrouwen. Omdat het voor (laagopgeleide) vrouwen niet makkelijk is om in andere sectoren arbeid te vinden daalde hun arbeidsparticipatie, ondanks de economische groei van het land.

Angst een slechte raadgever?

Vanuit het individuele perspectief van de potentiële toeristen is de angst als raadgever begrijpelijk en zelfs logisch. Het voorbeeld dat ik hierboven besprak illustreert echter bovenal hoe terroristische aanslagen en de daaropvolgende angst verstrekkende, onbedoelde gevolgen kunnen hebben. En het voorbeeld mag specifiek over Egypte gaan, de mechanismen lijken meer algemeen geldend. Zo zijn de recente aanslagen in Jakarta niet direct op toeristen gericht, maar kunnen zij wel de arbeidsparticipatie van vrouwen schaden, aangezien ook in Indonesië het toerisme een sector is waarin veel vrouwen werken. Zo is bijvoorbeeld in de meest toeristische regio van Indonesië (Bali) de arbeidsparticipatie van vrouwen bijzonder hoog (Spierings, 2014a, 2015).[4]

Als vakantiebestemmingzoekende burger kunnen we dan wellicht weinig met deze observaties en analyses; als wereldburgers die invloed hebben op het Nederlandse overheidsbeleid kunnen we dat misschien wel. In de beleidsdoelen van de Nederlandse overheid is de empowerment van vrouwen in het Midden Oosten helder opgenomen. Nu is gemakkelijk tegen te werpen, dat Nederland zelf geen aandeel heeft in deze aanslagen en dus ook niet verantwoordelijk gehouden kan worden. Alhoewel de vrouwen in Egypte daar weinig aan hebben, is dit tot op zeker hoogte een valide argument. Echter, het in het oog houden van de empowerment van vrouwen lijkt ook niet te gebeuren als het gaat om via het IMF en de Wereldbank opgelegde privatisering in het Midden-Oosten of Westerse (militaire) interventies in de regio. Ook daarvan zijn afdoende aanwijzingen dat ze indirect de emancipatie van vrouwen ondermijnen (Spierings, 2014b, 2015). Goede ex ante beleidsevaluatie vanuit genderperspectief lijkt geen luxe bij deze complexe vraagstukken, en het is in ieder geval een betere raadgever dan angst.

———

  • Spierings, N. (2014a). How Islam Influences Women’s Paid Non-farm Employment: Evidence from 26 Indonesian and 37 Nigerian Provinces. Review of Religious Research, 56(3), 399-431.
  • Spierings, Niels (2014b). Islamic attitudes and the support for Gender Equality and Democracy in Seven Arab Countries, and the role of anti-‐Western feelings. Multidisciplinary Journal of Gender Studies, 3(2), 423-456.
  • Spierings, Niels (2015). Women’s Employment in Muslim Countries. Patterns of Diversity. Palgrave Macmillan
  • Wereldbank (2010). Arab Republic of Egypt. Gender Assessment 2010: Narrowing the Gap. Improving Labour Market Opportunities for Women in Egypt. Worldbank.

n.spierings@maw.ru.nl
Radboud Universiteit, Nijmegen Institute for Social and Cultural Research
Dept. of Sociology
Twitter: @NielsSpierings
Facebook: niels.spierings.9
https://radboud.academia.edu/NielsSpierings

[1] Overal waar ik over arbeidsparticipatie spreek bedoel ik arbeidsparticipatie buiten de landbouw en de cijfers die ik voor Egypte beschikbaar had omvatte enkel vrouwen die getrouwd waren of ooit getrouwd zijn geweest.
[2] Twee andere belangrijke processen die ik identificeerde waren de afnemende impact van onderwijs en traditionele waarden en het uittreden van vrouwen van middelbare leeftijd in reactie op een soort van vervroegd pensioensbeleid van de overheid.
[3] Tot de 2009 splitsing van Qina in twee regio’s: Luxor en Qina.
[4] Dit geldt ook na controle voor compositionele religie-effecten: ook moslimvrouwen op het Hindoeïstische Bali hebben relatief vaak een betaalde baan buiten de landbouw.

Copyright 2016 | All rights reserved | gepubliceerd op: 05-02-2016