Omdat het moet? Consuminderen van economie tot Marie Kondo

Auteur: Peter van Dam

Ik had alles wat ik wilde hebben, maar ik was helemaal niet gelukkig’, vertelt Ryan Nicodemus in de documentaire Minimalism. Gelukkig werd hij pas toen hij leerde om alleen nog te bezitten wat echt van meerwaarde was. Nu trekt hij met zijn vriend Joshua Fields Millburn de wereld rond om dit ‘minimalisme’ uit te dragen.[1] ‘The Great Unloading’, noemde Stephanie Merrie het in de Washington Post: Millennials die er bewust voor kiezen om minder te consumeren.[2] Het idee is zo populair, dat er inmiddels een markt is ontstaan voor boeken en televisieprogramma’s over opruimen, ontspullen, wonen in Tiny Houses, enzovoort.

De crisis de baas

Om de populariteit van consuminderen te verklaren wijzen veel voorstanders naar de economische crisis die in 2008 begon. Mensen leefden plotseling in financiële onzekerheid. Reden om nog eens goed na te denken of dat grote huis en al die spullen wel echt nodig waren. Het doet denken aan de nasleep van de vorige economische recessie in de jaren tachtig. Ook toen kwam er veel aandacht voor manieren om creatief om te springen met een vermindering van het inkomen. Economen en beleidsmakers schreven over de aanpassing van het bestedingspatroon als een mogelijke reactie op een dalend besteedbaar inkomen, terwijl er in de media volop aandacht was voor soberder leven en doe-het-zelvers.

Eén van de meest opvallende verschijningen die uit deze nadruk op besparen voortvloeide, was de Vrekkenkrant, die het echtpaar Hanneke van Veen en Rob van Eeden sinds 1992 uitgaven.[4] De krant, lezingen, cursussen en mediaoptredens van het echtpaar raakten net als de minimalisten nu een gevoelige snaar. Door anders en beter te kiezen hoefden mensen er niet op achteruit te gaan. Sparen met een knipoog kon leuk zijn, zoals de vele ingezonden tips van lezers in de Vrekkenkrant bewezen – van het bijvullen van waxinelichthoudertjes tot het gebruiken van jampotten als drinkglazen. Maar achter de kwinkslagen ging een serieuze boodschap schuil. Bewuster consumeren beloofde meer grip op het eigen leven voor mensen die weinig te besteden hadden of die de overvloed aan bestedingsmogelijkheden de baas wilden worden.

Een eeuwenoude traditie

Daarom is het te kort door de bocht om het consuminderen te beschouwen als louter economische reflex onder mensen die minder te besteden hebben. Veeleer is dit streven naar een sobere levensstijl onderdeel van een eeuwenoude discussie over de manier waarop mensen zich tot de wereld om hen heen verhouden. Het afwijzen van wereldse bezittingen was bijvoorbeeld een terugkerend thema in christelijke kringen. Zo leefden Franscisus van Assisi (1181?-1226) en zijn volgelingen in strikte armoede om zich helemaal aan het geestelijke leven te kunnen wijden. Leden van dergelijke zogenaamde bedelordes wezen persoonlijke en gemeenschappelijke bezittingen af, beloofden in armoede te leven en waren aangewezen op giften om te kunnen leven.

Waar de bedelordes aardse bezittingen radicaal afwezen, bestond er ook een traditie waarin in plaats van armoede vooral soberheid voorop stond. In Nederland associëren we dergelijke soberheid met het calvinisme, omdat de aanhangers van de theologie van reformator Johannes Calvijn hun kerken uitermate eenvoudig inrichtten en een overdadige levensstijl afwezen.

Een dergelijke sobere benadering van consumptie was echter niet voorbehouden aan calvinisten. Het verlangen naar een eenvoudig leven bracht bijvoorbeeld ook Henry David Thoreau in zijn beroemde boek Walden (1854) naar voren. Daarin beschreef hij hoe hij zich terugtrok om in een zelfgebouwde blokhut aan het meertje Walden Pond te gaan wonen. Hij probeerde zo veel mogelijk zelfvoorzienend te leven. Zijn lezers hield hij voor dat ze dankzij deze levenswijze met een fractie van hun huidige werk in loondienst een gelukkig en zelfbepaald leven dichtbij de natuur konden leven.[5] In onze tijd had Thoreau zeker niet misstaan in een documentaire over Tiny Houses.

Marie Kondo voor iedereen

Dergelijke tradities van onthouding en soberheid klinken nog volop door in de actuele pleidooien voor consuminderen. De optredens van opruimgoeroe Marie Kondo zijn doortrokken van verwijzingen naar het spirituele welzijn, terwijl reportages over Tiny Houses benadrukken hoe heilzaam het is om terug te gaan naar wat echt belangrijk is. Toch zijn er ook een aantal opvallende verschillen. Eerdere oproepen tot sober of zelfs ascetisch leven waren gericht aan specifieke groepen. Bedelmonniken waren er niet op uit de hele samenleving in armoede te laten leven. De nadruk op soberheid onder calvinisten werd afgezet tegen de (vermeende) gebruiken van katholieken. Recente oproepen om minder te consumeren richten zich juist op de hele samenleving. Het uitgangspunt is niet langer dat slechts sommige mensen te veel hebben, maar dat iedereen in die situatie verkeert. Tiny Houses, doe-het-zelven, opruimen en slim besparen zijn morele antwoorden op overvloed. Die overvloed was voor de twintigste eeuw eerder de uitzondering dan de regel – en is dat buiten de rijke landen in het mondiale Noorden tot op heden.

Deze nieuwe kijk op consumptie is nauw verbonden met de opkomst van de consumptiemaatschappij in de tweede helft van de twintigste eeuw– een samenleving waarin mensen consumptie een cruciale plaats toekennen en zichzelf als consumenten beschouwen. Terwijl de meeste mensen blij waren met de materiële voorspoed, was de reactie van de intellectuelen die de term ‘consumptiemaatschappij’ op de kaart zetten veelal negatief. Marxistische critici vonden dat massaconsumptie mensen van hun eigenlijke behoeften vervreemdde. Meer conservatieve denkers vreesden dat de grootschalige consumptie van gestandaardiseerde goederen geen ruimte liet voor individuele authenticiteit.[6] In de loop van de tijd maakte deze negatieve houding onder intellectuelen plaats voor een kritische waardering. Consumptie was niet langer per se een bedreiging, maar bood mensen de kans om te kiezen, zichzelf te ontplooien en te laten zien.[7]

Kritische consumptie

De kansen die consumptie mensen bood, veronderstelden echter wel een kritische houding bij de consumenten. Die kritische houding kon aansluiten bij de eerdergenoemde traditie van sobere consumptie. Zo was er veel belangstelling voor de tests van producten die consumentenbonden in West-Europa en de Verenigde Staten publiceerden. Dergelijke tests konden consumenten behoeden voor onnodige uitgaven. Kookboeken die mensen beloofden dat ze ‘meer met minder’ konden, groeiden uit tot een geliefd genre.[8] Daarnaast sloten oproepen tot kritische consumptie aan bij het idee dat consumenten rekening zouden moeten houden met anderen dichtbij of ver weg. Zo startte de campagneorganisatie Solidaridad in de jaren negentig een campagne rondom het thema ‘consuminderen’. Door een kleiner deel van de beschikbare natuurlijke hulpbronnen te gebruiken, zouden westerse consumenten ruimte kunnen maken voor ontwikkeling in armere delen van de wereld.

Ook natuur en milieu gaven aanleiding om kritisch te consumeren. Kookboeken legden uit hoe vegetarisch eten dierenleed vermeed, maar ook de ecologische voetafdruk kon helpen verkleinen.[10] Ten slotte was ook de eigen lichamelijke en geestelijke gezondheid in het geding. Door minder ongezonde producten te consumeren konden westerse burgers allerlei welvaartskwalen vermijden. Veel kritische consumenten zien het afstand doen van een teveel aan bezittingen bovendien als een manier om een gezonder en gelukkiger geestelijk leven te bereiken. Zo gaat het bij het opruimen volgens Marie Kondo niet alleen maar om een opgeruimd huis, maar bovenal om een vreugdevol leven, waarin alleen die zaken een plaats hebben die vreugde opwekken.[11]

De kracht van consuminderen

De aantrekkingskracht van de huidige pleidooien voor een kritische omgang met consumptie staan zo bezien in een langere traditie van het nadenken over de omgang met materiële welvaart. Ze sluiten aan bij het enorme belang van consumptie in de hedendaagse samenleving en de bijbehorende belofte dat mensen door middel van consumptie hun leven in eigen hand kunnen nemen. Juist doordat oproepen tot consuminderen aan kunnen sluiten bij een veelvoud aan argumenten om kritisch te consumeren, hebben ze op veel mensen aantrekkingskracht.

Onze omgang met consumptie is geen simpele reflex op economische omstandigheden, maar het resultaat van een voortdurende onderhandeling over de ethiek van het consumeren. Het is belangrijk voor mensen om hun handelen in overeenstemming te brengen met hun morele overtuigingen.[12] Recente debatten over de prijs die boeren krijgen voor levensmiddelen en de omgang met stikstof laten zien dat het een illusie is om te denken dat individuele keuzes op macroniveau de doorslag geven. Daarmee verliezen ze echter niet hun belang. Individuele keuzes vormen het vertrekpunt van essentiële discussies over wat en hoe we consumeren.

 

——-

[1] ‘Minimalism: A documentary about the important things’ (2016), https://www.netflix.com/nl/title/80114460 [geraadpleegd op 29-10-2019].
[2] Stephanie Merrie, ‘“Our memories aren’t in our things’: A movie explains why having less stuff makes you happier”’, Washington Post, 25 mei 2016, https://www.washingtonpost.com/news/arts-and-entertainment/wp/2016/05/25/our-memories-arent-in-our-things-a-movie-explains-why-having-less-stuff-makes-you-happier/ [geraadpleegd op 29-10-2019]
[3] Ministerie van Economische Zaken (1979): Nota consument en consumptie: een terreinverkenning. Den Haag: Ministerie van Economische Zaken; W.M: Oppedijk van Veen en  F.J.C.M. Schelbergen (1984): Bestedingen en consumptie bij dalende koopkracht: literatuuronderzoek. Den Haag: Swoka
[4] Martine Kamsma, ‘“Geld overhouden geeft iedereen een kick“‘, NRC Handelsblad, 12 april 2019, https://www.nrc.nl/nieuws/2019/04/12/geld-overhouden-geeft-iedereen-een-kick-a3956739 [geraadpleegd op 29-10-2019].
[5] W. Belasco (2012): Food and social movements, in: The Oxford Handbook of Food History, ed. J.M. Pilcher. Oxford: Oxford University Press, 482-489.
[6] A. Wirsching (2011): From work to consumption: transatlantic visions of individuality in modern mass society, Contemporary European History 20:1, 1-26.[7] D. Horowitz (2012): Consuming pleasures: Intellectuals and popular culture in the postwar period. Philadelphia: University of Pennsylvania Press.
[8] D.J. Longacre (1976): More-with-less cookbook. Scottdale: Herald Press
[9] ‘Consuminderen‘, Trouw, 11 november 1992.
[10] F. Moore Lappé (1973): Diet for a small planet. New York: Ballantine Books; E. Buchman Ewald (1973): Recipes for a small planet: the art and science of high protein vegetarian cookery. New York: Ballantine Books 1973.
[11] M. Kondo (2017): Spark joy. Londen: Vermillion.
[12] G. Hawkins (2006): The ethics of waste: How we relate to rubbish. Lanham: Rowman & Littlefield, 6-7.