De beleving van kinderen in gezinsherenigingsprocedures

Auteur: Joan van Geel, MA

Joan van Geel is cultureel antropoloog en promovendus aan de Universiteit van Maastricht, MACIMIDE (Maastricht Centre for Citizenship, Migration and Development). Ze verricht momenteel etnografisch onderzoek naar de ervaringen van Ghanese jongeren die opgroeien tussen Ghana en Nederland en de invloed van mobiliteit op hun educatieve trajecten.

De beleving van kinderen in gezinsherenigingsprocedures

Nu er in Europa veel aandacht is voor het migratievraagstuk, is ook gezinshereniging een actueel thema. Gezinshereniging speelt niet alleen een rol voor de vluchtelingen en migranten die momenteel veiligheid zoeken in Europa, maar ook voor de vluchtelingen en migrantengezinnen die reeds in Europa trachten een bestaan op te bouwen.

Handelen in het belang van een kind

Het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK) is een belangrijk juridisch document aangaande gezinsherenigingprocedures in Nederland. Het centrale uitgangspunt van dit Verdrag is dat te allen tijde het ‘belang van het kind’ voorop moet worden gesteld. Verder wijst het Verdrag op het recht dat kinderen hebben om op rechtstreekse en frequente basis contact te onderhouden en herenigd te worden met ouders die elders woonachtig zijn.

Dit nodigt uit tot nadenken over wat nu eigenlijk ‘het beste’ is voor een kind. In de praktijk blijkt echter dat er een veelzijdig scala aan visies bestaat op wat goed en slecht is voor kinderen. Een, veelal onderbelichte, visie is die van kinderen zélf. Deze visie is belangrijk omdat we graag willen dat kinderen na gezinshereniging soepel een plek kunnen verwerven in onze samenleving – via onderwijs, sportverenigingen of sociaal contact. Dat gaat beter als kinderen zich goed voelen. In een poging erachter te komen wat ‘het beste’ is voor kinderen die te maken krijgen met gezinshereniging, is het dus de moeite waard eens stil te staan bij hun ervaringen.

De belevingswereld van een kind

Om te begrijpen hoe kinderen of jongeren gezinshereniging beleven, moeten we proberen de belevingswereld van een kind of jongere te verstaan. En dat is lastig. De manier waarop kinderen en jongeren gebeurtenissen interpreteren en betekenis geven, wordt in hoge mate beïnvloed door culturele gewoontes en sociale normen. Als startpunt wil ik daarom aandragen dat het waardevol is om ons te verdiepen in de sociale – en culturele context waarin de percepties van kinderen over ‘familie’ en ‘mobiliteit’ worden gevormd.

In verschillende West-Afrikaanse culturen komt het geregeld voor dat kinderen niet bij hun biologische ouders wonen (ook wel ‘fostering’ genoemd). Fostering is wijd gedocumenteerd van Angola tot Senegal. Fostering vindt niet louter uit armoede plaats, maar is een integraal onderdeel van opvoedingsmethodieken in de regio. Door middel van regelmatige uitwisseling tussen familieleden raken kinderen vertrouwd met een bestaan dat gekarakteriseerd wordt door aanpassing, mobiliteit en de extended family (die behalve uit de directe familie ook uit andere verwanten zoals ooms, tantes, neven, nichten en grootouders bestaat). Fostering versterkt onderlinge familiebanden en draagt tegelijkertijd bij aan de informele overdracht van (religieuze) kennis, vaardigheden en het leren omgaan met tegenslagen. Zo worden kinderen gehard en voorbereid op hun toekomst. Onderzoek in Angola en Portugal, Congo en Mali heeft aangetoond dat fostering zelfs buiten landsgrenzen wordt voortgezet.

Veel Ghanese jongeren die zich via gezinsherenigingsprocedures bij hun ouder(s) voegen hebben reeds voor hun vertrek naar Nederland dergelijke fostering tussen verwanten in Ghana meegemaakt. De herenigingservaringen van Ghanese jongeren zijn niet eenduidig. Bij sommigen gaat de hereniging moeizaam, wanneer zij bijvoorbeeld langere tijd van hun ouders gescheiden zijn geweest en geen tussentijdse fysieke nabijheid met hen hebben beleefd. Kinderen kunnen zich onbegrepen voelen en hebben soms juist een ouderschapsband opgebouwd met familieleden in Ghana. Dit hoeft echter niet altijd het geval te zijn. Jongeren beschrijven ook positieve ervaringen, bijvoorbeeld omdat een jarenlang verlangen naar hereniging eindelijk wordt bewaarheid. Ook zien jongeren uit naar nieuwe ervaringen, in een nieuw land en een nieuwe samenleving. Dit is gedeeltelijk toe te schrijven aan hun vertrouwdheid met mobiliteit en aan de flexibele houding die zij hebben ontwikkeld door fostering. Wat ‘het beste’ is voor een kind is dus meerduidig, en wordt bovenal beïnvloed door culturele en sociale normen.

Diversiteit aan achtergronden

De achtergrond van de gezinnen die een aanvraag voor gezinshereniging indienen in Nederland is zeer divers. Zowel de migratie geschiedenis van de ouder(s) als de context in het land van herkomst lopen zeer uiteen. De voorbeelden van Ghanese jongeren die via gezinsherenigingsprocedures naar Nederland komen laten zien dat het de moeite waard is ons te verdiepen in de ervaringen van kinderen. Het laat ons zien hoe jongeren hun hereniging interpreteren en betekenis geven. Eveneens wordt het duidelijk dat ervaringen met gezinshereniging pas goed kunnen worden begrepen als we de context van lokale normen en culturele gewoontes in een land van herkomst in acht nemen. Het is dus van belang altijd open te staan voor de beleving van een kind of jongere zodat zorgvuldig kan worden afgewogen wat ‘het beste’ is voor een kind.

Dit stuk is gebaseerd op de presentatie “Transnational educational trajectories: Ghanaian youth’s mobile trajectories between Ghana and The Netherlands” door Joan van Geel & Valentina Mazzucato op de European Conference on Educational Research (ECER), University of Budapest – September 8th, 2015|

  • Bledsoe, C. (1990). ‘No Success Without Struggle': Social Mobility and Hardship for Foster Children in Sierra Leone. Man, 25(1), 70-88.
  • Notermans, C. (2008). The Emotional World of Kinship. Children’s experiences of fosterage in East Cameroon. Childhood, 15(3), 355-377. doi: 10.1177/0907568208091668
  • Øien, C. (2006). Transnational networks of care: Angolan children in fosterage in Portugal. Ethnic and Racial Studies, 29(6), 1104-1117. doi: 10.1080/01419870600960370
  • Whitehouse, B. (2009). Transnational childrearing and the preservation of transnational identity in Brazzaville, Congo. Global Networks, 9(1), 1470-1226. doi: 10.1111/j.1471-0374.2009.00243.x

All rights reserved | copyright 2015 | gepubliceerd op 15-10-2015