De mythe van de ‘Judeo-christelijke’ traditie: Het verhaal van Europa’s identiteitscrisis

Door: dr. Anya Topolski

Dr. Anya Topolski is docent politicologie aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Haar eerste boek “Arendt, Levinas and a Politics of Relationality” (Rowman & Littlefield 2015) won de prijs van de Auschwitz Stichting. Haar huidige onderzoek is over antisemitism, islamophobia en Europese racisme. Eerder onderzoek ging over de Europese identiteit en exclusieve en de discursieve constructie van de ‘joods-christelijke’ traditie en hedendaagse Islamophobia en zal gepubliceerd worden als “Is there a Judeo-Christian Tradition? A European Perspective” (De Gruyter 2016).

Hoewel er vele verschillen zijn tussen anti-semitistme en Islamofobie is er ook een belangrijke parallel die we niet kunnen negeren. In beide gevallen gaat het over buitensluiten door middle van bepaalde retoriek, populaire politieke slogans, ter promotie van de Europese identiteit. Mijn doel is te begrijpen waarom Europa zijn eigen identiteit probeert te promoten door middel van het buitensluiten van Moslims op eenzelfde wijze als Europa dat ooit deed met Joden. Om dit proces te kunnen begrijpen, zullen we eerst na moeten gaan hoe het construeren van vijanden een rol speelt bij identiteitsformatie. In het originele artikel waar dit stuk op is gebaseerd neem ik het voorbeeld van de hedendaagse term ‘Judeo-Christelijk’. Door middel van een critical discursive analysis[1], kijk ik naar de symbolische representatie van de Europese identiteit als ‘Judeo-Christelijk’. Zo kunnen we begrijpen hoe de maatschappij zijn buitenstaanders (joden toen en moslims nu) neerzet, en ervoor zorgen dat deze vormen van buitensluiting in de toekomst wordt voorkomen. Geweld in de samenleving kan pas voorkomen worden wanneer Europa een identiteitsgevoel aanneemt wat niet gebaseerd is op buitensluiting en angst, maar op diversiteit, saamhorigheid en tolerantie.

In mijn studie ga ik na hoe Judeo-Christelijkheid werd gebruikt als term om een schijneenheid te creëren en zo een specifieke groep buiten te kunnen sluiten. Ik vergeleek hierbij de resultaten uit de 19de eeuw met die van vandaag de dag (hierbij richtte ik me op het debat rondom deze term in 2003-2005 toen Europa de grondwet wilde introduceren). Ik vond twee hele verschillende verhalen met betrekking tot deze term. Over de periode van twee eeuwen en over twee continenten is de betekenis van het woord compleet verloren gegaan. De functie van buitensluiting rondom het woord bestaat echter nog steeds. In Europese context werd het woord gebruikt om eenheid en buitensluiting te bewerkstelligen, eerst in 1830 en vervolgens na de Shoah, toen de eerste stappen werden gezet richting de formatie van Europa. Laten we ook niet vergeten dat tot 1945 joden in Europa werden gezien als marginale medemensen, het gebruik van de term Judeo-christen een verandering betekende in hun status als niet-welkome buitenstaanders. Maar waar het discours voorheen joden buitensloot, doet dat het nu met moslims; de nieuwe Europese buitenstaanders. Het feit dat deze term zijn buitensluitende karakter behoudt, ook al is alle betekenis verdwenen, is ‘verhelderend’. Het geeft inzicht in de problematische politieke inzet bij het construeren van een Europese identiteit.

Wat deze genealogie van deze term laat zien is hoe goed het in staat is geweest om een Europese identiteit te formeren die gebaseerd is op buitensluiting. Zijn betekenis is veranderd van het buitensluiten van joden en katholieken naar het samenbrengen van deze groepen om zo een andere groep, namelijk moslims, buiten te kunnen sluiten. Daarentegen verhult het feit dat judeo-christelijkheid wordt neergezet als verbindend het buitensluitende karakter ervan. En net als in 1830 vertelt judeo-christelijkheid het verhaal van een verbindende drijfveer voor een te vormen identiteit waarbij buitensluiting een noodzakelijk kwaad is. Maar de wij-zij manier van denken viert vandaag de dag nog hoogtij in Europa, gevoed door hedendaagse media, en het feit dat de nadruk wordt gelegd op het verbindende element ervan verhult enkel het feit dat hiermee andere groeperingen zoals moslims, maar ook immigranten en vluchtelingen, asielzoekers en zigeuners worden buitengesloten.

Ik hoop daarom dat Europa ooit een gemeenschap wordt dat niet is gebaseerd op buitensluiting en geweld. Een eerste stap hierin zou moeten zijn, dat Europa niet de behoefte voelt om één verbindende en gedeelde identiteit te creëren, omdat er een duidelijke link bestaat tussen identiteit en buitensluiting en dit werkt geweld in de hand. Maar er is een mogelijk alternatief. Hiervoor verwijs ik graag naar de notie van communitas, zoals ontwikkeld door Roberto Espositio, waarbij er minder sprake is van een gedeelde identiteit, maar eerder van een gedeelde verantwoordelijkheid wat mensen met elkaar verbindt.

—–

[1] een tekstanalyse methode waarbij specifiek gelet wordt op ongelijkheid

 

Copyright 2015 | all rights reserved: gepubliceerd op: 15-03-2016