Democratisch burgerschap kun je leren

Door: Dr. Dana Feringa

Dana is associate lector aan Fontys Hogeschool Sociale Studies waar zij onderzoek doet naar het samenspel tussen alle actoren betrokken bij de vormgeving van zorg en ondersteuning aan mensen in een kwetsbare positie. Zij promoveerde aan de Universiteit van Amsterdam op een proefschrift naar burgerschap van jongeren binnen gemeenten.

De rol van gemeenten en jeugd is veranderd, wat nu?

Gemeenten staan voor een grote uitdaging in het sociale domein. Met de overgang van Algemene Wet Bijzonders Ziektekosten (AWBZ) naar Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en de invoering van de Participatiewet, de nieuwe Jeugdwet en Passend Onderwijs in 2015 is de rol die gemeenten spelen met betrekking tot de jeugd veranderd en geïntensiveerd.

Bij de vormgeving van deze gemeentelijke ondersteuning dienen gemeenten meer samen te werken met de burger, van wie eveneens een actievere rol wordt verlangd. Maar dit is nieuw en het is nog lang niet altijd duidelijk hoe deze samenwerking met de burger, en dan met name met de jeugd, eruit moet zien. Hoog tijd dus daar onderzoek naar te doen.

Een structuur waar veel gemeenten voor hebben gekozen, is de oprichting van adviesraden. Zo zijn er Wmo-raden waarin volwassen burgers gemeenten adviseren over de uitvoering van maatschappelijke ondersteuning. En jongerenraden waarmee de jeugd de gelegenheid heeft om gemeenten te adviseren over beleid dat hun leven beïnvloedt. Simpel en effectief. Dat is tenminste het idee.

Samenwerking met burger niet eenduidig

burgerschap-als-ambacht-copyDe praktijk is echter iets grilliger, blijkt uit promotieonderzoek naar jongerenraden binnen gemeenten. Jongeren die invloed uitoefenen op processen van besluitvorming die hun leven beïnvloeden, daar kan toch niemand tegen zijn? Dit is bovendien een recht dat is vastgelegd in Artikel 12 van het Verdrag Inzake de Rechten van het Kind, ondertekend door de Verenigde Naties.

Echter, het feit dat jongerenraden gewenst zijn maar tegelijkertijd toch veelvuldig een stille dood sterven vormde de aanleiding om deze raden uitgebreider onder de loep te nemen. 24 Jongerenraden werden bij het onderzoek betrokken, waarvan zes voor een langere periode intensief zijn gevolgd. Eén van de aspecten waar dit onderzoek uitgebreider bij stil heeft gestaan is de stijl waarmee jongeren zich binnen raden organiseren, met andere woorden, op welke manier zij vorm en inhoud geven aan hun democratische inspraak. Hier was namelijk nog nauwelijks iets over bekend.

Jongeren zijn Ad hoc en introvert

Jongeren zijn enthousiast als het gaat om hun deelname aan een adviesraad. Ze beschikken ook over doorzettingsvermogen want ondanks dat de stijl waarmee zij hun bezigheden vormgeven niet altijd effectief is, laten zij zich niet uit het veld slaan. Deze stijl laat zich kenmerken als ad hoc en introvert.

Ad hoc in de zin dat jongeren allerlei adviezen willen uitgeven en activiteiten organiseren, maar weinig overzicht hebben als het gaat om hoe dit daadwerkelijk te realiseren binnen een gemeente. Zo wil bijvoorbeeld een groep jongeren op een koude zaterdagmiddag aandacht voor meer jongerenhuisvesting vragen door in het centrum van de stad tenten op te zetten en marshmallows te roosteren boven vuurkorven. De actie gaat echter uiteindelijk niet door. De jongeren hebben wel tijdig vrij gevraagd bij hun bijbaantjes, maar geen vergunning aangevraagd voor het branden van vuur in een openbare ruimte. Kortom, ze overzagen hier onvoldoende wat er nodig was om hun voorstel in de praktijk te brengen.

De stijl is tevens introvert vanwege de interne focus die jongeren bij hun bezigheden hanteren. Vergaderingen gaan vooral over thema’s die jongeren in de raad aangaan – zoals de mate waarin onderlinge afspraken worden nagekomen – of over onderwerpen en activiteiten die leden persoonlijk interessant vinden. Er wordt hierbij nog weinig rekening gehouden met andere jongeren die zij binnen een gemeente vertegenwoordigen.

Wanneer zijn jongerenraden dan wel succesvol?

Jongerenraden waar inspanningen van jongeren wel resulteren in adviezen en activiteiten onderscheiden zich op een specifiek punt van de rest. Bij deze raden hebben gemeenten een begeleider vrijgesteld die samen met de jongeren opwerkt. Die een voortrekkersrol vervult op het moment dat jongeren zelf niet goed weten wat ze in welke volgorde moeten doen om een bepaald doel te realiseren, maar die jongeren tevens hun gang laat gaan op het moment dat ze zelf uit de voeten kunnen. Concreet invloed uitoefenen op beleid gaat namelijk niet vanzelf, het is iets waar jongeren hulp bij nodig hebben. Het is een vaardigheid die jongeren bij goed voorbeeld gaandeweg zelf leren beheersen. Kortom: een actieve jonge burger vraagt een actieve overheid. Pas dan hebben jonge burgers die nog niet stemgerechtigd zijn ook de mogelijkheid om processen van lokale besluitvorming die hun leven aangaan te beïnvloeden.

Copyright 2016, all rights reserved | Gepubliceerd op: 19-09-2016