Naakte lichamen, je BSN of gezondheidsgegevens: Wat vinden we privacygevoelige gegevens?

Auteur: Dr. Damian Trilling

Als je niet bij die paar procent van de bevolking hoort die écht geen gebruik maken van het internet (en dat doe je niet, anders zou je dit stukje niet lezen), dan ontkom je er niet aan: of je het wilt of niet, je laat digitale sporen achter. Natuurlijk heb je tot op zekere hoogte invloed op de informatie die je prijsgeeft. Je kunt ervoor kiezen om géén Facebook- of Google-account te hebben, je kunt gebruik maken van diensten die je anoniem laten surfen, je kunt fictieve gegevens verzinnen als er om je geboortedatum wordt gevraagd. Maar laten we eerlijk zijn: het is nagenoeg onmogelijk om je consequent te onttrekken aan alle online pogingen om jouw data te achterhalen. Daarnaast zijn er ook kosten aan verbonden: tijd, energie, en de lol is er ook een beetje vanaf als je de hele dag maar bezig bent met het beschermen van je privacy.

Maar hoe erg vinden we het eigenlijk als anderen onze gegevens kunnen inzien? Dit verschilt erg tussen landen en ook over tijd. In Noorwegen kun je de skattelister (lijsten met het inkomen van iedere belastingbetaler, verstrekt door de belastingdienst) online raadplegen om na te gaan wat je buurman verdient. Het andere extreem is (of was) Zwitserland, dat prat gaat op een streng (zij het inmiddels enigszins versoepeld) bankgeheim. Jeff Jarvis, auteur van de bestseller “What zou Google doen?”, verbaast zich in zijn book “Public Parts: How sharing in the digital age improves the way we work and live” erover dat Duitsers naakt in de sauna zitten, maar massaal protest aantekenen als Google de buitenkant van hun huizen wil fotograferen. Of dat ze hun gezondheidsinformatie niet willen delen.

Cultuurverschillen

Gelukkig is er onderzoek gedaan naar de vraag wat mensen wel of geen gevoelige gegevens vinden. Zo blijkt uit een Eurobarometer-onderzoek (http://ec.europa.eu/public_opinion/archives/ebs/ebs_359_en.pdf) dat Nederlanders vergeleken met andere EU-landen vrij veel informatie op sociale media delen. Onze naam, foto’s en hobby’s zijn dingen die de meesten van ons niet problematisch vinden om te delen. Ook maken we ons niet al te druk dat we teveel informatie prijsgeven: Slechts de helft van de Nederlanders is hier bang voor. Samen met Malta is dat het laagste percentage van de hele EU, op één uitzondering na: Zweden. Waar slechts 33% hier wakker van ligt. Zweden blijken het ook vrij normaal te vinden om BSN of paspoortgegevens aan sociale netwerksites toe te vertrouwen (43% van de gebruikers van deze sites heeft dit in Zweden weleens gedaan). Dit is iets wat in Nederland heel zelden gebeurt (8%).

Maar eigenlijk zouden we nog veel nauwkeuriger willen weten wat Nederlanders als gevoelige gegevens beschouwen – en hoe dit over de tijd verandert. In het project Personalised Communication (http://personalised-communication.net) (gepersonaliseerde communicatie) zijn wij daarom op dit moment bezig om een nauwkeurig beeld te verkrijgen van de privacybeleving van Nederlanders. We zullen zo’n 1000 Nederlanders over de loop van twee jaar herhaaldelijk vragen in hoeverre zij het acceptabel vinden als bedrijven en organisaties persoonlijke informatie opslaan en gebruiken. Daarbij maken we onderscheid tussen informatie over etnische afkomst, politieke opvattingen, godsdienstige of levensbeschouwelijke overtuiging, lidmaatschap van een vakbond, medische gegevens, seksleven, financiële situatie, surf-, mail- en belgedrag en locatiegegevens. Ook willen we weten of het uitmaakt via welk toestel deze informatie verzameld worden.

Het zal nog even duren voordat we een antwoord op de vraag hebben welke van deze gegevens mensen graag delen en welke niet. Maar zodra we het weten, lees je het zeker ook hier!

Dr. Damian Trilling is Universtitair Docent aan de Universiteit van Amsterdam, Amsterdam School of Communication Research (ASCoR). Hij doet onderzoek naar gebruik en effecten van online media op het gebied van journalistiek en politieke communicatie.