Een exclusieve focus op het uiterlijk kan seksuele effecten van mediagebruik verklaren bij tieners

Auteurs: dr. Laura Vandenbosch en Prof. Steven Eggermont

Laura Vandenbosch (PhD, KU Leuven, België) is postdoctoraal onderzoekster bij de Amsterdam School of Communication Research, UvA (L.P.Vandenbosch@uva.nl). Steven Eggermont (PhD, KU Leuven, België) is directeur van de Leuven School for Mass Communication Research, KU Leuven (Steven.Eggermont@soc.kuleuven.be).

Hedendaagse jongeren spenderen meer tijd aan media dan dat ze slapen, met hun ouders praten of naar school gaan. De media die jongeren het liefst consumeren staan boordenvol seksuele boodschappen. Deze boodschappen bieden volgens onderzoek een sterk vertekend beeld van seksualiteit. Bijvoorbeeld, de bij seksuele interacties betrokken meisjes zijn vaak onderdanig, slank en gericht op uiterlijke schoonheid. Jongens zijn vaak dominant, gespierd en gericht op seksueel genot. De systematische vertekening van seksualiteit in massamedia inspireerde verschillende studies naar de mogelijke gevolgen hiervan.

Ondanks deze studies, is er te weinig aandacht geschonken aan de vraag hoe seks in de media het gedrag en denken van adolescenten beïnvloedt. Deze vraag vormde het uitgangspunt van ons onderzoek. We hebben deze vraag proberen te beantwoorden door de objectiveringstheorie toe te passen. Deze theorie werd in 1998 ontwikkeld door Fredrickson en Roberts en veronderstelt dat seksuele media de ontwikkeling van een geobjectiveerd zelfbeeld aanmoedigen. Een geobjectiveerd zelfbeeld kan worden omschreven als een drang om zichzelf te evalueren met een exclusieve focus op het uiterlijk. Een dergelijk zelfbeeld zou het ontwikkelen van positieve attitudes t.o.v. intieme seksuele relaties afremmen. Deelname aan risicovol seksueel gedrag zou daarentegen worden bevorderd.

Om de objectiveringstheorie te toetsen, hebben we 1,041 Vlaamse adolescenten langere tijd gevolgd.

Media en de ontwikkeling van een geobjectiveerd zelfbeeld

Uit onze studie bleek dat seksueel mediagebruik jongens en meisjes aanzet tot het ontwikkelen van een geobjectiveerd lichaamsbeeld. Dit geobjectiveerd lichaamsbeeld bestaat uit drie deelcomponenten. Ten eerste gaan adolescenten met een geobjectiveerd lichaamsbeeld de heersende schoonheidsidealen beschouwen als standaarden waaraan ze zelf moeten voldoen. Deze component wordt in vakliteratuur omschreven als de internalisering van schoonheidsidealenNaamloosTen tweede gaan adolescenten hun uiterlijk belangrijker vinden dan andere lichamelijke competenties, zoals gezondheid. Deze component wordt omschreven als zelfobjectivering. Ten derde gaan adolescenten voortdurend nakijken of hun lichaam nog steeds voldoet aan de heersende uiterlijke idealen, de zogenaamde body surveillance.

Media, een geobjectiveerd zelfbeeld en seksuele attitudes en gedragingen

De ontwikkeling van een geobjectiveerd zelfbeeld heeft volgens de objectiveringtheorie allerlei kwalijke gevolgen waaronder ook seksuele risico’s. Onze resultaten toonden aan dat dit inderdaad zo is. Het is wel belangrijk een onderscheid te maken tussen de verschillende deelcomponenten van het geobjectiveerd zelfbeeld.

Ten eerste versterkt seksueel mediagebruik, via de internalisering van schoonheidsidealen, stereotype seksuele overtuigingen over geslachtsrollen. Dit betekent dat jongeren de kennis die ze via media opdoen over schoonheidsidealen toepassen wanneer ze de ideale seksuele rol voor mannen en vrouwen omschrijven. In lijn met het slanke ideaal voor vrouwen, stellen adolescenten dat vrouwen eerder een onderdanige rol in seksuele relaties zouden moeten aannemen. Conform met het gespierde ideaal voor mannen, zouden mannen eerder een dominante rol moeten opnemen.

Ten tweede versnelt seksueel mediagebruik, via body surveillance, de initiatie van lichte seksuele gedragingen zoals tongkussen. De component body surveillance is sterk gerelateerd aan gevoelens van schaamte over het lichaam. Dat lijkt adolescenten aan te zetten tot seksueel gedrag waarbij ze hun lichaam niet moeten blootgeven.

Ten derde versnelt seksueel mediagebruik, via zelfobjectivering, ook de initiatie van geslachtsgemeenschap. Zelfobjectivering omvat een sterk fysieke focus op het lichaam. Deze focus verklaart mogelijk waarom adolescenten ook meer bereid zijn over te gaan tot gedrag dat direct gerelateerd is aan fysieke bevrediging.

Conclusie

Samenvattend bleek uit ons onderzoek dat seksuele media de ontwikkeling van een geobjectiveerd zelfbeeld stimuleren. De verschillende componenten van het geobjectiveerd zelfbeeld bepalen hoe de seksualiteit van jongeren er uitziet.

De manifeste aanwezigheid van seksuele media in het leven van tieners toont aan hoe belangrijk het is dat ouders, zorgfiguren en beleidsmakers zich bewust zijn van de mogelijke gevolgen van alledaags mediagebruik voor de seksualiteitsbeleving van adolescenten.

Meer weten? Het hierboven beschreven onderzoek wordt uitvoerig beschreven in: Vandenbosch, L., Eggermont, S. (sup.) (2013). Self-objectification and sexual effects of the media: an exploratory study in adolescence.

 

Afbeelding afkomstig van: http://www.sofemme.nl/schoonheidsidealen/

All rights reserved | Copyright 2015 | gepubliceerd 14-05-2015