Islamitische radicalisering: Oer-Hollands?

Auteur: Dr. Fiore Geelhoed

Fiore Geelhoed is universitair docent aan de rechtenfaculteit van de Vrije Universiteit Amsterdam. In 2012 promoveerde zij aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.  De handelseditie van haar proefschrift kwam in 2014 uit met de titel ‘Striving for Allah: Purification and Resistance among Fundamentalist Muslims in the Netherlands’. Haar onderzoek richt zich op processen van radicalisering en radicale subculturen.

Radicalisering onder Nederlandse moslims is een zorg. Maar wat weten we eigenlijk van radicalisering onder Nederlandse moslims? Wanneer zijn moslims radicaal? En hoe ‘anders’ zijn radicale moslims ten opzichte van ‘ons’ overige Nederlanders?

Extremisten, radicalen en orthodoxen

Radicalisering wordt vaak in verband gebracht met het salafisme. Dit is een stroming binnen de Islam die terug wil naar de ‘zuivere Islam’; men leeft naar de Koran en de voorbeelden van de profeet en de eerste generatie moslims. Salafisten zijn duidelijk te herkennen aan hun traditionele kleding. Daarnaast dragen mannen vaak een baard en vrouwen een gezichtssluier. Vaak weigeren zij personen van het andere geslacht een hand te geven.fiore

Niet iedereen die zich Islamitisch kleedt is een salafist en niet iedere salafist is een radicaal. Grofweg kunnen salafisten in drie groepen worden verdeeld: De extremisten die een gewelddadige jihad promoten en de strijd van IS steunen, de radicalen die ook voor een islamitische staat vechten maar dan slechts met ‘de tong en de pen’ en de orthodoxen die elke vorm van strijd afkeuren en de nadruk leggen op het werken aan een ‘zuiver zelf’. Bekende salafistische moskeeën steunen vooral de laatste groep.

Radicalisering: een grillig proces

Radicalisering is een grillig proces. Radicalisering kan niet worden gepresenteerd als een glijdende schaal met aan de ene kant niet-radicalen en aan de andere kant extremisten. Het proces vindt plaats in interactie met gelijkgestemden, maar kan kort of lang duren en tussentijds alle kanten opgaan. Tijdens mijn onderzoek kwam ik bijvoorbeeld in contact met een jongeman die binnen drie jaar eerst extremist, toen ‘gematigd’ en vervolgens orthodox werd. Men kan dus op radicale en extremistische ideeën terugkomen. Geen van de orthodoxe salafisten in mijn onderzoek hebben zich later op het radicale of extremistische pad begeven. Zij lijken daarentegen een buffer tegen radicalisering te vormen: zij bieden islamitische verweren tegen geweld.

Invloed van Westerse waarden

Een andere gemene deler van de salafistische moslims in mijn onderzoek is dat zij, allicht tegen menig verwachting in, opvallend Westers/Hollands zijn:
–       Ten eerste verkeren er opvallend veel bekeerlingen in salafistische kringen. Een deel van hen is autochtone Nederlander.
–       Ten tweede proberen salafisten een balans te vinden tussen een Westerse levensstijl en het islamitisch geloof. Pragmatische keuzes zijn aan de orde van de dag: Moet ik mij op het werk minder Islamitisch kleden en toch een hand geven aan het andere geslacht?
–       Ten derde vormt het salafistische pad voor hen een ‘modern identiteitsproject’. In onze maatschappij ligt een nadruk op het ontwikkelen van een individuele en succesvolle identiteit, en ook salafisten zijn verwikkeld in een zoektocht naar hun ‘ware zelf’. Die vinden zij in de Islam, de wereldwijde moslimgemeenschap en Islamitische rolmodellen.
–       Ten vierde verwachten salafisten, in lijn met Westerse mensenrechten, een gelijkwaardige positie in de samenleving. Uit mijn onderzoek blijkt dat vooral radicale en extremistische jongeren zich opwinden over de ongelijke behandeling die zij ervaren.

Kortom, salafistische moslims bestaan in soorten en maten en lijken in veel opzichten op ‘gewone’ Nederlanders.

(bron van de afbeelding: wijblijvenhier.nl)

Copyright 2015, All rights reserved | gepubliceerd: 09-03-2015