Trends in politieke veranderlijkheid en de rol van sociale netwerken en mediaconsumptie

Auteur: dr. Fransje Smits

Fransje Smits (fransje.smits@gmail.com) is postdoctoraal onderzoeker aan de Universiteit van Luxemburg, Luxemburg.

Nederland heeft de afgelopen decennia grote politieke verschuivingen gekend. Nieuwe partijen deden hun intrede en het aantal zetels van gevestigde partijen kon halveren om vervolgens weer te verdubbelen. Onderstaande figuur maakt duidelijk hoeveel procent van de Tweede Kamerzetels en hoeveel procent van de kiezers de afgelopen decennia van partij wisselden.

Percentage zetels dat bij twee opeenvolgende Tweede Kamerverkiezingen van partij wisselde en het percentage mensen dat van partijkeuze veranderde tussen twee opeenvolgende verkiezingen als percentage van het aantal mensen dat bij twee opeenvolgende verkiezingen een stem uitbracht

Fransje_2

De trend naar meer veranderlijkheid is duidelijk zichtbaar. Voor 1994 lag het percentage zetels dat van partij wisselde altijd onder de dertig terwijl het daar daarna alleen maar boven heeft gelegen. Individuele veranderlijkheid vertoont bijna dezelfde ontwikkeling. De toename is nog steeds zichtbaar als alle partijen die issues rondom migranten tot speerpunt maakten, op één hoop worden gegooid. Met name springt de veranderlijkheid tussen 1998 en 2002 eruit. Een paar dagen voor de verkiezingen van 2002 werd Pim Fortuyn vermoord. Een groot deel van de mensen die tussen deze twee verkiezingsjaren wisselden, stemde in 2002 op de LPF.

De toegenomen veranderlijkheid heeft verschillende maatschappelijke gevolgen gehad. Verkiezingscampagnes zijn geïntensiveerd, coalitievorming is moeilijker geworden en het is voor partijen die zich nog niet bewezen hebben mogelijk geworden voet aan de grond te krijgen. Aan de andere kant lijken mensen meer vrijheid te hebben gekregen in het maken van hun keuze.

Maar waarom zijn mensen tegenwoordig zoveel veranderlijker? We onderzochten allereerst of het hebben van een heterogeen sociaal netwerk mensen misschien veranderlijker maakt. De politieke voorkeur van mensen wordt natuurlijk sterk beïnvloed door de politieke voorkeur van de sociale omgeving. Wanneer die sociale beïnvloeding echter heterogeen is, lijkt een verhoogde veranderlijkheid logisch. Mensen die niet dezelfde beroepsklasse of religie hebben dan hun ouders hebben bijvoorbeeld een meer heterogene sociale omgeving. Deze mensen verkeren namelijk in een nieuwe kring, maar hebben daarnaast ook nog contact met familieleden en kennissen van vroeger. Ook in steden zijn netwerken minder gesloten en homogeen en zal beïnvloeding minder eenduidig zijn. We vonden inderdaad dat stedelingen en mensen met een andere levensbeschouwing dan hun ouders vaker wisselen. Het maakt echter niet uit of iemand een andere beroepsklasse heeft dan zijn of haar ouders. Omdat onze studie geen trendstudie was en slechts betrekking heeft op de periode 1994-2006, kunnen we niet zeggen in welke mate veranderende sociale structuren hebben gezorgd voor een toename in veranderlijkheid. Wel kunnen we zeggen dat we mogelijk een verklaring voor de trend te pakken hebben. Netwerken zijn over de tijd immers heterogener geworden en die heterogeniteit heeft volgens onze resultaten inderdaad enige invloed op wisselgedrag.

Ook keken we naar de invloed van televisie kijken op wisselgedrag. Televisie kijken maakt het mogelijk om het voorkomen en charisma van politici mee te nemen in de keuze voor een bepaalde partij. Als mensen hun partijkeuze meer baseren op het voorkomen van politici, zou de kans op het wisselen van partijkeuze groter moeten zijn. Mensen kunnen in het ene jaar namelijk een politicus van de ene partij het aantrekkelijkst vinden en in het andere jaar een politicus van een andere partij. De ‘poppetjes’ van partijen veranderen sneller dan de standpunten. Inderdaad vonden we dat mensen die meer televisie kijken vaker van partijkeuze wisselen. Ook dit kan een verklaring zijn voor de toegenomen veranderlijkheid. De hoeveelheid tijd die besteed wordt aan televisie kijken is immers sterk gestegen de afgelopen decennia.

Deze tekst is gebaseerd op een eerder verschenen artikel in mens en maatschappij: Smits, F. & Spierings, N. (2012). Sociale integratie en het kijken naar nieuwsprogramma’s als determinanten voor het wisselen van politieke partijkeuze in de periode 1994-2006. Mens en Maatschappij, 87, 150-173.

 

Copyright 2013 All rights reserved | gepubliceerd op 15 november 2013