Onderbuikgevoelens in geneesmiddelengebruik

Auteur: Annemiek Linn

Door wetenschappelijk onderzoek komen er steeds meer nieuwe medicijnen voor ernstige aandoeningen beschikbaar. Ondanks dat deze medicijnen steeds effectiever worden, lijken ze zinloos als deze niet goed worden ingenomen.

Therapieontrouw

Het nemen van medicijnen in lijn met de adviezen van de arts wordt ook wel therapietrouw genoemd. Gemiddeld genomen neemt de helft van de patiënten de medicijnen niet in zoals voorgeschreven. Therapieontrouw is dus een groot probleem dat inmiddels wereldwijd erkend wordt. Het probleem is dusdanig groot dat de World Health Organization (WHO) zelfs concludeert dat het bevorderen van therapietrouw onder patiënten meer gezondheidswinst zal opleveren dan het ontwikkelen van nieuwe medicijnen1.

Ondanks een veelvoud aan interventies die patiënten zouden moeten helpen bij het innemen van het medicijnen, blijven de percentages van therapieontrouwe patiënten hoog2. Een verklaring hiervoor is dat interventies vaak niet afgestemd zijn op de individuele patiënt3. Zo zal een dagelijkse reminder op de telefoon alleen werken als de patiënt de medicijnen vergeet. Een reminder zal echter niet effectief zijn voor een patiënt die er bewust voor kiest om de medicijnen niet in te nemen. Zo zijn bijwerkingen voor veel patiënten een reden om te stoppen met medicijngebruik. In toenemende mate wordt momenteel erkend dat interventies-op-maat een veelbelovende ‘way-to-go’ is.

Impliciete processen

Het gebruik van een vragenlijst is de meest voorkomende en traditionele methode om inzicht te krijgen in de redenen van patiënten om hun medicijnen wel of niet te nemen. Op basis van de uitkomsten van zo’n vragenlijst wordt vervolgens bepaald of een interventie nodig is. Deze methode richt zich voornamelijk op de bewuste processen onderliggend aan gedrag. Een belangrijke misvatting is echter dat we altijd bewust zijn van waarom we doen wat we doen. Onderzoek laat bijvoorbeeld zien dat, zeker bij dagelijkse handelingen zoals medicijngebruik, gedrag niet altijd bewust is. Deze bewuste processen zijn enkel het topje van de ijsberg en verklaren slechts een gedeelte van gedrag4.

Bron: Pixabay

Dit heeft belangrijke gevolgen voor huidig interventieonderzoek naar therapietrouw en vooral voor de validiteit van de gegevens die over patiënten wordt verzameld. Wanneer je bijvoorbeeld aan een patiënt vraagt waarom medicijngebruik belangrijk is, zou deze wellicht met volle overtuiging als antwoord kunnen geven dat het medicijngebruik bijdraagt aan het verminderen van klachten. Onbewust kan het medicijngebruik echter fungeren als een negatieve herinnering dat de patiënt ziek is. Deze onbewuste processen blijken bij sommige gedragingen gedrag zelfs beter te voorspellen dan deze expliciete processen4.

Recent onderzoek onder 52 Reumapatiënten toont bijvoorbeeld aan dat hun expliciete attitude (gemeten aan de hand van zelf-rapportage) ten opzichte van medicatie voornamelijk positief en gezondheid gerelateerd is. In andere woorden, wanneer je het aan patiënten vraagt geven zij aan positief over het medicijn te zijn en associëren het medicijngebruik met beter worden. Resultaten laten echter ook zien dat de impliciete attitudes van deze zelfde groep patiënten over het algemeen negatief zijn. Patiënten associëren het medicijngebruik bijvoorbeeld met ziek zijn in plaats van met beter worden5.

Nieuwe benadering in het onderzoek naar medicijngebruik

Huidige interventies die rekening houden met de individuele patiënt gebruiken vooralsnog vaak vragenlijsten om te bepalen of de patiënt de interventie nodig heeft. Een belangrijke kanttekening van deze benadering is dat enkel wordt gekeken naar de bewuste processen van gedrag. Het gevolg hiervan is dat patiënten die expliciet positief, maar impliciet negatief niet de interventie krijgen die zij verdienen. Informatie over deze impliciete processen zouden kunnen bijdragen aan het maximaliseren van de effectiviteit van de huidige gezondheidsinterventies. Ik zou daarom willen pleiten om bij de ontwikkeling van interventies ter bevordering van medicijngebruik ook deze onbewuste processen mee te nemen.

——

  1. Sabaté E. Adherence to long-term therapies: Evidence for action. World Health Organization; 2003.
  2. Cutler RL, Fernandez-Llimos F, Frommer M, Benrimoj C, Garcia-Cardenas V. Economic impact of medication non-adherence by disease groups: A systematic review. BMJ Open. 2018;8(1):e016982-2017-016982.
  3. Linn A. The value of tailored communication in promoting medication intake behavior. . 2013.
  4. Gawronski B, Bodenhausen GV. Associative and propositional processes in evaluation: An integrative review of implicit and explicit attitude change. Psychol Bull. 2006;132(5):692.
  5. Linn AJ, Vandeberg L, Wennekers AM, Vervloet M, van Dijk L, van den Bemt, Bart JF. Disentangling rheumatoid arthritis patients’ implicit and explicit attitudes toward methotrexate. Frontiers in pharmacology. 2016;7.