Afkeuring van homoseksualiteit in Europa

Auteurs: Hanneke van den Akker, MSc. & Rozemarijn van der Ploeg, MSc.

Hanneke van den Akker studeerde sociologie aan de Radboud Universiteit Nijmegen, zij is geïnteresseerd in gender-, familie-, ongelijkheid- en arbeidsmarkt- onderzoek. Rozemarijn van der Ploeg is PhD kandidaat aan de Rijksuniversiteit Groningen. Zij is geïnteresseerd in onderzoek naar pesten en slachtofferschap, sociale netwerken,  groepsprocessen en etnische ongelijkheid. Voor versvak schreven zij over hun eerder verschenen onderzoek in het International Journal of Public Opinion Research over homoseksualiteit in Europa en geschreven in samenwerking met Peer Scheepers (RU).    

Afkeuring van homoseksualiteit in Europa: Hoe kunnen de verschillen tussen landen verklaard worden?

Sommige mensen lopen mee in demonstraties voor het homohuwelijk, anderen keuren iedere vorm van homoseksualiteit af. De algemeen heersende mening over homoseksualiteit verschilt per land. In de meeste West-Europese landen is men tolerant. In veel Oost-Europese landen wordt homoseksualiteit sterk afgekeurd.  Onderzoek heeft verschillen tussen mensen in kaart gebracht: zo keuren mannen homoseksualiteit meer af dan vrouwen. Ook zijn ouderen er negatiever over dan jongeren, en lager opgeleiden meer dan hoger opgeleiden. Tenslotte keuren religieuze mensen het ook meer af dan niet-religieuzen. Wij wilden vooral verschillen tussen landen verklaren.

Eerst wat theorie. Wat verwachten we te vinden? Opvattingen van iemand worden meestal in de jeugd gevormd. Anderen hebben hier invloed op. Denk aan ouders, scholen, of religieuze instituties. Ook het land waarin men opgroeit heeft invloed.  De religieuze traditie of wetgeving stellen immers normen op. Daar komen alle inwoners mee in aanraking. Daarom verwachtten wij het volgende:

Mensen in religieuze landen zullen negatiever zijn over homoseksualiteit. Het maakt dan niet uit of zij zelf religieus zijn. In die landen zijn meer mensen die homoseksualiteit afkeuren. De cultuur en de politiek zijn meer verweven met religie. Iedereen komt dus meer in aanraking met “anti-homoseksualiteit normen”. Dit alles in vergelijking tot inwoners van niet-religieuze landen. Niet alle religieuze instituties keuren homoseksualiteit even sterk af. Volgens de Islam en de Orthodoxe kerken is homoseksualiteit verboden. De Rooms-Katholieke kerk tolereert “homoseksueel zijn”. Zij keurt wel alle uitingen van homoseksualiteit af. Er zijn Protestantse stromingen die homoseksualiteit niet geheel afkeuren. Daarom zullen mensen in Protestantse landen minder afkeurend zijn. Minder dan inwoners van landen met een Orthodox Christelijke of Katholieke traditie.

Ook wetgeving speelt een rol. Als homoseksualiteit illegaal is, keuren veel mensen homoseksualiteit af. Meer althans dan in landen waarin homoseksualiteit legaal is. Men zal het meest positief zijn in landen met gelijke rechten. Dat is wanneer homoseksuelen mogen trouwen of kinderen mogen adopteren. Hoe toleranter de wetgeving in een land, hoe toleranter de inwoners zullen zijn.

Figuur1

Kloppen bovenstaande verwachtingen uit de theorie? Er zijn vragenlijsten voorgelegd aan mensen uit Europa. Deze data heet de ESS en is op internet te vinden. Wij hebben het gebruikt om onze verwachtingen te toetsen. Hiervoor zijn 19.975 mensen geïnterviewd, afkomstig uit twintig Europese landen. Aan deze mensen is gevraagd hoe zij over homoseksualiteit denken. Figuur 1 laat dit zien. Er werd gevraagd of homoseksuelen en lesbiennes het leven moeten kunnen leiden dat zij willen. Score 4 staat voor afkeuring van homoseksualiteit. Score 0 staat voor goedkeuring. Inwoners van Oekraïne blijken homoseksualiteit het sterkst af te keuren. In Denemarken is de houding het meest positief. Hoe religieus een land is verklaart gedeeltelijk de verschillen tussen landen. Hoe religieuzer een land, hoe meer mensen homoseksualiteit afkeuren. Welke religie een land voornamelijk had maakte niet uit. Dit gaat tegen onze verwachting in. Wetgeving hangt wel samen met  hoe inwoners denken over homoseksualiteit. De meest tolerante wetgeving hangt samen met de meest tolerante inwoners. Als homoseksuelen alleen een relatie aan mogen gaan, is men minder tolerant. Minder dan wanneer homoseksuelen mogen trouwen. Zelfs minder dan in landen waarin slechts een antidiscriminatiewet is. Daar kunnen homoseksuelen geen geregistreerd partnerschap aangaan. Toch zijn de inwoners minder afkeurend. Dit is een opvallende bevinding.

Door: Hanneke van den Akker | Radboud Universiteit Nijmegen | Sociologie & Rozemarijn van der Ploeg | Rijksuniversiteit Groningen | Sociologie |  rozemarijn.van.der.ploeg@rug.nl

Zie voor het volledige onderzoek: http://ijpor.oxfordjournals.org/content/early/2012/03/07/ijpor.edr058.full

De data zijn verkrijgbaar via: http://www.europeansocialsurvey.org/

Copyright 2013 | all rights reserved | gepubliceerd op: 4 oktober 2013

2 thoughts on “hannekerozemarijn

  1. Causaal verband is niet helemaal duidelijk… Leidt tolerante wetgeving to tolerante opinies, of leiden tolerante opinies tot tolerante wetgeving?

  2. Hallo Rick,

    Bedankt voor je reactie.
    We hebben we de causale relatie helaas niet kunnen onderzoeken, omdat we daarvoor geen geschikte data hadden.
    We hebben dus niet kunnen testen of tolerante wetgeving leidt tot tolerante opinies of dat het tegenovergestelde geldt (waarschijnlijk is het wisselwerking).
    Het enige dat we weten is dat er een significante samenhang bestaat tussen wetgeving en tolerantie.
    Hopelijk is je vraag zo voldoende beantwoord. Voor een meer uitgebreide reflectie hierop, zie (de discussie van) het volledige paper.

Comments are closed.