Gezondheidsinformatie, waar komt dat vandaan?

Auteurs: Sarah Van den Bogaert & Violetta Jitomirskaya, Universiteit Gent (België)

Sarah Van den Bogaert (Sarah.VandenBogaert@UGent.be) is socioloog en is lid van de transdisciplinaire onderzoeksgroep Health, Media & Society aan de Universiteit Gent. Daarnaast is ze werkzaam binnen de onderzoeksgroep Hedera van de vakgroep sociologie (Universiteit Gent). Haar onderzoek situeert zich binnen de gezondheidssociologie en focust zich op de organisaties die betrokken zijn bij het Belgische geneesmiddelenbeleid. Violetta Jitomirskaya (Violetta.Jitomirskaya@UGent.be) is eveneens lid van de transdisciplinaire onderzoeksgroep Health, Media & Society aan de Universiteit Gent. Daarnaast is ze actief binnen de onderzoeksgroep CIMS van de vakgroep communicatiewetenschappen (Universiteit Gent). In haar doctoraatsonderzoek ligt de focus op gezondheidscommunicatie bij vijftigplussers.

Zowel in de Belgische kranten als in de Nederlandse kranten vind je dagelijks wel een nieuwsbericht dat over gezondheid gaat. Zo kon je op 1 juni 2015 in de Telegraaf lezen dat de Nederlandse universiteiten het aantal patiënten met extreem pijnlijke jeuk in kaart willen brengen. En dankzij de Belgische krant Het Laatste Nieuws kwamen we te weten dat mannen maar beter geen frisdrank kunnen drinken. Daarnaast kan je ook op het internet heel wat gezondheidsinformatie terugvinden. Zo kwamen we tijdens onze zoektocht naar informatie over hoofdpijn terecht op een website die uiteindelijk eigendom bleek te zijn van een farmaceutisch bedrijf. Aan de Universiteit Gent willen we met een project rond gezondheidsinformatie dieper ingaan op de verspreiding van deze vorm van informatie (zie artikel van Sarah Van Leuven en Jana Declercq in deze editie rond gezondheidscommunicatie). Dit artikel vertrekt vanuit sociologisch standpunt en tracht de context waarin gezondheidsinformatie wordt geproduceerd in kaart te brengen.

De sociologische blik

Wat onderzoekers vaak bestuderen is de rol van de media in deze berichtgeving. Als socioloog bekijkt Sarah Van den Bogaert het vanuit een ander perspectief. In haar studie ligt de focus op de bron: de organisaties die voor deze informatie zorgen en de motieven van deze organisaties. Verspreiden ze informatie in het belang van de patiënt of doen ze dit omdat het ten goede komt van de organisatie? Om deze vraag te beantwoorden, neemt Sarah Van den Bogaert interviews af bij verschillende organisaties uit de gezondheidssector, bijvoorbeeld farmaceutische bedrijven, de betrokken overheidsinstanties, onderzoeksinstellingen en ziekenfondsen. In het vervolg van dit artikel bespreken we een aantal eerste indrukken uit 16 interviews die reeds zijn afgenomen.

Informeren, emanciperen, beïnvloeden of verkopen?

Boons Robert - 075De redenen die deze organisaties aanhalen kunnen grofweg in vier categorieën opgedeeld worden. Een eerste reden is dat organisaties het publiek willen informeren over een bepaald thema. Ze verspreiden deze informatie omdat ze vinden dat het publiek er recht op heeft. Ten tweede zeggen ze dat ze het publiek willen emanciperen. Organisaties verspreiden informatie naar het publiek om er voor te zorgen dat burgers hun gezondheid in eigen handen kunnen nemen. De derde reden is van commerciële aard en heeft bijgevolg betrekking op de organisatie zelf. Organisaties verspreiden informatie omdat ze hierdoor meer naamsbekendheid kunnen verwerven of doordat ze hierdoor bepaalde activiteiten of producten onder de aandacht kunnen brengen. Een laatste, maar heel belangrijke, reden om informatie naar het publiek te verspreiden, is beleidsbeïnvloeding. Organisaties verspreiden informatie omdat ze meer aandacht willen voor een bepaald onderwerp. Door dit thema bij het publiek bekend te maken, hopen de organisaties het beleid te beïnvloeden. De interviews tonen bovendien aan dat organisaties vaak verschillende van deze redenen combineren. Dat blijkt bijvoorbeeld uit onderstaand citaat van een ziekenfonds: “Euhm…individueel ja mensen gezond krijgen of gezond houden. Naar de samenleving toe ervoor zorgen dat de ziekteverzekering niet ontspoort. En een stuk imago ook ja.”

Niet enkel informeren, wat betekent dat voor het publiek?

Wat al deze organisaties zodoende gemeenschappelijk hebben, is dat communicatie voor hen meer is dan enkel informeren. Wanneer men communiceert, zal hier bijna altijd een strategisch motief mee gepaard gaan. Het communiceren van deze informatie moet de organisaties iets opleveren. Organisaties zullen dan ook keuzes maken in wat ze wel en niet delen. Een vraag die we ons bijgevolg kunnen stellen is: Wat zijn de gevolgen hiervan voor het publiek? Kunnen we als individu een onafhankelijke keuze maken of wordt onze blik in een bepaalde richting gestuurd? Zo blijkt uit een andere studie binnen dit project, uitgevoerd door Violetta Jitomirskaya, dat vijftigplussers zich inderdaad niet altijd bewust zijn van de herkomst van gezondheidsinformatie. We moeten bijgevolg het publiek bewustmaken van de herkomst van deze informatie zodat zij eveneens vanuit het perspectief van de organisatie de gezondheidsinformatie kunnen interpreteren. Neem nu wederom de website over hoofdpijn. De informatie op deze website is niet per definitie fout, maar men moet zich wel bewust zijn van het commercieel motief dat achter deze website schuilt. Op die manier zal men meer in staat zijn om deze informatie op de juiste manier te interpreteren.

 Copyright 2015 | all rights reserved | gepubliceerd op 22-06-2015