Het belang van landconflicten en de uitdagingen voor landhervorming in het Grote Meren gebied

Auteur: Dr. Mathijs van Leeuwen

Mathijs van Leeuwen is ontwikkelingssocioloog en werkzaam als Universitair Docent bij het Centrum voor Internationaal Conflict Analyse & Management (CICAM) van de Radboud Universiteit Nijmegen. Daarnaast is hij als onderzoeker verbonden aan het Afrika Studiecentrum van Leiden Universiteit, waar hij een onderzoeksprogramma coördineert over landconflicten, lokaal bestuur en decentralisatie in Oeganda, Burundi en Zuid Soedan.

“Toen ik terugkeerde uit de bush kreeg ik een conflict met mijn schoonfamilie over ons land”, vertelt een vrouw in een voormalig kamp voor ontheemden in Noord-Oeganda. Ze is als kind ontvoerd door de Lord’s Resistance Army en heeft meegevochten in de burgeroorlog, die in 2006 tot een einde kwam. “De broer van mijn schoonvader zegt dat ik demonen meebreng die andere mensen kunnen doden. Zijn zoon was ook ontvoerd en vocht in dezelfde unit als ik. Maar hij werd gedood, en de broer van mijn schoonvader haat me nu, omdat ik zijn zoon niet heb kunnen redden. Ik heb geprobeerd dit conflict aan te kaarten bij de Local Council, maar de voorzitter is familie van mijn schoonvader”.

straatbeeld burundiHet verhaal van deze vrouw illustreert een urgent probleem in veel post-conflict situaties in het Grote Meren gebied in Afrika. Gewelddadige conflicten resulteren in complexe, lokale landconflicten. Tijdens jarenlang geweld in Burundi en Zuid-Soedan werd land van vluchtelingen ingenomen door ontheemden van elders, die het nu niet meer terug willen geven aan de oorspronkelijke eigenaars. Maar ook familieleden en buren veroorzaken conflicten: ze komen bijvoorbeeld eerder terug dan de eigenaar en pikken het land dan in of verkopen het. In de schemerige transitieperiode van oorlog naar vrede in Noord-Oeganda ontbrak regelgeving, of wisten buitenstaanders deze op handige wijze te omzeilen. Connecties met militairen of het zwaaien met een geweer vergemakkelijken landdiefstal in deze periode. In de nasleep van grootschalig geweld kunnen onopgeloste landkwesties het moeilijk maken voor lokale boeren om in hun levensonderhoud te voorzien. Onopgeloste landkwesties dragen bij aan het voortduren van lokale instabiliteit, of vormen zelfs de voedingsbodem voor nieuw geweld.

In het onderzoeksprogramma ‘Grounding Land Governance’ hebben onderzoekers en promovendi van het Afrika Studiecentrum van Leiden Universiteit, Mbarara University for Science & Technology in Oeganda, het Centrum voor Internationaal Conflict Analyse & Management van de Radboud Universiteit, en Rampenstudies Wageningen onderzoek gedaan naar landconflicten in Burundi, Oeganda en Zuid-Soedan.[1]

Ons onderzoek laat zien dat gewelddadig conflict niet alleen resulteert in een herordening van landeigendom, maar vooral gevolgen heeft voor de manier waarop land bestuurd wordt. Gewelddadig conflict vermindert de bestuurlijke capaciteit van statelijke en traditionale authoriteiten, en leidt ertoe dat zij zeggenschap verliezen, bijvoorbeeld omdat ze partij gekozen hebben in het conflict. Normen en regels over land die vóór de burgeroorlog golden zijn niet meer vanzelfsprekend.

Belangrijk is ook dat onenigheid over land maar al te vaak gerelateerd raakt aan andere conflicten. Veronderstelde ongelijkheid in de mogelijkheden om je land te registreren of een conflict in jouw voordeel te beslechten wordt al snel in verband gebracht met andere grieven. In Burundi worden lokale landconflicten soms geïnterpreteerd in termen van een nationaal, politiek conflict tussen Hutu en Tutsi. In Oost-Congo en Zuid-Soedan wordt het al dan niet erkennen van claims over land gezien als bevestiging van claims over burgerschap en de mate waarin je kunt waarmaken ‘inheems’ te zijn. In dergelijke gevallen verbergt de term ‘landconflict’ een enorme onderliggende complexiteit.

Ten slotte zijn landkwesties zo belangrijk omdat ze vaak raken aan de kern van de wederopbouw van de staat na een gewelddadig conflict. Onzekerheden en conflicten over landeigendom zijn een van de belangrijkste zaken waarvoor lokale boeren te rade gaan bij hun overheden. Hoe die lokale overheden vervolgens omgaan met die kwesties bepaalt sterk de verwachtingen die mensen hebben van hun overheden. Landbestuur is een cruciale zaak, waarmee overheden lokaal vertrouwen kunnen winnen, maar ook juist verliezen.

Niet voor niets voelen overheden en ontwikkelingsorganisaties in de landen in de Grote Meren regio de noodzaak de manier waarop land bestuurd wordt ingrijpend te reorganiseren. Echter, land politiek is na een burgeroorlog een hachelijke en politiek gevoelige onderneming. De manier waarop bestuurlijke hervorming rondom land vorm krijgt en omgaat met grieven en onregelmatigheden uit het verleden is vaak omstreden. Vaak leidt het tot heftige onenigheid over wie het voor het zeggen hebben en de regels die moeten gelden.

Ons onderzoeksprogramma brengt aan het licht dat veel bestuurlijke hervormingen -zoals decentralizatie, het erkennen van traditioneel landbestuur, of het introduceren van nieuwe manieren van landregistratie- bijdragen aan het oprichten van nieuwe instituties naast de reeds bestaande. Voor lokale boeren is dan onduidelijk wie verantwoordelijk is. Nieuwe regelgeving is dubbelzinnig, tegenstrijdig met eerdere regels, of controversieel.

Veel overheden zien de periode na burgeroorlog als de ideale gelegenheid om landbestuur radicaal te reorganiseren. Dit leidt soms tot erkenning van traditionale claims op land en traditioneel landbestuur, maar kan juist ook resulteren in een enorme nadruk op modernisering en schaalvergroting, die ten koste gaat van kleine boeren of communaal landeigendom. Lokale landregistratie in Burundi, bedoeld om meer zekerheid te creëren in een situatie waar voorheen alleen rijken eigendomspapieren bezaten, kon bestaande conflicten niet op lossen, rakelde soms juist sluimerende conflicten op, of formaliseerde onregelmatig verworven land.

In post-conflict situaties is de mate van legitimiteit van het nieuwe systeem een belangrijke uitdaging. In Zuidwest-Oeganda speculeerden mensen 25 jaar na het beëindigen van een burgeroorlog nog steeds over het weer opengooien van geschillen over land die al jaren geleden door het huidige regime opgelost waren. Dit laatste voorbeeld onderstreept dat landkwesties èn de manier waarop ze opgelost worden een diepe erfenis kunnen nalaten, lang nadat de burgeroorlog die ze veroorzaakt heeft over is, en een mogelijke aanleiding kunnen zijn voor nieuw geweld.

[1] Wil je meer weten over onze bevindingen? Bekijk dan onze video op YouTube, of bezoek de website van het Afrika Studiecentrum. ‘Grounding Land Governance’ wordt gefinancieerd door NWO-Wotro Science for Global Development. De onderzoekers in het project zijn: Doreen Kobusingye (PhD onderzoek in Noord-Oeganda), Peter Hakim Justin (PhD onderzoek in Zuid-Soedan), Rosine Tchathoua (PhD onderzoek in Burundi), Mathijs van Leeuwen, Charles Muchunguzi, Han van Dijk, en Gemma van der Haar.

 

 All rights reserved | Copyright 2015 | gepubliceerd op xx-09-2015