Een halve eeuw Islamitisch onderwijs op Nederlandse scholen

Auteurs: Ina ter Avest, Marjoke Rietveld-van Wingerden

Vanaf 1960 zijn in landen als Italië, Spanje, Turkije en Marokko arbeiders geworven om te voldoen aan de behoefte aan arbeidskrachten in Noord-Europa. Zij werden ‘gastarbeiders’ genoemd, omdat zowel de arbeiders als de ontvangende landen uitgingen van een tijdelijke situatie. Van de gastarbeiders uit Turkije en Marokko waren de meesten moslim, toen een nieuw fenomeen in Nederland. De meerderheid keerde echter niet terug en in het kader van gezinshereniging kwamen vanaf 1975 ook vrouwen en kinderen over. Deze kinderen vormden een uitdaging voor het onderwijs. In Nederland kennen we een verzuild onderwijssysteem. Naast openbare zijn er bijzondere, overwegend protestantse en katholieke, scholen. De vraag is hoe dit duale onderwijsstelsel heeft gereageerd op de komst van een relatief nieuwe godsdienst: de Islam.

Toen de gastarbeiders kwamen, was de Islam echter niet geheel onbekend in Nederland. Al vier eeuwen was er ervaring opgedaan als koloniale mogendheid met het grotendeels islamitische land Indonesië. Het is dan ook niet vreemd dat de Leidse universiteit in de zeventiende eeuw begon met  een centrum voor de studie van Arabische taal en cultuur,  inclusief de islamitische godsdienst. In de eerste helft van de twintigste eeuw trokken  Indonesische studenten naar Nederland, wat leidde tot de vestiging van de eerste moskee, in Den Haag. Ondanks het studiecentrum in Leiden en ondanks het ontstaan van enkele moskeeën in Nederland, bleef de Islam onbekend en werd met de komst van gastarbeiders deze godsdienst beschouwd als een ‘vreemde godsdienst’.

Voor de moslims was het Nederlandse verzuilde onderwijssysteem verwarrend. Aanvankelijk stuurden sommige ouders hun kinderen naar openbare scholen op advies van de gemeente waarin ze woonden. Al gauw echter gaven islamitische ouders de voorkeur aan christelijke scholen, katholiek of protestant, onder andere vanwege de positieve aandacht voor godsdienst. Om de integratie van de ‘nieuwkomers’ te bevorderen is in 1985 het schoolvak ‘Geestelijke Stromingen’ geïntroduceerd. Dit vak heeft zich later ontwikkeld tot ‘Burgerschap en Sociale Integratie’.

Enkele christelijke scholen hebben ‘interreligieus leren’ ontwikkeld. Het verschil tussen Christendom en Islam werd door hen niet gezien als een probleem, maar als een uitdaging. Zij namen de islamitische achtergrond van de leerlingen als uitgangspunt en ontwikkelden lesmateriaal waarin de ontwikkeling van wederzijds begrip en tolerantie voor ‘de ander’ centraal staat. Zo is in 1978 is in Amsterdam de ‘Goed Nieuws School’ opgericht. In 1989 start in Ede de Juliana van Stolbergschool met ‘ontmoetingsonderwijs’, later ‘herkenningsonderwijs’. In 2000 introduceerden Rotterdamse christelijke basisscholen het Structureel Identiteits Beraad. Islamitische scholen begonnen even later met  ‘Identiteits Commissies’. In 2004 startte in Amsterdam in de Bijlmer ‘DE Brede School’, als een samenwerkingsverband  tussen een openbare, christelijke en islamitische basisschool.

Niet alle scholen bleken bereid of in staat de Islam te integreren in hun onderwijsaanbod. Moslims hebben daarom ook eigen islamitische scholen gesticht. De eerste twee ontstonden op initiatief van de Turkse gemeenschap in 1987 in Rotterdam (Al-Ghazali school) en van de Marokkaanse gemeenschap in Eindhoven (Tariq Ibnoe Ziyad school). In 2015 zijn er 49 islamitische basisscholen, waarvan de kwaliteit wordt bewaakt door de in 1990 opgerichte Islamitische School Besturen Organisatie (ISBO). .

Onze conclusie is dat de meest invloedrijke initiatieven om de islam te integreren in het onderwijsaanbod door zowel christelijke als islamitische scholen zijn genomen. De focus ligt op identiteitsontwikkeling van leerlingen en de kennis van leerkrachten over, en hun houding ten opzichte van, religieuze diversiteit. Het doel is integratie van nieuwkomers in een samenleving die gekenmerkt wordt door diversiteit.

Aanvankelijk lag bij het insluiten van islamitische leerlingen in het Nederlandse verzuilde onderwijssysteem de nadruk op gedeelde waarden en normen, gebaseerd op vertrouwde verhalen uit de respectievelijke heilige geschriften, Koran en Bijbel. Ook de gedeelde houding en verwachting van leerkrachten en ouders – het stimuleren van de ontwikkeling van alle leerlingen tot gerespecteerde en tolerante participanten in de Nederlandse samenleving – heeft een belangrijke rol gespeeld. Helaas is tot nu toe weinig aandacht besteed aan het fundamentele ‘anders’-zijn van ‘de ander’, en het recht van ouders om hun kinderen op te voeden in de eigen culturele en religieuze traditie. Opvoeding en onderwijs zouden ons inziens niet weg moeten kijken van dit belangrijke recht van ouders en kinderen. De leerkracht is ‘de poortwachter’ van de ontmoeting. De school is  een tussenruimte tussen het micro-systeem van het gezin en het macro-systeem van de samenleving. De dialoog van leerkrachten en ouders over de manier waarop de leerkracht de tussenruimte inricht, is ons inziens van essentieel belang. Hier ligt een taak voor elke school.

—–


Ina ter Avest (cultuur- en godsdienstpsycholoog) is lector geweest aan de Stenden Hogeschool en Hogeschool Inholland. Als senior docent/onderzoeker was zij verbonden aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. In haar onderzoek richt zij zich op identiteitsontwikkeling: van leerkrachten/docenten, van leerlingen/studenten en van onderwijsinstellingen. Zij publiceert over haar werk, alleen en samen met collega’s, zowel nationaal (o.a. Narthex) als internationaal (o.a. British Journal of Religious Education –  waarin de Engelse uitgebreide versie van bovenstaande tekst is opgenomen –  en Religious Education).

Marjoke Rietveld-van Wingerden (historisch pedagoog) is senior docent/onderzoeker aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Haar onderzoek behelst de geschiedenis van o.a. Joods en Islamitisch onderwijs, dovenonderwijs, en woordblindheid en dyslexie. Haar werk is gepubliceerd zowel nationaal als internationaal in relevante vak- en wetenschappelijke tijdschriften (o.a. Pedagogiek, History of EducationBritish Journal of Religious EducationJournal of Beliefs and Values). Haar meest recente publicatie is ‘Van woordblindheid tot dyslexie. De geschiedenis van leesproblemen in het Nederlandse onderwijs’ (2016).