Immigratieopvattingen in Europees perspectief
Door: Dr. Roza Meuleman

Roza Meuleman is universitair docent bij de afdeling Sociologie aan de Radboud Universiteit. Ze is als assistent Nationaal Coördinator verantwoordelijk voor de ESS-dataverzameling in Ronde 7 (2014) en Ronde 8 (2016).

In het begin van de 21ste eeuw werd de wereld opgeschrikt door de aanslagen in de Verenigde Staten en de bomaanslagen in Londen en Madrid. Nederland had te maken met de opkomst van (en moord op) de ver rechtse politicus Pim Fortuyn en de moord op kritische filmmaker Theo van Gogh. Sinds begin 2015 is Europa in de ban van de terroristische aanslagen in Parijs, maar ook van grote vluchtelingenstromen uit Noord-Afrika en het Midden-Oosten.. In het publieke debat wordt er veel gesproken over de invloed van deze gebeurtenissen op houdingen ten opzichte van migratie en integratie. Met behulp van de European Social Survey is onderzocht in hoeverre de publieke opinie over migratie onder de autochtone bevolking veranderd is in de afgelopen 12 jaar, vanaf 2002 tot en met 2014, aan de vooravond van de grote instroom van vluchtelingen en de aanslagen in Parijs.

Trends en landenverschillen in de steun voor het toelaten van migranten en asielzoekers

Over de jaren heen wordt in vrijwel alle onderzochte landen een toegenomen bereidheid geconstateerd om personen van een andere huidskleur en/of etnische achtergrond te ontvangen. Vooral in Estland en Duitsland is de stijging groot. Uitzonderingen zijn Polen en Tsjechië waar een dalende bereidheid wordt geconstateerd.

 Figuur 1: Trends en landenverschillen in de steun voor het toelaten van enkele of veel migranten met een andere huidskleur of etnische achtergrondRoza_F1Noot: % ‘Velen/een aantal toelaten om hier te komen wonen’.
Bron: ESS1 – ESS7 (ed.1.0), gewogen data.

Daarnaast blijkt dat tussen 2002 en 2014, in vrijwel alle landen de overtuiging dat overheden genereus moeten zijn in hun asielprocedures, is toegenomen. Desalniettemin zijn de landenverschillen groot, variërend van minder dan een derde (Nederland, België, Tsjechië en Zwitserland) tot bijna twee derde (Polen en Zweden) van de inwoners die instemt met genereuze procedures voor asiel.

Figuur 2:  Landenvergelijking in genereuze behandeling van asielaanvragen door de overheid
Roza_F2
Noot: % ‘(Sterk) mee eens’. Bron: ESS1 en ESS7 (ed.1.0), gewogen data.

Ervaren economische dreiging

Eerder onderzoek heeft laten zien dat gepercipieerde negatieve gevolgen van migratie een grote rol spelen bij weerstand tegen migratie onder de autochtone bevolking (e.g. Scheepers, Gijsberts & Coenders, 2002). Er wordt verondersteld dat autochtonen en migranten concurreren om schaarse goederen in een samenleving, zoals werk, huizen, inkomen en welvaart. Het is te verwachten dat autochtone lager opgeleiden, die aan de onderkant van de arbeidsmarkt werkzaam zijn en vaker op zoek zijn naar woningen in buurten waar ook niet-Westerse en Oost-Europese migranten komen wonen, in sterkere mate economische concurrentie en daardoor dreiging ervaren. Daarnaast wordt ook verondersteld dat vooral in landen (en perioden) waarin het slechter gaat met de economie, de ervaren economische dreiging toeneemt.

De data ondersteunen dit grotendeels: in de (welvarende) Scandinavische landen en Duitsland wordt relatief positief gedacht over de bijdragen van migranten bij het stimuleren van nieuwe baanmogelijkheden en een goede invloed op de economie. In de onderzochte (minder welvarende) Oost-Europese landen zoals Slovenië en Tsjechië ervaart men meer economische dreiging. Verder blijkt dat – in alle onderzochte landen – hoger opgeleiden positiever zijn over de gevolgen van migratie voor de creatie van banen dan lager en middelbaar opgeleiden.

Veranderingen over de tijd zijn divers. Vooral in Duitsland is men tussen 2002 en 2014 steeds positiever gaan aankijken tegen de economische impuls van migranten. Het meest opmerkelijk is de recente ontwikkeling tussen 2012 en 2014 waarin het oordeel over de economische voordelen van migratie negatiever is geworden in het merendeel van de onderzochte landen. De sterkste verandering doet zich voor in Oost-Europa en in Nederland.

Figuur 3: Trends en landenverschillen in steun voor de stelling dat migratie goed is voor de economieRoza_F3Noot: Gemiddelde score op een schaal van 0 (slecht) – 10 (goed). Bron: ESS1 – ESS7 (ed.1.0), gewogen data.

Figuur 4: Landenvergelijking in steun voor de stelling dat migratie banen creëertRoza_F4Noot: Gemiddelde score op een schaal van 0 (banen inpikken) – 10 (nieuwe banen creëren). Bron: ESS1 en ESS7 (ed.1.0), gewogen data.

Ervaren culturele dreiging

Naast economische dreiging, kunnen mensen ervaren dat hun culturele leven of de nationale identiteit wordt bedreigd – bijvoorbeeld vanuit het idee dat migranten andere gewoonten hebben, of andere opvattingen en ideeën zoals over democratie, homoseksualiteit, of vrouwenemancipatie (McLaren, 2003; Lucassen & Lubbers, 2012).

In Scandinavische landen (Finland en Zweden) en Duitsland denken inwoners relatief positief over de gevolgen van migratie voor het culturele leven in hun land. In Tsjechië, Slovenië en Oostenrijk onderschrijft men dit veel minder. Inwoners van meer welvarende landen zijn positiever over de verrijking van het culturele leven door de komst van migranten. Daarnaast blijken lager en middelbaar opgeleiden meer culturele dreiging te ervaren dan hoger opgeleiden in alle onderzochte landen.

Binnen landen blijft ervaren culturele dreiging redelijk stabiel tussen 2002 en 2014. In de laatste periode (2012 -2014) is er wel een opmerkelijke daling en stijging; in Denemarken, Nederland en Oost-Europa neemt de vrees voor de nationale culturele identiteit toe, terwijl in Frankrijk en Zweden juist meer verrijking van het culturele leven door migratie wordt ervaren.

Conclusie

In veel landen – vooral in West-Europa – is de publieke opinie gematigd positief over migratie en zijn migranten welkom. Toch valt ook op dat een aanzienlijk deel van de bevolking huiverig is voor migratie. Daarnaast zijn verschillen tussen landen groot, waarbij de positie van de hier onderzochte Oost-Europese landen en de recente ontwikkeling in bijvoorbeeld Nederland opvallen. Vervolgonderzoek zal uit moeten wijzen hoe migratieopvattingen na de gebeurtenissen in 2015 zijn veranderd.

——————

Dit is een bewerking van:

Meuleman, R., Lubbers, M. & Kraaykamp, G. (2016). Attitudes towards migration in a European perspective. Trends and differences. In J. Boelhouwer, G. Kraaykamp, & I. Stoop (Eds.), Trust, life satisfaction and opinions on immigration in 15 European countries (pp.32-55). Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau.

Literatuurlijst

Lucassen, G. & Lubbers, M. (2012). Who fears what? Explaining far-right-wing preference in Europe by distinguishing perceived cultural and economic ethnic threats. Comparative Political Studies, 45(5), 547-574.

McLaren, L. (2003). Anti-immigrant prejudice in Europe: Contact, threat perception and preferences for the exclusion of migrants. Social Forces, 81, 3: 909-936.

Scheepers, P., Gijsberts, M. & Coenders, M. (2002). Ethnic exclusionism in European countries. Public opposition to civil rights for legal migrants as a response to perceived ethnic threat. European Sociological Review, 18, 17-34.

 Copyright 2016 All rights reserved | gepubliceerd op: 09-02-2016