Effecten van uitkering op criminaliteit
Auteur: Janna Verbruggen, MSc.
Janna Verbruggen werkt bij de afdeling Strafrecht en Criminologie van de Vrije Universiteit en het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving. Ze doet promotieonderzoek naar de relatie tussen werk en criminaliteit. Ze voerde dit onderzoek naar effecten van werk en uitkeringen op criminaliteit samen met Robert Apel, Victor van der Geest en Arjan Blokland uit. 

Effecten van werk en uitkeringen op criminaliteit

Het Nederlandse systeem van sociale zekerheid is ontworpen als sociaal vangnet voor de meest kwetsbaren in de samenleving. Mensen die niet in staat zijn om zichzelf financieel te onderhouden worden van een minimum inkomen voorzien. Een voorbeeld van zo’n kwetsbare groep, is de groep jongvolwassenen die tijdens hun adolescentie vanwege ernstig probleemgedrag in een justitiële jeugdinrichting geplaatst worden. Deze jongeren kunnen problemen ondervinden op de arbeidsmarkt, bijvoorbeeld omdat ze vaak laag opgeleid zijn, last hebben van psychische of psychiatrische problemen en een strafblad hebben. Deze factoren vergroten bovendien de kans dat deze jongeren hun criminele gedrag voortzetten in de volwassenheid.

Invloeden van werk

Eerdere studies laten zien dat wanneer probleemjongeren werk vinden, hun criminele gedrag afneemt. Er wordt gedacht dat dit komt doordat men met werk een inkomen verdient, waardoor het niet langer nodig is om via criminele activiteiten aan geld te komen. Maar werk is mogelijk meer dan alleen een bron van inkomsten. Werk kan ook andere positieve veranderingen teweeg brengen, zoals een verantwoordelijkheidsgevoel, toenemende competentie en het gevoel nuttig te zijn. Hierdoor gaat iemand zich verbonden voelen met zijn of haar werk, met andere woorden: men bouwt ‘sociaal kapitaal’ op. Hoe meer sociaal kapitaal iemand heeft, des te minder hij of zij dat op het spel zou willen zetten door criminaliteit te plegen.

Het effect van een sociaal vangnet

Aangezien Nederland een relatief sterk sociaal vangnet kent, rijst de vraag of, net als werk, ook het ontvangen van een uitkering kan bijdragen aan een afname in crimineel gedrag. Immers, mensen met een uitkering hebben, net als mensen die werken, een inkomen. Ze hebben echter niet de kans om sociaal kapitaal op te bouwen.

Om dit te onderzoeken is een groep jongens en meisjes (N=540) onderzocht, die in de jaren negentig in een justitiële jeugdinrichting behandeld werden voor gedragsproblemen. Zij zijn vanaf hun 18de tot 32-jarige leeftijd gevolgd. Van deze jongeren zijn officieel geregistreerde gegevens over werk, uitkeringen en veroordelingen verzameld. Aan de hand van deze gegevens zijn de effecten van werk en uitkeringen op criminaliteit van deze mensen onderzocht.

Arbeidsparticipatie, werkloosheid en criminaliteit

De resultaten laten zien dat een groot deel van de probleemjongeren crimineel gedrag vertoont in de volwassenheid. Het blijkt dat de arbeidsparticipatie in deze groep een stuk lager is dan in de Nederlandse bevolking. 15 Procent van de onderzoeksgroep is chronisch werkloos tijdens de gehele observatieperiode. Hoewel de meerderheid van de mannen en vrouwen wel op enig moment tijdens de observatieperiode werk heeft, ontvangt ook een aanzienlijk deel van de onderzoeksgroep op enig moment een uitkering.

Meer mannen dan vrouwen worden veroordeeld voor een delict, ook worden mannen gemiddeld vaker veroordeeld. Verder toont dit onderzoek aan dat voor mannen zowel werk als het ontvangen van een uitkering samenhangen met een afname in het aantal veroordelingen. Ook voor vrouwen hangt het hebben van werk samen met een afname in crimineel gedrag. Echter, het ontvangen van een uitkering, en vooral een uitkering wegens arbeidsongeschiktheid, hangt voor vrouwen juist samen met een toename in criminaliteit.

Voor mannen lijkt dus het ontvangen van een inkomen, ongeacht of dat van werk of een uitkering afkomstig is, criminaliteit te kunnen verminderen. Echter, het hebben van werk heeft een sterker effect op criminaliteit dan het ontvangen van een uitkering. Dit wijst dus, naast het belang van inkomen, ook op het belang van sociaal kapitaal bij het stoppen met criminaliteit.

Voor vrouwen lijkt met name het sociaal kapitaal, dat werk met zich mee brengt, samen te hangen met het stoppen met crimineel gedrag. Het is niet helemaal duidelijk waarom voor vrouwen het ontvangen van een arbeidsongeschiktheidsuitkering samenhangt met een toename in crimineel gedrag. Een mogelijke verklaring hiervoor is dat vrouwen vaker een uitkering wegens arbeidsongeschiktheid ontvangen in verband met psychische of psychiatrische problematiek, die vervolgens de kans op criminaliteit vergroot. Vrouwen lijken last te hebben van meer complexe problematiek dan mannen, waardoor het ontvangen van financiële ondersteuning van de overheid alleen niet voldoende is om crimineel gedrag te voorkomen.

Conclusie: Er zijn verschillen tussen mannen en vrouwen

Kortom, zelfs in een groep kwetsbare mannen en vrouwen die problemen op de arbeidsmarkt ondervinden, blijkt werk van invloed te zijn op hun criminele gedrag. De mate waarin het relatief sterke sociale vangnet in Nederland erin slaagt om criminaliteit in kwetsbare groepen te verminderen verschilt echter voor mannen en vrouwen.

Toekomstig onderzoek, waarin beter naar de achtergronden van mensen die een uitkering ontvangen gekeken wordt, en waarin specifiek naar vermogenscriminaliteit gekeken wordt, zal meer inzicht kunnen geven in de rol die inkomen speelt bij het voorkomen van criminaliteit.

 

Bron: Verbruggen, J., Apel, R., Van der Geest, V. & Blokland, A. (2013). Werk, uitkeringen en criminaliteit. Kwetsbare jongeren gevolgd van 18 tot 32 jaar. Mens & Maatschappij, Maatschappij, 88(3), 253-275.

 

Copyright 2014, all rights reserved | gepubliceerd op 15 januari 2014