Voorbereiding van Nederlandse Jihadgangers
Auteur: drs Jasper L. de Bie, dr. Christianne J. de Poot & Prof. dr. Joanne P. van der Leun

Jasper de Bie is criminoloog en werkzaam als promovendus aan de Universiteit van Leiden en het WODC. Binnen zijn promotieonderzoek analyseert hij de structuren en werkwijze van jihadistische netwerken aan de hand van politiedossiers. Christianne de Poot is Lector aan de HvA en senior onderzoeker bij het WODC. Joanne van der Leun is hoogleraar Criminologie aan de Universiteit van Leiden, Instituut voor Strafrecht & Criminologie.

De afgelopen jaren is er veel publieke aandacht geweest voor zogenaamde jihadistische uitreizigers, jihadgangers of foreign fighters. Dit zijn individuen met sympathieën voor een jihadistische doctrine die uitreizen naar buitenlandse conflictgebieden. Aldaar proberen zij mee te doen aan de gewapende strijd, willen ze de strijd faciliteren of trainingen ondergaan met het oog op toekomstige jihadistische activiteiten. Het aantal Nederlandse jihadgangers in bijvoorbeeld Syrië en Irak is inmiddels opgelopen tot ruim 160 personen. Om meer inzicht te krijgen in de werkwijze van jihadstrijders is door het WODC en de Universiteit Leiden een aantal jihadgangers nader bestudeerd. Deze jihadgangers waren tussen 2000 en 2013 actief en wilden vanuit Nederland naar jihadistische strijdgebieden afreizen. Voor dit onderzoek zijn 17 omvangrijke politiedossiers geanalyseerd en 21 interviews afgenomen met Officieren van Justitie, politiemedewerkers en advocaten. De politiedossiers bevatten onder meer rijke informatie over 51 (potentiële) jihadgangers. 

De werkwijze van jihadgangers

We hebben in totaal 5 verschillende processtappen kunnen onderscheiden. Samen vormen deze stappen een blauwdruk van de jihadgang. De verschillende processtappen hoeven elkaar niet per definitie op te volgen, ze kunnen ook gelijktijdig worden verricht.
(1) De oriëntatiefase: men oriënteert zich op een jihadistische doctrine en op een specifiek land of strijdtoneel.
(2) De contactfase: contacten worden gelegd met facilitators die de subjecten stimuleren en faciliteren bij hun voorbereiding op een reis en die hun toekomstige daden legitimeren.
(3) De uitvoeringsfase: de subjecten verrichten concrete handelingen die hen toegang kunnen verschaffen tot het jihadistische strijdgebied. Deze handelingen lopen uiteen van het verkrijgen van financiële middelen en van reisdocumenten, tot fysieke voorbereiding op de strijd.
(4) De afrondingsfase: in deze fase worden emotionele en praktische activiteiten verricht, zoals het opnemen of opschrijven van testamenten en het afleggen van bezoekjes aan familie en vrienden als vorm van afscheid of het opzeggen van de huur.
(5) De vertrekfase: om daadwerkelijk de grens met een conflictgebied over te kunnen steken hebben subjecten de hulp nodig van zogenaamde brokers en fixers, die fungeren als intermediair tussen het land van vertrek en van aankomst.

Periodieke verschillen

Tegelijkertijd hebben we gekeken naar periodieke verschillen in de werkwijze van deze 51 jihadgangers. Tussen 2000 en 2013 hebben zich drie ontwikkelingen voorgedaan. Ten eerste beïnvloeden geopolitieke veranderingen de jihadgangers in hun keuze voor een conflictgebied en een doelwit. Ook beïnvloeden deze de ideologische legitimering van jihadistische activiteiten. De veranderingen in oriëntatie hebben ook een andere werkwijze tot gevolg. Een nieuw strijdgebied en een andere ideologische invalshoek leiden automatisch ook tot andere keuzes in vervolgstappen die genomen worden in het voorbereidingsproces. In de tweede plaats zijn jihadistische netwerken in de loop van de tijd sterk veranderd. Zo zijn relatief georganiseerde internationale netwerken in de loop der jaren vervangen door relatief ongeorganiseerde home grown netwerken. Door deze verandering hebben de subjecten in latere stadia beperktere middelen tot hun beschikking, wat uiteindelijk ook innovatie in werkwijze genereert. Ten derde zien we dat technologische ontwikkelingen van invloed zijn op de werkwijze van jihadgangers. De opkomst van het internet en van sociale media heeft de buitenlandse conflicten veel beter zichtbaar gemaakt. Dit is van invloed geweest op het bewustzijn en de oriëntatie van de jihadgangers. Tevens zijn door deze ontwikkeling de communicatiemogelijkheden verruimd, waardoor de communicatie van jihadgangers onderling is versterkt en de voorbereiding versoepeld.

Mogelijkheid tot interventie

De uiteenzetting van een crime-script en van de wijze waarop dit beïnvloed wordt door maatschappelijke ontwikkelingen kan beleidsmakers ondersteunen bij het identificeren van interventiemogelijkheden. Ons onderzoek laat zien dat moderne fenomenen zoals jihadistisch terrorisme en foreign fighting enerzijds bestaan uit voorspelbare stappen die genomen moeten worden om deze activiteiten te kunnen verrichten, en anderzijds ook gezien moeten worden als dynamische fenomenen, waarin de concrete stappen van de betrokkenen snel kunnen wijzigen. Het is van belang om oog te hebben voor dergelijke fenomenen, en voor de wijze waarop deze fenomenen door maatschappelijke ontwikkelingen worden beïnvloed bij het  ontwikkelen van preventiemaatregelen.

Jasper L. de Bie, Christianne J. de Poot & Joanne P. van der Leun (2015) Shifting modus operandi of jihadist foreign fighters from the Netherlands between 2000 and 2013: a crime script analysis. In: Terrorism and Political Violence, in press.

 

Copyright 2015, All rights reserved | gepubliceerd: 05-03-2015