Welzijn van ouders gescheiden van hun kinderen door migratie

Auteur: Karlijn Haagsman, MSc.

Karlijn Haagsman is promovendus aan de Universiteit van Maastricht. Alvorens aan het promotietraject te beginnen studeerde zij Culturele Antropologie in Nijmegen en heeft daarnaast de onderzoeksmaster ‘Migration, Ethnic Relations and Multiculturalism’ in Utrecht gedaan. Het onderzoek dat zij nu verricht maakt deel uit van een groter onderzoeksproject TCRAf-EU, dat gefinancierd wordt door NORFACE.

Welzijn van ouders gescheiden van hun kinderen door migratie

In de laatste decennia hebben toenemende migratie en globalisering de wereld ingrijpend veranderd, vooral in de familiesfeer. Onderzoek suggereert dat als gevolg steeds meer transnationale families ontstaan – families waarvan de leden in verschillende landen woonachtig zijn. Denk bijvoorbeeld aan ouders die vanuit Nigeria naar Nederland migreren om in het basisonderhoud van de familie te voorzien terwijl oma de zorg voor de kinderen op zich neemt in Nigeria. Sommige ouders kiezen er bewust voor hun kind niet mee te nemen. Zij willen bijvoorbeeld het onderwijs van hun kinderen niet verstoren of vinden het belangrijk dat hun kinderen opgroeien in de aanwezigheid van de grootfamilie. Echter, de scheiding van ouders en kinderen kan ook ongewild zijn en bijvoorbeeld het gevolg zijn van een rigide migratiebeleid. De stijging van het aantal transnationale families wordt onder andere toegeschreven aan toenemende migratie als gevolg van goedkope arbeid die nodig is in het Noorden, beter en goedkoper vervoer en communicatiemiddelen en striktere migratiewetten waardoor het moeilijker wordt om met de hele familie te migreren.

Hoewel het exacte aantal transnationale families waarin ouders en kinderen door migratie gescheiden zijn niet bekend is, zijn er in verschillende landen schattingen gemaakt. Zo schat Save the Children dat in Sri Lanka het aantal kinderen waarvan de moeder in het buitenland woont rond de 1 miljoen ligt. En UNICEF schat dat in Moldova van ongeveer 117.00 kinderen ten minste één ouder in het buitenland woont. Deze en andere maatschappelijke organisaties zijn bezorgd om de effecten die dit heeft voor deze ouders en hun kinderen. Ondanks het grote aantal van dit soort families en de effecten die de separatie kan hebben op zowel het land van herkomst als het gastland, is hier weinig over bekend. Het TCRAf-EU project probeert hier inzicht in te verschaffen door te kijken naar de effecten van transnationaal familieleven op kinderen in Ghana, Nigeria en Angola, en hun ouders verblijvend in Nederland, Ierland en Portugal.

Hoewel we in het project naar meerdere aspecten van de transnationale familie kijken, zal ik hier reflecteren op de effecten die het transnationaal familieleven hebben op de mentale gezondheid van Angolese en Nigeriaanse migrantenouders in Nederland. Om dit te onderzoeken hebben we 300 Nigeriaanse en 300 Angolese ouders geïnterviewd. De helft van deze ouders heeft tenminste één kind dat in het land van herkomst woont (transnationale ouders) en de andere helft woont met hun kinderen in Nederland (niet-transnationale ouders). Door deze laatste controle groep mee te nemen kunnen we kijken of er een verschil is in het welzijn van transnationale ouders en of dit het gevolg is van de scheiding tussen ouder en kind. Mentaal welzijn meten we met behulp van de General Health Questionnaire (GHQ), die bestaat uit 12 vragen over bijvoorbeeld geluk, depressie, concentratievermogen, en stress. Deze vragen vormen een schaal van 1 tot 12, waar hogere scores minder mentaal welzijn aanduiden.

Figuur 1: Gemiddelde scores mentaal welzijn (GHQ) migrantenouders
Figuur_1_KarlijnBron: TCRAf-Eu data
Notitie: Hoe hoger de score hoe minder het mentaal welzijn

Figuur 1 laat zien dat Angolezen een beduidend lager mentaal welzijn hebben dan Nigerianen. Dit is het gevolg van het oorlogsverleden van Angolezen. Vele Angolezen die naar Nederland zijn gekomen zijn gevlucht voor de oorlog die in hun land woedde tot 2002, en dit zie je terug in deze score. Daarnaast lijkt het op het eerste gezicht dat de scheiding van kinderen een negatief effect heeft op hun mentaal welzijn. Immers de scores van transnationale ouders zijn hoger dan die van niet-transnationale ouders. Echter, als we dit verder onderzoeken komt naar voren dat hier andere zaken aan ten grondslag liggen. Het feit dat transnationale ouders vaker ongedocumenteerd zijn en minder te besteden hebben, duidt een groot deel van het verschil dat we vinden. Ook de kind-ouder relatie verklaart een deel van onze bevindingen, want die is binnen transnationale families minder goed dan voor ouders die met hun kinderen leven. En deze relatie heeft een grote invloed op het welzijn van de ouders. Met andere woorden, niet de scheiding tussen ouder en kind heeft een negatieve invloed op het mentaal welzijn, maar de precaire omstandigheden waarin deze ouders zich vaak bevinden.

—————–

Bron: Haagsman, K., Mazzucato, V. & Dito, B. Transnational families and the subjective well-being of migrant parents: Angolan and Nigerian parents in The Netherlands (under review).

Copyright 2014, All rights reserved | gepubliceerd: 02-06-2014