Keuzevrijheid in doorwerken na pensioen

 Auteur: Ellen Dingemans, MSc.

Ellen Dingemans is werkzaam bij het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut (NIDI-KNAW) in Den Haag & Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG-RUG). Ze heeft daar recentelijk haar proefschrift over doorwerken na pensioen afgerond. De verdediging van het proefschrift vindt plaats aan de Rijksuniversiteit van Groningen in het voorjaar van 2016. Haar onderzoek richt zich op arbeidsparticipatie in de late carrière, doorwerken na pensioen en welbevinden van gepensioneerden.

‘Ik wil (niet) met pensioen’

Lange tijd werd aangenomen dat pensionering een vrijwillige keuze was. De laatste jaren is er echter steeds meer aandacht voor gedwongen en opgelegde keuzes rondom pensionering. Wetenschappelijk onderzoek in deze richting laat zien dat mensen het uittreden van de carrièrebaan als onvrijwillig kunnen ervaren. Zij ervaren bijvoorbeeld druk vanuit de organisatie of kampen met gezondheidsklachten.

Maar niet langer betekent onvrijwillig (of vrijwillig) uittreden per se een definitief vertrek van de arbeidsmarkt. In Nederland zien we dat ongeveer één op de vier à vijf ouderen terugkeert op de arbeidsmarkt na pensioen. Deze groep, zogenaamde ‘doorstarters’, werken na hun pensioen onder andere arbeidsvoorwaarden bij de oude werkgever, ze starten bij een nieuwe werkgever, of beginnen een eigen bedrijfje. Net als de beslissing om uit te treden, wordt ook de beslissing om al dan niet door te starten vaak gezien als vrijwillig. Toch kan ook hier de keuzevrijheid om al dan niet door te starten worden ingeperkt, bijvoorbeeld door omstandigheden op de arbeidsmarkt.

‘Ik wil (niet) doorstarten’

Doorstarten is een relatief nieuw fenomeen in Nederland. In Amerika is doorstarten al veel gebruikelijker. Amerikaanse wetenschappers onderzochten de eigenschappen van de mensen die een doorstart maken en van de mensen die volledig met pensioen gaan. Hieruit blijkt dat het vaak hoger opgeleide en gezonde ouderen zijn die doorwerken na pensioen. Hieraan wordt vaak een intrinsieke motivatie verbonden; deze mensen werken door omdat ze het leuk vinden. Wat veel minder aandacht krijgt in dit type onderzoek is dat er ook een groep is die wel door zou willen werken, maar daar niet in slaagt. Zij hebben bijvoorbeeld wel gezocht naar doorstartmogelijkheden, maar hebben deze niet kunnen vinden. Dit gegeven plaatst de vraag over wie uiteindelijk wel of niet een doorstart maakt in een ander licht. Externe factoren spelen een rol, want al ben je nog zo gemotiveerd, als er geen banen beschikbaar zijn zal het lastig worden om door te starten.

In Nederland behoort zo’n zeven procent tot de groep die geen doorstartbaan kan vinden. Met het Werk en Pensioen panel (NIDI) is onderzocht of er bepaalde groepen ouderen zijn die vaker dan gemiddeld geen doorstartbaan hebben kunnen vinden. In tegenstelling tot de verwachtingen blijken beroepsniveau en gezondheid nauwelijks te bepalen of men succesvol kan doorstarten. Wat wel van belang is, is of men vrijwillig of onvrijwillig  afscheid heeft genomen van de carrièrebaan. Dit is weergegeven in de figuur. Een onvrijwillig vertrek verhoogt de kans dat de zoektocht naar een doorstartbaan op niets uitloopt. Dit betekent een opeenstapeling van negatieve gebeurtenissen als het gaat om de toegang tot betaalde arbeid op latere leeftijd. Diegenen die onvrijwillig hun pensioen in gaan, worden benadeeld in de terugkeer op de arbeidsmarkt. Dit is jammer omdat er tekenen zijn dat dit een negatieve invloed heeft op het welbevinden van mensen.

Figuur: Al dan niet doorstarten en de vrijwilligheid van uittreden onder Nederlandse gepensioneerden.CaptureBron: NIDI Werk en Pensioen Panel, 2001-2011.

Een veranderend pensioenlandschap

De mensen die voor het NIDI Werk en Pensioen panel zijn onderzocht, hadden vaak nog toegang tot een VUT- of prepensioenregeling. Voor hen was vervroegde uittreding de norm. Maar het Nederlandse pensioenlandschap is aan het veranderen. Steeds vaker worden oudere werknemers gestimuleerd om langer door te werken. Regelingen voor vervroegd pensioen zijn inmiddels afgeschaft en de publieke pensioenleeftijd wordt stap voor stap verhoogd van 65 naar 67 jaar in 2021. Dit kan allerlei gevolgen hebben voor de keuzevrijheid die ouderen ervaren tijdens het pensioneringsproces. Ouderen moeten langer blijven werken, maar zijn fysiek en/of mentaal niet altijd in staat om hun veeleisende carrièrebaan vol te houden. Ook voor pensioen gaan ouderen dus mogelijk meer op zoek naar alternatieven die het hen mogelijk maakt om het langer doorwerken vol te houden. De vraag is of deze alternatieven beschikbaar zijn en voor wie. Dit is een vraag die in de toekomst beantwoord zal moeten worden. Wat voorop staat is dat het wel of niet hebben van betaald werk na pensioen (en op latere leeftijd in het algemeen) niet per definitie een vrijwillige keuze is.

Ellen Dingemans: dingemans@nidi.nl

NIDI-KNAW & UMCG-RUG

Voor meer informatie: zie http://gerontologist.oxfordjournals.org/content/early/2015/02/10/geront.gnu182.abstract

 

All rights reserved, copyright 2015 | Gepubliceerd op: 14-12-2015