Is mediamultitasking onder jongeren zorgelijk?

Is mediamultitasking onder jongeren zorgelijk?

Door: Winneke van der Schuur, MSc.

Winneke van der Schuur is promovenda aan de Universiteit van Amsterdam en het Onderzoekscentrum Jeugd en Media (CcaM). In haar promotieonderzoek richt ze zich op de mogelijke gevolgen van mediamultitasking op verschillende ontwikkelingsaspecten van jongeren.

Door recente technologische ontwikkelingen hebben jongeren 24 uur per dag, 7 dagen per week beschikking over media. Jongeren gebruiken deze media dan ook veelvuldig, namelijk meer dan zes uur per dag. Bovendien is het opvallend dat jongeren steeds vaker meerdere media tegelijkertijd gebruiken. Tijdens het kijken van televisie sturen ze bijvoorbeeld berichten naar vrienden via WhatsApp. In de afgelopen 20 jaar is het aantal jongeren dat meerdere media tegelijkertijd gebruikt bijna verdubbeld van 16% tot 29%. Naast meerdere media tegelijkertijd, gebruiken jongeren ook steeds vaker media tijdens schoolactiviteiten. Ongeveer de helft van de jongeren geeft aan dat ze tijdens het maken van huiswerk soms of zelfs vaak televisie kijken, sociale media gebruiken of berichten versturen. Verder komt het gebruik van media, bijvoorbeeld het versturen van berichten, steeds vaker voor tijdens de les. Het gebruik van meerdere media tegelijkertijd en het gebruik van media tijdens schoolactiviteiten wordt door onderzoekers ook wel mediamultitasking genoemd.

Minder slaap, mindere schoolprestaties?

TextingduringhomeworkAls reactie op de toename van mediamultitasking onder jongeren maken ouders, leerkrachten en onderzoekers zich zorgen over de mogelijk negatieve gevolgen van mediamultitasking op verschillende ontwikkelingsaspecten van jongeren. Ze vragen zich bijvoorbeeld af wat voor gevolgen het gebruik van meerdere media tegelijkertijd heeft op de slaap van jongeren. En vooral wat voor gevolgen het mediagebruik tijdens schoolactiviteiten heeft op de cijfers van jongeren. Om te onderzoeken of deze zorgen terecht zijn hebben wij een onderzoek opgezet onder zeven middelbare scholen in Nederland. Binnen dit onderzoek hebben we meer dan 1.000 jongeren tussen de 11 en 15 jaar oud gedurende het schooljaar 2014-2015 gevolgd. De jongeren hebben drie keer (in oktober, februari en juni) klassikaal een online vragenlijst ingevuld. In deze vragenlijst stonden verschillende vragen over algemeen mediagebruik, het gebruiken van meerdere media tegelijkertijd, het gebruiken van media tijdens schoolactiviteiten, het functioneren op school en slaapproblemen. Daarnaast kregen we de cijfers van de leerlingen van de scholen.

De eerste uitkomsten van het onderzoek laten zien dat het gebruik van meerdere media tegelijkertijd negatieve gevolgen heeft op de nachtrust van jongeren. Jongeren die vaker meerdere media tegelijkertijd gebruiken ontwikkelen meer slaapproblemen. Deze jongeren geven bijvoorbeeld vaker aan dat ze ‘s morgens moeite hebben met opstaan en zich overdag slaperig voelen. Dit zou kunnen komen doordat deze jongeren door het veelvuldig gebruiken van verschillende media tegelijkertijd hun hersenen constant blijven prikkelen. Hierdoor is het misschien moeilijker voor hen om voor het slapen gaan te ontspannen. Terwijl deze ontspanning juist zo belangrijk is voor een goede nachtrust.

De zorgen lijken echter niet te gelden voor elk ontwikkelingsaspect. In tegenstelling tot wat vaak wordt gedacht, laat ons onderzoek zien dat mediagebruik tijdens schoolactiviteiten geen negatieve gevolgen heeft op de cijfers van jongeren. In eerdere onderzoeken vonden onderzoekers wel relaties tussen het gebruiken van media tijdens schoolactiviteiten en cijfers, maar deze onderzoeken hebben geen rekening gehouden met schoolmotivatie. Jongeren die minder gemotiveerd zijn voor school halen vaker lagere cijfers en gebruiken ook vaker meerdere media tijdens schoolactiviteiten. Dus als het gaat om de cijfers van de jongeren zijn andere factoren, zoals schoolmotivatie, waarschijnlijk belangrijker dan mediagebruik tijdens schoolactiviteiten. Ons onderzoek laat wel zien, dat jongeren die veel media gebruiken tijdens schoolactiviteiten, het moeilijker vinden om zich te concentreren op hun huiswerk en om op te letten tijdens de les.

Niet altijd reden tot zorg, wel altijd duidelijke regels!

Het is belangrijk om jongeren te leren om te gaan met de constante beschikbaarheid van media. Patronen van veelvuldig mediagebruik ontstaan vaak geleidelijk en onbewust. Daarom is het goed om duidelijke regels op te stellen over het gebruik van media, het liefst vóór aanschaf van een apparaat. Daarnaast helpt het om als ouder het goede voorbeeld te geven. Hetzelfde geldt voor scholen en leerkrachten. Op scholen is er vaak onduidelijkheid over wat wel en niet wordt toegestaan in de klas. Dit verschilt soms zelfs per leerkracht. Het is belangrijk om hier één lijn in te trekken, zodat jongeren weten wanneer ze wel en geen media mogen gebruiken in de klas.

Er is nog meer onderzoek nodig naar de gevolgen van mediamultitasking om de vraag “Is mediamultitasking onder jongeren zorgelijk?” echt te kunnen beantwoorden. Op basis van dit onderzoek kunnen we in ieder geval concluderen dat het per ontwikkelingsaspect kan verschillen en er mogelijk dus niet altijd reden is tot zorgen. Daarom is het voor de toekomst belangrijk om meer inzicht te krijgen in hoeveel en voor welke ontwikkelingsaspecten mediamultitasking echt problematisch is.

Meer informatie over dit onderzoek is te vinden op: http://www.ccam-ascor.nl

Referenties

  • Rideout, V. J., Foehr, U. G., & Roberts, D. F. (2010). Generation M [superscript 2]: Media in the lives of 8-to 18-year-olds. Menlo Park, CA: Henry J. Kaiser Family Foundation
  • Rideout, V. (2015). The common sense census: Media use by tweens and teens. San Francisco, CA: Common Sense Media
  • Valkenburg, P. (2014). Schermgaande jeugd: over jeugd en media. Amsterdam: Prometheus

Copyright 2016, all rights reserved | Gepubliceerd op 18-04-2016