Transen tellen
Auteur: Lisette Kuyper, PhD.

Het SCP is een wetenschappelijk instituut dat – gevraagd en ongevraagd –  sociaal-wetenschappelijk onderzoek verricht. Het SCP rapporteert aan regering, parlement, ministeries en maatschappelijke en overheidsorganisaties. Lisette Kuyper is als onderzoeker verbonden aan de onderzoeksgroep Onderwijs, Minderheden en Methodologie. Zij voert verschillende grootschalige onderzoeken uit op het gebied van LHBT’ers. Voor versvak schrijft zij over een eerder verschenen onderzoek met betrekking tot transgender.

Transen Tellen

Als je het aantal mensen met hoofdpijn in Nederland wilt weten, ga je dat niet onderzoeken door te tellen hoeveel mensen er met zware migraine de hoofdpijnpoli binnenlopen. Bij het schatten van het percentage transgenders in Nederland is dit wel een gangbare methode. Hun aantal wordt geschat op basis van de aanmeldingen bij genderklinieken. Maar waarschijnlijk zijn er veel mensen die zich niet eenduidig man of vrouw voelen. Zij begeven zich niet in de medisch wereld omdat zij bijvoorbeeld bang zijn voor mogelijk negatieve gevolgen of omdat ze geen behoefte hebben aan medisch ingrijpen.

Wij wilden meer zicht te krijgen op het aantal mensen in Nederland dat zichzelf niet eenduidig en in lijn met hun paspoort als man of als vrouw ervaart. Ook wilden we weten in hoeverre zo’n afwijkende genderidentiteit altijd samengaat met bepaalde gevoelens of wensen: hebben alle mensen die zich een andere sekse voelen ook een afkeer van hun geboortelichaam en behoefte aan hormonen en/of operaties? We voegden daarom een aantal vragen toe aan een bevolkingsonderzoek naar seksuele gezondheid (zie Wijsen en De Haas, 2012). Het onderzoek werd uitgevoerd in een online panel. In totaal deden er 8064 mensen mee. Hun geslacht, leeftijd, opleiding en woonplaats waren vergelijkbaar met dat van de Nederlandse bevolking.

In totaal geeft 5.7% van de Nederlandse mannen en 4.0% van de Nederlandse vrouwen aan dat zij zich minstens net zozeer de andere sekse voelen als de sekse die zij bij hun geboorte toegewezen gekregen. Deze ambigue of tegengestelde genderidentiteit gaat niet altijd hand-in-hand met een afkeer van het geboortelichaam of de wens hier iets aan te veranderen. ‘Slechts’ een vijfde geeft aan dat zij een afkeer hebben van hun lichaam. Van de groep die een afkeer ervaart, geeft de helft van de mannen en 29% van de vrouwen aan dat zij door hormonen of een operatie hun lichaam meer in lijn willen brengen met de door zichzelf ervaren sekse. In totaal heeft 0.6% van de Nederlandse mannen en 0.2% van de Nederlandse vrouwen het gevoel dat zij minstens evenveel de andere sekse als hun geboortegeslacht zijn en tegelijk een afkeer van hun lichaam hebben en een wens om dit lichaam met hormonen en/of operaties aan te passen.

Kortom, er is in Nederland een aanzienlijke groep mensen die zich niet eenduidig als man of vrouw ervaart. Omgerekend gaat het om tussen de 22.000 en 44.000 mannen en 5.500 tot 16.500 vrouwen tussen de 15 en 65 jaar in Nederland. Deze groep is heel divers. Sommige mensen voelen zich net zo sterk man als vrouw, terwijl anderen zich meer vrouw voelen ondanks het feit dat zij als man te boek staan in het bevolkingsregister. De ene heeft een afkeer van het eigen lichaam en wil dolgraag met behulp van hormonen dit lichaam meer in lijn brengen met dat van de andere sekse, terwijl de ander het zo wel prima vindt. Toekomstig onderzoek zou licht moeten laten schijnen op de mate waarin deze verschillende groepen zelf gezondheids- of maatschappelijke problemen hebben die gerelateerd zijn aan hun ‘buiten de genderhokjes’ ervaring.

Door: Lisette Kuyper | l.kuyper@scp.nl | Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP)

De resultaten uit dit onderzoek zijn eerder verschenen in:

Kuyper, L., & Wijsen, C. (2013). Gender identities and gender dysphoria in the Netherlands. Online first in Archives of Sexual Behavior.

Literatuur:

Wijsen, C., & De Haas, S. (2012). Seksuele gezondheid in Nederland 2011: Achtergronden en samenstelling van een representatieve steekproef voor een bevolkingsonderzoek. Tijdschrift voor Seksuologie, 36, 83–86.

Copyright 2013 all rights reserved | gepubliceerd op 2 oktober 2013