Maakt het lezen van literatuur ons empathischer?

Auteur: Emy Koopman, MSc

Emy Koopman is promovenda aan de Erasmus School of History, Culture and Communication bij het departement Media & Communicatie. Haar onderzoeksproject “Reading Suffering” is gefinancierd door NWO. Naast wetenschappelijke artikelen publiceert Emy ook veel populairwetenschappelijke artikelen. Zo schreef zij eerder voor De Groene Amsterdammer en De Correspondent. Daarnaast is zij redacteur bij online tijdschrift hard//hoofd.

Groot nieuws twee jaar geleden: ‘Lezen van literatuur bevordert empathisch vermogen.’ Boekhandelaren, leesclubs en individuele lezers deelden dit Volkskrantstuk massaal, al dan niet begeleid door de woorden ‘zie je wel!’ De stap naar ‘literatuur lezen maakt je een beter mens’ – een boodschap die populaire denkers als Martha Nussbaum al eerder verkondigden – was snel gemaakt.

Helaas, zo simpel zit het niet. Duidelijk wetenschappelijk bewijs dat juist het lezen van literatuur ons ‘empathischer’ maakt is moeilijk te vinden. Er zijn niet veel wetenschappers die zich met deze kwestie bezighouden, en degenen die dat wel doen moeten zich steeds afvragen: hoe meet je ‘literatuur’ en ‘empathie’?

De meeste studies naar lezen en empathie maken geen duidelijke vergelijking tussen literaire en niet-literaire teksten. Het onderzoek dat ten grondslag ligt aan het Volkskrantartikel deed dat wel. Onderzoekers Kidd en Castano vonden als eersten experimenteel bewijs dat literaire verhalen een groter effect hebben op ‘empathie’ dan populaire verhalen of informerende teksten.

Toch moet u voorzichtig zijn als u aan de hand van dit onderzoek op een feestje wilt beweren dat literatuur ons empathischer maakt. Wat hebben Kidd en Castano gemeten?:

  1. Hun ‘literaire’ teksten waren verhalen die literaire prijzen hadden gewonnen, de ‘populaire’ teksten kwamen van bestsellerlijsten. Ze keken niet naar thema’s of stijl.

Kidd en Castano gingen ervan uit dat de literaire teksten meer eisen van de lezer, door ambiguïteit en complexe personages. Maar ze hebben niet gecheckt of en hoe de literaire teksten verschilden van de populaire. Met zo’n selectie weet je niet precies wat je meet.

  1. Zij kozen voor zeer basale empathie-tests. Bij de ene test moesten deelnemers op basis van plaatjes van ogen emoties correct raden. Bij de andere test moesten ze bij plaatjes van eenvoudige stripfiguurtjes aangeven wat de een van anderen wil (het ging hierbij vaak om jaloezie).

Deze tests zeggen iets over ons vermogen om emoties te herkennen, maar niets over hoeveel we meevoelen met anderen of hoe begripvol we zijn. Leuk om te weten: psychopaten scoren even goed op zulke tests als niet-psychopaten.

 

emy1emy2

Op de website van hun universiteit, de New School for Social Research, geven Kidd en Castano deze voorbeelden van de twee belangrijkste tests die zij hebben gebruikt.

 

In mijn eigen onderzoek naar literatuur en empathie hebben de ‘literaire’ teksten meer opvallende stijlkenmerken dan de ‘populaire’. Ik concentreer me op verhalen over depressie en rouw. ‘Empathie’ meet ik op een manier die nauwer aansluit bij daadwerkelijk begrip en gedrag: met stellingen over depressie en rouw (‘begrip’) en met de mogelijkheid om geld te doneren aan een goed doel over deze onderwerpen. Deze benadering zorgt ook gelijk voor minder eenduidige uitkomsten.

In een eerste experiment vergeleek ik, net als Kidd en Castano, tussen literaire, populaire en informerende teksten. Anders dan bij hun studie bleek het effect van ‘literatuur’ beperkt. Deelnemers die de populaire teksten lazen, doneerden het vaakst. Het soort genre dat zij lazen had geen effect op het begrip voor depressie of rouw. Maar: de studenten met meer algemene ervaring met het lezen van literatuur hadden wel meer begrip. Het kan dus zijn dat het geregeld lezen van literatuur hieraan bijdraagt. Ook bleven de originele details uit de literaire teksten bij de lezers hangen: na een week dachten ze niet meer terug aan de informatieve teksten, maar een gedeelte dacht nog wel aan de emoties in de populaire en aan de beelden in de literaire teksten.

De teksten in het eerste experiment hadden weliswaar hetzelfde thema, maar ze verschilden alsnog op meerdere vlakken. In een tweede experiment vergeleek ik daarom tussen drie versies van één tekst van Anna Enquist. Die tekst paste ik zo aan dat de versies een verschillende mate van literaire stijlkenmerken hadden. Voor donatiegedrag maakte de versie niets uit. Maar: mensen die de meest originele literaire versie hadden gelezen, scoorden wel hoger op ‘begrip’. Dit kan ermee te maken hebben dat de opvallende literaire stijl een rijker, gemengder spectrum aan emoties opriep (waaronder een ‘bitterzoet’ gevoel).

Simpeler teksten brengen ons dus op de korte termijn het sterkst in beweging. Maar om meer begrip te krijgen voor anderen lijkt literaire kwaliteit wel degelijk van belang. Wil een tekst langdurig effect hebben, dan is zowel een emotionele lading als originaliteit nodig. En let op: pas als meerdere studies deze uitkomsten bevestigen ligt er sterk bewijs.

Het is een ingewikkelder verhaal om op feestjes te vertellen dan ‘literatuur maakt empathischer’. Maar wie van literatuur houdt, schrikt hopelijk ook niet terug voor een beetje complexiteit.

 Referenties

  • Kidd, D. C., & Castano, E. (2013). Reading literary fiction improves theory of mind. Science, 342, 377-380.
  • Koopman, E. M. (2015). Empathic reactions after reading. The role of genre, personal factors and affective responses. Poetics, 50, 62-79.
  • Koopman, E. M. (in press). Effects of “literariness” on emotions and on empathy and reflection after reading. Psychology of Aesthetics, Creativity, and the Arts.

Copyright 2015 | All rights reserved | gepubliceerd op 16-11-2015