Veiligheid en de rol van de burger

Auteur: Dr. Lonneke van Noije

Lonneke van Noije is werkzaam als wetenschappelijk medewerker bij het Sociaal en Cultureel Planbureau. Daarnaast is zij redacteur van het sociaalwetenschappelijke tijdschrift Mens & Maatschappij en voormalig hoofdredacteur van het Tijdschrift voor Veiligheid.

Dertig jaar beleid: steeds grotere burgerverantwoordelijkheid

Sinds de jaren ‘80 staat het veiligheidsbeleid steeds minder in het teken van criminaliteitsbestrijding via het strafrecht en meer in het teken van veiligheidszorg. Met veiligheid als vertrekpunt is ruimte ontstaan om ook overlast en gevoelens van onveiligheid aan te pakken, waarop de burger directer invloed heeft. De overheid ziet een steeds grotere rol voor de burger weggelegd. Dit appèl aan de burger werd in de jaren tachtig hoofdzakelijk pragmatisch ingegeven: de overheid kon het eenvoudigweg niet meer alleen. Van burgers werd vooral praktische preventie gevraagd, zoals een goed slot op voordeur of fiets. In de jaren negentig werd gewezen op de morele plicht die burgers via buurtactiviteiten konden inlossen. Inmiddels is de burger ook een graag geziene partner in de opsporing, zo gezegd mede ten gunste van het eigen veiligheidsgevoel. Het beroep op de burger is alleen maar krachtiger geworden onder de bezuinigingsdruk van de economische crisis.

Eensgezindheid over gedeelde verantwoordelijkheid

De overheid erkent nog altijd dat veiligheid één van haar primaire taken is: ze zegt de veiligheid wel te willen waarborgen, maar dit zonder hulp van burgers niet te kunnen. Ook voor burgers staat vast dat de overheid verantwoordelijk is voor een veilige samenleving, zelfs meer dan voor welk ander beleidsterrein dan ook. Tegelijkertijd vindt bijna 80% van de Nederlanders het goed dat de overheid burgers meer betrekt bij de criminaliteitsbestrijding. Men pleit dus voor een gedeelde verantwoordelijkheid, een coproductie van veiligheid.

Burgerplicht binnen grenzen

Een nauwelijks omstreden burgertaak is het melden van serieuze vermoedens van een misdrijf aan de politie, wat burgers volgens bijna 90% van de ondervraagden altijd moeten doen. Ook vindt ruim 80% dat burgers de politie behoren te helpen bij de opsporing wanneer de politie daartoe oproept. Nog eens zo’n 80% vindt dat mensen elkaar horen aan te spreken op overlastgevend gedrag. De twijfel groeit wanneer burgers zichzelf blootstellen aan gevaar: een kleine 60% vindt dat je altijd te hulp moet schieten wanneer iemand wordt aangevallen.

Dat men de burgerplicht voor veiligheid onderkent, wil niet zeggen dat men ook voor zichzelf een actievere rol weggelegd ziet. Toch zijn maar weinig mensen hiertoe nooit bereid (zie figuur 1). Wel vindt een flinke groep (29%) het onnodig, omdat ze weinig criminaliteitsproblemen ervaren. De meeste mensen zijn onder bepaalde voorwaarden dus wel bereid te helpen. Onzekere steun van de politie is verreweg de belangrijkste reden voor terughoudendheid, gevolgd door onzekere steun van medeburgers. Hieraan gerelateerd speelt ook het risico om zelf slachtoffer te worden een aanzienlijke rol.

Figuur 1 Wat zou er het meest toe bijdragen dat u zichzelf actiever zou inzetten voor een veilige samenleving? (in procenten)

Screenshot 2015-03-20 08.59.11

 

Bron: Van Noije (2012)

Wat doen mensen in de praktijk?

Dat risico een doorslaggevende factor is, blijkt ook uit enkele praktijkvoorbeelden. Er wordt volop gebruik gemaakt van laagdrempelige instrumenten als het Politiekeurmerk Veilig Wonen (PKVW), Meld Misdaad Anoniem en Burgernet. Burgerplicht is daarbij naar eigen zeggen het belangrijkste motief[i]. Dergelijke succesvolle projecten hebben gemeen dat burgers een praktische handreiking wordt gedaan, zodat actiebereidheid moeiteloos en zonder risico kan worden omgezet in actie. Het fysieke risico van het burgerarrest laat men daarentegen graag over aan de politie: het zijn vrijwel altijd mensen in functie (bijvoorbeeld winkelpersoneel) die een burgerarrest plegen, zelden een buurtbewoner of een passant[ii].

Kanttekeningen

Hoewel burgers de overheidsambitie van meer eigen verantwoordelijkheid dus nauwelijks aanvechten, rammelt de argumentatie waarmee de overheid het aan de man brengt. Het is immers de vraag in hoeverre burgers de veiligheid en veiligheidbeleving kunnen verhogen. Inderdaad, burgers weten wat er lokaal speelt en zijn zo wellicht efficiënt en doelgericht. Ook zijn zij waardevolle informanten van de politie. Maar burgers kunnen slachtoffer worden en slachtoffers maken. Zonder rugdekking van een betrouwbare overheid hebben burgers niet het (zelf-)vertrouwen om in actie te komen. Ook kan buurtparticipatie de aandacht vestigen op problemen die mensen eerder nog niet zo in het vizier hadden en daarmee de onveiligheidsheidsgevoelens juist aanwakkeren[iii]. Veiligheid is, zeker nu het ook vrijwaring van overlast en onveiligheidsgevoelens betekent, een onverzadigbare toestand[iv]. Kortom, waar de overheid open is over de grenzen van haar eigen vermogens, zou ze dit ook moeten zijn over die van de burger.

Dit artikel is een beknopte bewerking van:
L. van Noije (2012). Coproductie veiligheid. In: V. Veldheer, J-J. Jonker, L. van Noije en C. Vrooman (red.), Een beroep op de burger. Sociaal en Cultureel Rapport 2012 (pp. 188-212). Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau. Emailadres: l.van.noije@scp.nl

 

Bronnen
[i]Blauw Research bv. (2003). Eindrapportage evaluatie pilot Meld Misdaad Anoniem. Rotterdam: Blauw Research bv. Vijver, K. van der et al. (2009). Burgernet in de praktijk. De evaluatie van de pilot van Burgernet. Den Haag: Stichting Maatschappij Veiligheid en Politie.
[ii]Politieacademie (2007). Meer heterdaadkracht. Onderzoeksrapport over de rol van burgers bij de directe opsporing. Apeldoorn: Politieacademie. Scholte, R.D. (2008). Burgerparticipatie in veiligheidsprojecten. In: H. Boutellier en R. van Steden (red.), Veiligheid en burgerschap in een netwerksamenleving (p. 223-241). Meppel: Boom Juridische Uitgevers.
[iii]Gunther Moor, L. (2011). Sociale zelfredzaamheid en politie. Cahier Politiestudies, 2 (19), p. 195-210.
[iv]Boutellier 2005. Meer dan veilig. Over bestuur, bescherming en burgerschap (inaugurele rede). Den Haag: Boom Juridische Uitgevers.

 

Copyright 2015, All rights reserved | gepubliceerd: 26-03-2015