Gevoelens van verbondenheid voorbij het herkomstland

Auteur: Dr. Marianne van Bochove

Marianne van Bochove werkt als postdoctoraal onderzoeker aan de Universiteit van Amsterdam. Zij doet onderzoek naar de samenwerking tussen professionals en vrijwilligers in de zorg- en welzijnssector. Eerder promoveerde zij aan de Erasmus Universiteit Rotterdam op een proefschrift over de lokale en transnationale betrokkenheid van hoogopgeleide migranten.

Dubbele identiteit

Eens in de zoveel tijd laait de discussie op. Politici met een dubbel paspoort, kan dat wel? De argumenten hiertegen hebben vaak te maken met identiteit en loyaliteit: mensen met een dubbele nationaliteit zouden geen onvoorwaardelijke keuze voor Nederland hebben gemaakt en dus mogelijk tegenstrijdige gevoelens en belangen hebben. Los van het feit dat van sommige nationaliteiten – zoals de Marokkaanse – geen afstand gedaan kan worden, zijn deze argumenten problematisch omdat ze er vanuit gaan dat (1) nationaliteit en identiteit onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn, en (2) de meeste mensen dus één vaststaande identiteit hebben.

In mijn promotieonderzoek, waarvoor 225 hoogopgeleide Surinaamse, Turkse en Marokkaanse Nederlanders in Rotterdam zijn geïnterviewd, bleek dat veel migranten met een Marokkaans paspoort zich niet sterk identificeren met hun herkomstland, terwijl sommige Surinamers met enkel de Nederlandse nationaliteit zich juist ‘een echte Surinamer’ voelen. Daarnaast zeggen veel migranten dat ‘wat ze zich voelen’ afhangt van waar en met wie ze zijn. Identiteit gaat immers niet alleen om hoe je jezelf ziet, maar ook om hoe anderen jou zien. ‘In Turkije voel ik me een toerist, hier voel ik me een allochtoon’, zei een van de respondenten.

In de sociale wetenschappen zijn de gelaagdheid en contextafhankelijkheid van identiteiten – meestal aangeduid als identificaties, om het procesmatige karakter ervan te benadrukken – gemeengoed. Des te opmerkelijker is het dat onderzoek naar transnationale identificaties zich vooral richt op de ‘gespleten persoonlijkheid’ van migranten: er wordt gekeken naar hun duale binding met het herkomstland en het vestigingsland. Echt transnationale bindingen, die nationale grenzen overstijgen, worden buiten beschouwing gelaten. Een migrant is kennelijk nooit een kosmopoliet.

Expats als uitzondering?

Van bepaalde migranten wordt echter wel gedacht dat zij zich vooral wereldburgers voelen: hoogopgeleiden die vanwege hun werk tijdelijk in een ander land verblijven, vaak aangeduid als expats. Zij reizen van hot naar her en zouden dus juist geen binding hebben met een specifiek land. Ook dit is een aanname die nauwelijks is onderzocht. Voor het bovengenoemde onderzoek zijn daarom ook 75 kennismigranten geïnterviewd, om te kijken naar hun bindingen met verschillende mensen en plaatsen en deze te vergelijken met die van de geïnterviewde ‘klassieke’ migranten uit Suriname, Turkije en Marokko.

Wat blijkt nu? De klassieke migranten hebben allerlei bindingen die voorbij gaan aan Nederland en hun herkomstland. Dit komt onder andere naar voren uit de politieke vraagstukken waar ze zich druk om maken. Veel Marokkaanse en Turkse respondenten boycotten Amerikaanse producten zoals Coca-Cola, omdat ze het niet eens zijn met het beleid van de VS ten aanzien van ‘moslimlanden’. En verschillende Surinaamse respondenten kopen nog altijd geen Zuid-Afrikaanse wijn, omdat ze niet geloven dat de apartheid echt voorbij is. Daarnaast boycotten verschillende respondenten het kledingmerk Tommy Hilfiger, omdat de naamgever volgens hen zou hebben gezegd dat zijn kleding niet voor zwarten en latino’s bedoeld is. Veel migranten identificeren zich dus met wereldwijde anderen op basis van geloof, huidskleur en minderheidspositie.

De geïnterviewde expats, bijvoorbeeld afkomstig uit de VS, India en China, blijken juist veel meer aan het herkomstland gehecht te zijn dan vaak wordt gedacht. Hoewel sommigen zeggen zich in de eerste plaats ‘kosmopoliet’ te voelen, identificeert de meerderheid zich vooral met het land waar ze geboren of opgegroeid zijn. Kennelijk verschillen de twee typen migranten niet sterk van elkaar: voor beide geldt dat het herkomstland belangrijk is, maar dat zij zich ook in zekere mate wereldburger voelen.

Het belang van Rotterdam

Met al deze aandacht voor nationale en mondiale bindingen, zou je bijna de bindingen dichter bij huis vergeten: identificaties met de stad. Voor klassieke migranten en expats is Rotterdam de plek waar ze de meeste tijd doorbrengen en waar een gevoel van ‘thuis’ zijn (op dit moment) het belangrijkst is. Ze vinden vooral de culturele diversiteit en het internationale karakter van de stad aantrekkelijk. Dat er aan de ruimte voor diversiteit getornd wordt  – zoals recentelijk met de verkiezingsposters met de slogan ‘In Rotterdam spreken we Nederlands’ – kan voor deze hoogopgeleide migranten een reden zijn om zich elders te vestigen. Aangezien deze groepen veel voor de stad betekenen, is het van belang te erkennen dat mensen probleemloos tegelijkertijd kosmopoliet, burger van een ander land en local kunnen zijn.

 

Referenties:

  • Bochove, M. van, en G. Engbersen (2013) Beyond Cosmopolitanism and Expat Bubbles: Challenging Dominant Representations of Knowledge Workers and Trailing Spouses. Population, Space and Place. Early view online.
  • Bochove, M. van (2012) Truly Transnational. The Political Practices of Middle-Class Migrants. Journal of Ethnic and Migration Studies 38(10), 1551-1568.
  • Bochove, M. van (2012) Geographies of Belonging. The Transnational and Local Involvement of Economically Successful Migrants.  Dissertatie. Rotterdam: Erasmus University.

Copyright 2014, All rights reserved | gepubliceerd: 10-06-2014