Migratie naar Europa

Auteur: Marieke Wissink, MSc.

Marieke Wissink is PhD kandidaat aan de Universiteit van Maastricht. Hiervoor studeerde zij Culturele Maatschappelijke Vorming in Utrecht, en later Culturele Antropologie en Ontwikkelingsstudies in Nijmegen, waar zij ook de onderzoeksmaster Social Cultural Sciences heeft afgerond.  Voor zij aan haar PhD begon, heeft zij in Turkije gewoond waar zij onder andere werkte voor een lokale vluchtelingenorganisatie. De brug tussen wetenschap en praktijk staat in haar werk centraal. 

Het migratievraagstuk

De media bericht regelmatig over migranten die met gammele bootjes Europa proberen te bereiken. De algemene tendens in de politiek is om migratie terug te dringen. Tussen Spaanse enclaves en Marokko, en tussen Turkije en Griekenland  is een hek rondom de grenzen van Europa al lang geen metafoor meer. Omdat we niet iedereen kunnen opvangen, zo wordt gesteld, moeten “echte vluchtelingen” van “gelukzoekers” worden onderscheiden.

Een perspectief dat in de politieke en maatschappelijke discussie vaak ontbreekt, is dat van de migranten zelf. Het is van cruciaal belang hun ervaringen en motieven te begrijpen om migratiebeleid te kunnen opstellen. Migratie moet daarbij als een langdurig proces worden beschouwd, en niet als een eenmalige beslissing om een grens al dan niet over te steken. Beleid moet dan ook niet alleen gericht zijn op deze momentopname in het migratieproces. Empirisch onderzoek maakt duidelijk waarom.

Het onderzoek

Sinds 1,5 jaar volg ik het migratieproces van 40 Afrikaanse migranten in Turkije en Griekenland. Dit doe ik door veel in deze landen aanwezig te zijn en in contact te blijven via internet en telefoon. Het onderzoek is er onder andere op gericht te begrijpen hoe migranten migratiedoelen door de tijd heen bijstellen. Het voorbeeld van Senait illustreert de dynamiek van een migratieproces:

Senait migreerde van Ethiopië naar Libanon om er te werken als huishoudster. Op deze manier kon zij haar familie onderhouden. In Libanon liep het anders dan gepland. De familie waarvoor Senait werkte, verbood haar het huis te verlaten. Zij ontsnapte, en vluchtte naar Turkije. Zij werd gearresteerd en bracht 3 maanden door in de gevangenis. Later vroeg ze er asiel aan. Na twee jaar bood een neef in Noorwegen aan haar te helpen verder te reizen naar Europa, via Griekenland. Het leek Senait een beter idee dan te wachten op de uitslag van de asielprocedure die misschien nooit zou komen. Pas aan de grens werd haar duidelijk dat ze een rivier moest oversteken. Onderweg werd de groep door de grenspolitie onder geweerschot gedwongen terug te roeien naar Turkije. Na een tweede poging arriveerde Senait in Griekenland. Asiel aanvragen was getuige de wachtrij van honderden mensen bij de immigratiedienst in Athene geen optie. Zij wachten dagen lang in de hoop bij de 20 te horen die wekelijks een asielaanvraag kunnen indienen. Haar neef hielp haar verder de grens over te steken naar Macedonië, van waaruit zij verder reisde naar Noorwegen en wederom asiel aanvroeg.

Tijdens haar migratieproces kan Senait gezien worden als  “arbeidsmigrant”,  “ongedocumenteerd” of “asielzoeker”.  Het is van belang te erkennen dat de typologie waartoe iemand toebedeeld wordt, vaak enkel het resultaat is van de informatie waartoe iemand toegang heeft gehad, en ervaringen die hij of zij heeft opgedaan. Tijdens het migratieproces is dit voortdurend in beweging. Een typologie is een momentopname, en zegt niet per definitie iets over iemands werkelijke intenties, behoeften en/of rechten. Het is daarom uiterst problematisch om strikt onderscheid te maken tussen “vluchtelingen” en “gelukszoekers”.

Niet iedereen die op een bootje naar Europa stapt heeft dit in het land van herkomst zo bedacht of voorgesteld. Migratiemotieven worden vaak gaandeweg gevormd.  Het is belangrijk dat er oog komt voor het gehele migratieproces; een hek bouwen aan de grenzen van Europa, al dan niet fysiek, verandert niets aan wat mensen drijft op het moment dat zij vertrekken of aankomen. Om de dramatiek aan de grenzen van Europe te stoppen, moeten we ons niet afvragen “wie we er niet wel en bij kunnen hebben”, maar wat voor een samenleving we willen zijn en hoe we hierin met elkaar omgaan.

Uitgebreidere onderzoeksresultaten van een eerdere studie over dit onderwerp staan beschreven in een artikel dat Marieke Wissink schreef samen met Franck Düvell (Oxford University) en Anouka van Eerdewijk (Radboud Universiteit Nijmegen): Wissink, M., Düvell, F., & van Eerdewijk, A. (2013). Dynamic Migration Intentions and the Impact of Socio-Institutional Environments: A Transit Migration Hub in Turkey. Journal of Ethnic and Migration Studies, 39(7): 1087-1105. http://dx.doi.org/10.1080/1369183X.2013.778026

 

Contactinformatie: m.wissink@maastrichtuniversity.nl

 

Copyright 2013, All rights reserved | gepubliceerd op: 19-09-2013