De verborgen kosten van #MeToo

Auteur: Saskia Glas

Harvey Weinstein. Louis CK. Kevin Spacey. Roy Moore. Job Gosschalk. Gijs van Dam. Francisco van Jole. Om het maar bij een kort lijstje van bekende #MeToo beschuldigingen te houden. Hoewel er veel media-aandacht is opgeëist door een paar bekende namen, werd de hashtag aanvankelijk massaal gedeeld door “gewone” vrouwen die zo de wijde verspreiding van seksueel ongepast gedrag blootlegden. Ikzelf (als vrouw) was vooral verbaasd over de verbazing van mijn mannelijke vrienden. “Ik denk dat ik in totaal zo’n vijf keer in m’n kont geknepen ben, één – of nee – twee keer mensen had die probeerden mijn rokje op te tillen en, tsja, natuurlijk ben ik ontelbare keren nagefloten en heb ik vele armen om me heen gevonden”, somde ik op. Grote ogen alom. En dat terwijl menig andere vrouw dat lijstje ook kan afvinken. Een onderzoek van Rutgers dat een paar weken geleden verscheen, concludeerde dat meer dan de helft van de 10,000 ondervraagde Nederlandse vrouwen wel eens te maken had gehad met seksueel ongewenst gedrag (tegenover één op de vijf mannen).

De shock van de schaal van #MeToo-ervaringen werd echter snel vervangen door kritische vragen. Moeten we de verkrachtingen van Weinstein wel op één hashtag gooien met leidinggevenden die ondergeschikten voorstellen samen een drankje te nuttigen? Honderd Françaises vonden van niet. Zij ondertekenden begin januari een petitie die stelde dat, in tegenstelling tot verkrachting, iemand “aanhoudend of onhandig proberen te verleiden” geen misdrijf is. Ook hekelde de petitie de gang van zaken waarbij mannen hun baan verloren “terwijl ze slechts een hand op een knie hadden gelegd, iemand een kus probeerden te geven of over intieme zaken praatten tijdens een werketentje”. En zo zwol het gemopper aan of elke man verdomme ontslagen moest worden na het vertellen van een seksistisch grapje aan zijn secretaresse; zo erg is dat toch niet?

 

Bron: Pixabay

De kritiek

Sommige onderliggende kritieken zijn gegrond. Is het wel terecht dat bekende mannen eigenlijk al veroordeeld zijn bij de aanklacht? Acteurs die #MeToo naar hun hoofd krijgen, zijn ontslagen door boycot-schuwende regisseurs voordat de klachten onderzocht zijn. Innocent until tweeted about. En hoewel niemand wil dat de doelwitten van bekende mannen hun mond houden, wil ook niemand het rechtssysteem vervangen door twitter. Bovendien is het wachten op een backlash van die klopjacht-mentaliteit; na de eerste beschuldiging die onterecht is bevonden, zullen vrouwen uitgejouwd worden door Onderdrukte Witte Mannen alsof ze in een rokje langs een bouwkeet lopen.[1]

Dat knelpunt heeft echter voornamelijk betrekking op BN’ers. Een kritische vraag die ook onbekende, en dus veel meer, #MeToo gevallen raakt, is of alle gevallen wel zo erg zijn. De hashtag wordt achter een breed scala van ongewenste intimiteiten getypt, van mensen die “slechts” de hand van hun baas op hun knie vonden tot mensen die door hem verkracht zijn. Critici merken op dat de eerste zoveel erger is dan de tweede dat het oneerlijk is om ze samen te noemen. En ze hebben gelijk in de zin dat, als ik zou moeten kiezen, ik liever mijn persoonlijke lijstje aan zou vullen met de eerste dan met de tweede.

Dat neemt echter niet weg dat ik mijn lijstje met geen van beide wil aanvullen. Noem het gek, maar ik wil geen doelwit worden van seksueel ongewenst gedrag, ook niet als het “maar” een hand op mijn knie is. Je kan tegelijkertijd inzien dat er een breed scala aan seksuele ongewenste gedragingen bestaat en elke seksuele ongewenste gedraging categorisch afkeuren. Het één sluit het ander niet uit. Het is dan ook opmerkelijk dat dit soort vragen telkens opduikt bij discussies over seksueel grensoverschrijdend gedrag. Als mijn fiets wordt gejat, zegt niemand dat dat niet zo erg is omdat het ook m’n auto had kunnen zijn, en vraagt niemand vervolgens of het wel gepast is om beide gevallen “diefstal” te noemen. Erkennen dat er verschillende gradaties verschrikkelijkheden zijn, neemt niet weg dat ze allemaal verschrikkelijk zijn. En juist in die “mildere” seksuele ongewenste intimiteiten schuilt een hardnekkig probleem.

De doelwitten

Het zijn namelijk doorgaans (gelukkig) niet die verkrachtingen, maar die fluitjes, grapjes en klopjes waar werknemers regelmatig mee geconfronteerd worden. De schattingen naar hoe vaak dit gebeurt lopen echter sterk uiteen. Op basis van recente data van het TNO werd laatst geschat dat elk jaar meer dan 134.000 Nederlanders te maken krijgen met seksueel grensoverschrijdend gedrag op de werkvloer. Dat is al een hele berg, maar dat getal impliceert wel dat “slechts” 3,4 procent van de Nederlandse vrouwelijke werknemers dit lot ondergaat, terwijl een andere studie dit schatte op 32 procent.[2] Hoe vaak het ook precies voorkomt, het is duidelijk dat “milder” seksueel ongewenst gedrag op de werkvloer geen uitzonderlijk fenomeen is.

En dat kost wat. Letterlijk. Een Amerikaans onderzoek dat recentelijk in Gender & Society verscheen, concludeerde dat jonge vrouwen die seksueel grensoverschrijdend gedrag hadden meegemaakt op de werkvloer twee jaar later meer moeite hadden om rond te komen dan vrouwen zonder dergelijke ervaringen.[3] Dat komt doordat vrouwen die doelwit zijn geworden van seksuele intimidatie vaker van baan wisselen. Uit diepte-interviews bleek dat die vrouwen bijvoorbeeld niet wilden blijven omdat werkgevers geen gehoor hadden gegeven aan hun klachten. Vrouwen verlieten hun baan echter ook vaak zonder een klacht te hebben ingediend, bijvoorbeeld omdat ze geen zin hadden om (in een ondergeschikte machtspositie) te werken voor een baas die door hen op z’n vingers was getikt, als ze al het gevoel hadden dat hun klachten serieus zouden worden genomen. Ook stonden vrouwen niet te springen om in een organisatie te blijven waar ze het gevoel hadden een buitenstaander te zijn terwijl collega’s rondom het koffiezetapparaat seksistische grapjes maakten. De vrouwen lieten hun opgebouwde baankennis achter, stapten eventueel van hun opgebouwde positie op de carrièreladder af, en zochten nieuwe banen, desnoods parttime banen of banen met een lager uurloon.

Bron: Pixabay

De organisaties

Alledaags seksueel grensoverschrijdend gedrag op de werkvloer heeft ook een prijskaartje voor organisaties. In de minderheid van de gevallen wordt er een officiële klacht ingediend, waar een heel rataplan aan legal fees bij kan komen. Wat echter veel vaker voorkomt, zo concluderen wetenschappers of basis van tientallen studies,[4] is dat werknemers die seksueel grensoverschrijdend gedrag meemaken, minder tevreden zijn met hun baan, zich minder betrokken voelen bij de organisatie en vaker te laat komen of helemaal niet komen opdagen. De productiviteit van de werknemers en indirect de organisatie plukt daar de rotte vruchten van. Bovendien lijken de effecten van seksueel ongewenst gedrag uit te stralen naar het hele team. Als je weet wat voor narigheid je collega meemaakt, is de kans groter dat jij je ook niet meer zo op je gemak voelt in die organisatie. Ook komt het de efficiëntie van het team niet ten goede als mensen zich niet veilig voelen om samen te werken.

Als werknemers daadwerkelijk ontslag nemen om weg te komen van seksueel grensoverschrijdend gedrag, komen de kosten bovendien niet enkel op het bordje van de werknemer zelf, maar ook op die van de organisatie. Omdat van baan wisselen een veelvoorkomende uitkomst is van seksueel grensoverschrijdend gedrag, hebben organisaties waar dat gedrag vaker plaatsvindt een hogere turnover, een draaideur waardoor werknemers snel de organisatie verlaten en er weer nieuwe binnenkomen. De expertise van de werknemer gaat dan mee de deur uit. Naast recruitmentkosten bij sollicitatieprocessen, moet er dan ook opnieuw geïnvesteerd worden in de training van nieuwe collega’s. Zo kunnen misplaatste seksuele grapjes of aanrakingen onverwachte kosten met zich meebrengen voor organisaties.

#MeToo gooit inderdaad verschillende gradaties van verschrikkelijkheid op één hashtag. Maar het is te makkelijk om te concluderen dat alledaags grensoverschrijdend gedrag niet zulke grote gevolgen heeft. Niet alleen slachtoffers, maar ook organisaties kunnen juist die veelvoorkomende seksuele overschrijdingen duur komen te staan.

 

 

 

————–

[1] Een ander punt dat herhaaldelijk wordt genoemd is dat ook mannen doelwit zijn van seksueel ongewenst gedrag en niet alle mannen daders zijn. Natuurlijk zijn niet alle mannen viespeuken, en bevinden zich er onder de daders vrouwen en onder de slachtoffers mannen; dat doet echter niks af van de ernst van seksueel ongewenst gedrag. Ook wijzen de data er wel op dat mannen vele malen minder vaak slachtoffer en vele malen vaker dader zijn dan vrouwen. Het Rutgers onderzoek vond bijvoorbeeld, naast dat meer dan de helft van de ondervraagde vrouwen doelwit was geworden van seksuele grensoverschrijding tegenover minder dan één op de vijf mannen, dat zowel de meerderheid van de vrouwen (94%) als de mannen (62%) die seksueel geweld hadden meegemaakt na hun 15e, het doelwit waren geworden van mannelijke daders.
[2] Timmerman, G., & Bajema, C. (1999). Incidence and methodology in sexual harassment research in Northwest Europe. Women’s Studies International Forum, 22(6), 673-681. Schattingen kunnen uiteenlopen door de verschillende groepen mensen die zijn ondervraagd (ratio’s van mannen en vrouwen alsook de type banen die ze hebben kunnen bijvoorbeeld verschillen) en de verschillende manieren waarop vragen naar seksuele intimidatie worden gesteld. Wetenschappelijke studies tonen aan dat het stellen van één vraag naar seksueel grensoverschrijdend gedrag, leidt tot veel lagere percentages dan meerdere vragen gebruiken die niet expliciet “seksueel grensoverschrijdend gedrag” noemen maar eerder vragen of mensen bijvoorbeeld ongewenst meermaals zijn uitgevraagd door werkgevers.
[3] Het onderzoek gaat over 360 Amerikaanse vrouwen van ongeveer 30 jaar oud en controleerde voor zaken als het opleidingsniveau van de vrouwen, hoeveel uren ze maakten op hun banen en in welk type industrie ze werkten. McLaughlin, H., Uggen, C., & Blackstone, A. (2017). The economic and career effects of sexual harassment on working women. Gender & Society31(3), 333-358.
[4] Chan, D. K. S., Lam, C. B., Chow, S. Y., & Cheung, S. F. (2008). Examining the job‐related, psychological, and physical outcomes of workplace sexual harassment: a meta‐analytic review. Psychology of Women Quarterly32(4), 362-376. & Willness, C. R., Steel, P., & Lee, K. (2007). A meta‐analysis of the antecedents and consequences of workplace sexual harassment. Personnel psychology60(1), 127-162.