Dr. Google mee op gesprek met de arts

Auteur: Annemiek Linn

Google jij ook als je ergens pijn hebt of jouw kind gekke bultjes heeft? Of open je direct je internetbrowser nadat je bij de (huis)arts bent geweest? Tegenwoordig Googelen mensen eerder hun klachten dan dat zij een (huis)arts bezoeken. Maar is dit nou wel zo verstandig?

Waarom raadplegen we Google?

Het internet biedt de mogelijkheid om op een snelle manier informatie over een ziekte, klacht, behandeling en/of aandoening te lezen. Zonder enige medische achtergrond kan op basis van deze online informatie al een diagnose worden gesteld. Daarnaast heeft het internet de potentie om patiënten te helpen bij de voorbereiding op een gesprek met de behandelend (huis)arts. Ook kunnen geadviseerde behandelingen op effectiviteit gecheckt worden en kunnen mensen hun ervaringen uitwisselen. Googelen kan dus verstandig zijn, mits dit gebeurt op basis van online informatie dat van goede kwaliteit is én de patiënt de juiste vaardigheden bezit om deze informatie te beoordelen.

Bron: Pixabay

Online gezondheidsinformatie is echter vaak onjuist, onvolledig of niet relevant. Daarnaast geven veel patiënten aan dat zij het moeilijk vinden om de online gezondheidsinformatie waarop zij gezondheidskeuzes baseren, te beoordelen op kwaliteit en betrouwbaarheid[i]. Online informatie dat van slechte kwaliteit is leidt tot meer zorgen, scepticisme ten opzichte van de (huis)arts, therapieontrouw en kan uiteindelijk zelfs resulteren in een slechtere gezondheid[ii]. Om deze nadelige effecten van online informatie tot een minimum te beperken, zouden patiënten de online informatie kunnen voorleggen aan hun (huis)arts.

Het bespreken van online informatie

Uit onderzoek blijkt dat maar weinig patiënten de online informatie bespreken met hun (huis)arts[iii]. Dit betekent echter niet dat patiënten niet de intentie hebben om de informatie te bespreken. Patiënten maken zich echter vaak zorgen over de mogelijk negatieve invloed die dit bespreken kan hebben op de relatie met hun (huis)arts. Ze hebben vaak het gevoel dat hun (huis)arts dit online zoekgedrag niet waardeert en ze willen hun (huis)arts niet het gevoel geven dat zij zijn of haar expertise in twijfel trekken. Ook het idee dat er te weinig tijd is tijdens een consult kan een reden zijn om de online informatie niet te bespreken. Tenslotte is juist de twijfel over de kwaliteit van de informatie een reden om online informatie niet ter sprake te brengen. Patiënten die de online informatie wel bespreken, doen dit omdat zij geloven dat de (huis)arts het waardeert dat zij zich hebben ingezet om zelf tot een oplossing te komen[iv]. Dit heeft als gevolg dat informatie van hogere kwaliteit vaker wordt besproken, terwijl informatie van lagere kwaliteit onbesproken blijft. Het gevaar hierbij is dat patiënten met ongefundeerde zorgen blijven zitten, of hun gezondheidskeuzes baseren op onjuiste informatie.

Patiënten die doorgaans wél de online informatie aan hun (huis)arts voorleggen zijn meer tevreden over de communicatie met hun (huis)arts. Bovendien blijkt dat zij de informatie ook beter begrijpen en herinneren als zij de online informatie bespreken[v].

Patiënten ondersteunen

Onderzoek laat zien dat (huis)artsen in hun communicatie vaak niet actief (genoeg) vragen naar het internetgebruik. Ook blijkt dat een defensieve houding van de arts tijdens het bespreken van online informatie leidt tot een lagere patiënttevredenheid en het achterhouden van informatie[vi]. Om ervoor te zorgen dat artsen en patiënten met elkaar in gesprek gaan over het online informatiezoekgedrag is een belangrijke rol weggelegd voor (huis)artsen. Het is van belang dat zij het toegenomen online zoekgedrag van patiënten erkennen. Tot nu toe denken artsen nog te vaak dat patiënten hun weg online niet kunnen vinden. Ze zullen moeten openstaan voor een gesprek over het internetgebruik van de patiënt. In hun communicatie moeten zij benadrukken dat het bespreken van online zoekgedrag welkom is. Ook kunnen (huis)artsen proactief vragen naar het internetgebruik of patiënten actief naar betrouwbare websites verwijzen.

Toekomstig onderzoek zal moeten kijken naar de effecten van verschillende communicatiestrategieën die een (huis)arts kan gebruiken om de online informatie te bespreken. Het zal verder ook onderzocht wat voor gevolgen het heeft voor de informatieverwerking wanneer patiënten zowel online als in de spreekkamer blootgesteld worden aan dezelfde informatie.

——-

[i]Diviani N, van den Putte B, Meppelink CS, van Weert JC. Exploring the role of health literacy in the evaluation of online health information: Insights from a mixed-methods study. Patient Educ.Couns. 2016.
[ii] Linn AJ, Van Weert, J. C. M., Gebeyehu B, Sanders R, Diviani N, Smit EG, et al. Patients’ Online Information-Seeking Behavior throughout Treatment: The Impact on Medication Beliefs and Medication Adherence. Under revision 2017.
[iii] Sanders R, Linn AJ. The effect of discussing the internet during a medical consultation on patient satisfaction, recall and medication adherence. Under revision 2017;.
[iv] Chung JE. Patient–provider discussion of online health information: results from the 2007 Health Information National Trends Survey (HINTS). J.Health Commun. 2013;18:627-648.
[v] Sanders R, Linn AJ. The effect of discussing the internet during a medical consultation on patient satisfaction, recall and medication adherence. Under revision 2017;.
[vi] Bylund CL, Gueguen JA, D’Agostino TA, Li Y, Sonet E. Doctor–patient communication about cancer-related internet information. J.Psychosoc.Oncol. 2010;28:127-142.