Laaggeletterdheid en schulden staan niet los van elkaar, hoe pak je deze problematiek aan?

Auteurs: Natascha Notten & Jansje van Middendorp[1]

Problematiek hangt samen

Steeds vaker gaan gemeenten actief op zoek naar mensen met (beginnende) schulden om in een eerder stadium hulp aan te bieden. Naast armoede en schulden staat ook laaggeletterdheid in de maatschappelijke discussie vol in de schijnwerpers (SER, 2019). Beide problematieken zijn verre van nieuw. Opvallend is dat ze in het nieuws en maatschappelijk debat vaak besproken worden als twee afzonderlijke problemen.  En de mensen die hiermee kampen hebben als twee aparte groepen. Vaak gaat het echter om dezelfde individuen of gezinnen.

Laaggeletterdheid gaat samen met minder kansen op de arbeidsmarkt en draagt bij aan het niet kunnen oplossen van financiële problemen of aanvragen van inkomensondersteunende voorzieningen (Buisman & Houtkoop, 2014; Scharten & Strating, 2016). Dit heeft als mogelijk gevolg dat laaggeletterde individuen en gezinnen onder de armoedegrens leven en/of betalingsachterstanden oplopen. Daarbij heeft opgroeien in armoede weer invloed op taalvaardigheid en zo blijft het probleem vaak binnen een familie bestaan. Gezinnen die te kampen hebben met financiële problemen kunnen minder investeren in scholing om taalvaardigheden te oefenen en te verbeteren (Christoffels, Baay, Bijlsma & Levels, 2016). Armoede en laaggeletterdheid houden elkaar dus in stand en hebben bovendien beiden een intergenerationeel component; de problemen worden doorgegeven aan de volgende generatie (Notten & de Wijs, 2017; Nederlands Jeugdinstituut, 2015).

Het risico op armoede in op volwassen leeftijd neemt toe wanneer mensen op jongere leeftijd in armoede leefden en wanneer zij als kind langer arm waren. Kinderen die opgroeien in gezinnen met laaggeletterde ouders en/of in armoede, krijgen van huis uit minder kansen mee. Waardoor ze nu en in de toekomst moeilijkheden ondervinden om  succesvol deel te nemen aan onze samenleving. De negatieve gevolgen van laaggeletterdheid en armoede lijken elkaar in stand te houden en te versterken: de problemen stapelen daarmee op.

Zelfredzaamheid voor iedereen?

Mensen die moeite hebben met het dagelijks gebruik van gedrukte en geschreven teksten worden ‘laaggeletterd’ genoemd. Hoewel de term laaggeletterdheid in het algemene spraakgebruik meestal betrekking heeft op een laag niveau van lees- en schrijfvaardigheden, heeft het ook betrekking op rekenen (‘laaggecijferd’) en digitale vaardigheden (Scharten & Strating, 2016). Laaggeletterdheid betekent dat iemands toegang tot (digitale) informatie en kennis beperkt is. Dit kan allerlei consequenties hebben, zowel in financieel als sociaal opzicht (Van der Heide & Rademakers, 2015). Bijvoorbeeld als mensen toeslagen niet aanvragen of (onbewust) fouten maken in de aanvraag.

Ondanks de samenhang tussen laaggeletterdheid en armoede en de negatieve gevolgen hiervan, wordt op het gebied van zelfredzaamheid veel gevraagd van mensen met financiële problemen (Tiemeijer, 2016). Om bijvoorbeeld in aanmerking te komen voor een schuldhulpverleningstraject dienen mensen zelf al het relevante papierwerk bij elkaar te zoeken. Van mensen in armoede wordt verwacht dat zij zelf de inkomensondersteunende voorzieningen aanvragen. Voorzieningen en ondersteuning zijn hierdoor slecht bereikbaar voor een groot deel van deze mensen, omdat zij niet in staat zijn dit zelf te doen.

Individuen en gezinnen die met (meerdere) problemen kampen, ontbreekt het vaak aan een lange termijn planning en oplossend vermogen (Bodden & Decovic, 2010). Mensen met langdurige financiële problemen hebben daarbij ook vaak te maken met veel stress. Schaarste door armoede en een langdurig gebrek aan geld, slokt veel cognitieve en mentale kracht op. Daardoor komen beslissingen en plannen die op langere termijn van belang zijn onder druk te staan. Bijvoorbeeld beslissingen over het aangaan van een schuldhulpverleningstraject, aanvragen van toeslagen en indienen van de belastingaangifte. Maar ook het werken aan de taal-, reken- of digitale vaardigheden. Het gevolg is dat mensen met de dag leven, minder goed in staat zijn om doelen en prioriteiten te stellen, emoties te reguleren en strategieën te ontwikkelen voor als het tegenzit (Mullainathan & Shafir, 2013).

 Een taboe

Daarbij zijn laaggeletterdheid en armoede geen zaken waar mensen graag mee naar buiten komen. Het is vaak een voor de omgeving verborgen problematiek. Dus de eerste uitdaging is al om deze mensen te vinden. Daarnaast is het een kwetsbare groep, die al het één en ander heeft meegemaakt. De vele teleurstellingen hebben vaak ook geleid tot wantrouwen ten opzichte van onbekenden en instanties (Bodden & Decovic, 2010; Notten, 2018).

Bron: army mil

Ondanks dit alles wordt geprobeerd om op allerlei manieren (via verschillende instanties en initiatieven) mensen die te maken hebben met verschillende problematiek te ondersteunen. Door  beroepskrachten, maar ook door vrijwilligers. Er zijn diensten en projecten gericht op aanpakken van problemen met de financiën en schulden en het aanleren van lees-, schrijf- en digitale vaardigheden, zoals ‘Voor ‘t zelfde geld’, een methode van Stichting Lezen & Schrijven die speciaal gemaakt is voor mensen die hun administratie op orde willen brengen en houden en die moeite hebben met lezen, rekenen en schrijven. Maar interventies zijn vaak (te) kortdurend en gericht op het aanpakken van 1 probleem. In deze interventies wordt met regelmaat voorbij gegaan aan de samenhang tussen oorzaken en gevolgen van armoede en laaggeletterdheid. Het gevolg is dat mensen vanuit verschillende kanten worden benaderd en overvraagd.

Wat te doen?

Ons advies is tweeledig. Ten eerste pleiten we voor eenvoud. Mensen moeten vaak allerlei formulieren invullen en gegevens aanleveren die bij de desbetreffende instantie al bekend zijn. Benader mensen zelf als zij recht hebben op ondersteuning, een inkomensvoorziening of regeling. Ten tweede maken we ons sterk voor het actief benaderen en bereiken van laaggeletterden en mensen met problemen met geld en schulden door het inzetten van vertrouwenspersonen. Dat kan een beroepskracht, een vertrouwde vrijwilliger of iemand uit het sociale netwerk zijn. Het bereiken van de doelgroep en deelname aan interventies zal alleen kans van slagen hebben als een bekende (vertrouwens)persoon de brug slaat. Als de vrijwilliger die helpt bij de financiële problemen een goede band heeft opgebouwd met de hulpvrager, en denkt dat er sprake is van laaggeletterdheid, zal de klant eerder geneigd zijn aan een interventie voor laaggeletterdheid deel te nemen. De vrijwilliger kan de hulpvrager verwijzen of een keer meegaan. Dat kan alleen als de vrijwilliger het probleem van laaggeletterdheid herkent. Of omgekeerd: het taalmaatje herkent de armoede- en schuldproblematiek en weet waar de hulpvrager terecht kan.

Vrijwilligers en andere vertrouwenspersonen moeten hierop getraind worden, bekend zijn met de sociale kaart en goede begeleiding krijgen van een coördinator of beroepskracht, die kan adviseren. Door via vertrouwenspersonen de doelgroep te bereiken zijn de problemen van individuen en gezinnen niet opgelost, maar mogelijk wel beter bespreekbaar. Door meer eenvoud ten opzichte van regelingen en het benaderen van instanties neemt het vertrouwen toe en de teleurstellingen af. Dit betekent wel een beweging naar de meer kwetsbaren in onze samenleving toe, in plaats van juist nog meer ‘zelfredzaamheid’ te vragen van deze groep.

 

Literatuur:

  • Bodden, D. & M. Decovic (2010). Multiprobleemgezinnen ontrafeld. Tijdschrift voor Orthopedagogiek, 49 (2010), 259-271
  • Buisman, M., & Houtkoop, W. (2014). Laaggeletterdheid in kaart. Den Bosch/Utrecht: Ecbo/Stichting
  • Lezen & Schrijven.
  • Christoffels, I., Baay, P., Bijlsma, I., Levels, M. (2016). Over de relatie tussen laaggeletterdheid en  armoede. Stichting Lezen en Schrijven.
  • Mullainathan, S., & Shafir, E. (2013). Scarcity: Why Having Too Little Means So Much. New York: Time Books
  • Nederlands Jeugdinstituut (2015). Opgroeien en opvoeden in armoede.
  • Heide, I. van der., & Rademakers, J. (2015). Laaggeletterdheid en Gezondheid: Stand van zaken. Utrecht: Nivel.
  • Notten, N., & Wijs, F. de (2017). Een beeld van de laaggeletterde ouder: Een onderzoek
  • naar achtergrondkenmerken, leesopvoeding en taalprestaties in laaggeletterde gezinnen.
  • Amsterdam: Stichting Lezen.
  • Notten, N (2018). Dichterbij de laaggeletterde ouder. Een exploratief onderzoek naar de werking van ouderbijeenkomsten over leesbevordering in een omgeving met laaggeletterde ouders. Amsterdam: Stichting Lezen (intern rapport, op aanvraag beschikbaar).
  • Sociaal-Economische Raad (SER) (2019). Samen werken aan taal – Een advies over laaggeletterdheid, Advies 19/02, april 2019
  • Scharten, R., & Strating, H. (2016). Notitie witte vlekken inventarisatie laaggeletterdheid in Nederland t.b.v. Tel mee met Taal. Nijmegen: Expertisecentrum Nederlands.
  • Tiemeijer, W. (2016). Eigen schuld? Een gedragswetenschappelijk perspectief op problematische schulden. WRR.

 

[1] Natascha Notten (expertise laaggeletterdheid)  en Jansje van Middendorp (expertise vrijwilligers in de schulddienstverlening) kennen elkaar via de Radboud Universiteit. Voor hen beiden is het duidelijk dat zij in hun onderzoek voor een groot deel met dezelfde doelgroep en problematiek te maken hadden. Maar opvallend is dat zij elkaar nooit tegenkomen in hun professionele netwerken. De reden voor het samen schrijven van een blog is dan ook om dit onder de aandacht te brengen: laaggeletterdheid en schulden staan niet los van elkaar.