Mediageweld en empathie….of bedoelen we sympathie?

Auteur: Dr. Helen Vossen

De invloed van mediageweld op het empathisch vermogen van adolescenten

Media spelen een centrale rol in het leven van jongeren. Volgens recente cijfers vanuit Amerika besteden jongeren tussen de 8 en 18 jaar gemiddeld 9 uur per dag aan media. En door dit vele mediagebruik worden jongeren ook regelmatig blootgesteld media waarin Plaatje Vossengeweld voorkomt, via bijvoorbeeld videospelletjes en televisieprogramma’s.  Al meer dan 60 jaar wordt er onderzoek gedaan naar de invloed van blootstelling aan mediageweld op het gedrag van kinderen en adolescenten. Heel lang heeft het onderzoek zich met name gericht op de effecten van mediageweld op agressief gedrag. Tegenwoordig is de focus wat breder en wordt er ook naar andere potentiele gevolgen van mediageweld gekeken. Er wordt bijvoorbeeld gekeken of blootstelling aan mediageweld leidt tot een vermindering van empathie. Empathie is het vermogen om de emoties van een ander te begrijpen en mee te voelen. Een vermindering in empathie zou zelfs een verklaring kunnen zijn voor een effect van mediageweld op agressie. Immers kinderen die minder empathisch zijn, zijn vaker agressief. Daarom is het van belang om te onderzoeken of blootstelling aan mediageweld ook invloed heeft op empathie van jongeren.

Verschillende studies naar dit thema laten zien dat er inderdaad een invloed van mediageweld op empathie lijkt te zijn. Echter wat opvalt is dat deze studies erg verschillen van elkaar in wat ze verstaan onder empathie en hoe ze het meten. Zeggen de resultaten van deze studies wel iets over empathie of gaat het eigenlijk over sympathie?

Empathie versus sympathie

Over het algemeen genomen wordt empathie gedefinieerd als het begrijpen en meevoelen van de emoties van een ander. Het bestaat dus uit twee elementen: 1) het begrijpen van de emotie (ook wel cognitieve empathie) en 2) het meevoelen van de emotie (ook wel affectieve empathie). In onderzoek wordt empathie regelmatig verward met sympathie. Sympathie betekent mededogen of bezorgd zijn om iemand die lijdt. Het hebben van sympathie zorgt er voor dat we iemand gaan helpen. Het belangrijkste verschil tussen empathie en sympathie zit in een overeenstemming van de emotie. Bij empathie ervaar je dezelfde emotie als de ander, bij sympathie voel je bezorgdheid. Veel onderzoeken naar de invloed van mediageweld op empathie hebben eigenlijk sympathie gemeten. De belangrijkste reden hiervoor is het ontbreken van een goede vragenlijst die onderscheid maakt tussen empathie en sympathie. Onze eerste stap was het maken van juist zo’n vragenlijst. Zodoende ontwikkelden we de Adolescent Measure of Empathy and Sympathy (AMES). Deze schaal konden we vervolgens gebruiken om te onderzoeken of mediageweld nu invloed heeft op empathie of op sympathie.

Ons onderzoek

We voerden een onderzoek uit onder 942 jongeren tussen de 10-15 jaar, gedurende twee jaar. De jongeren vulden twee keer dezelfde vragenlijst in over hun mediagebruik, blootstelling aan mediageweld en empathie en sympathie. Tussen de twee vragenlijsten zat 1 jaar tijd. Zo konden we onderzoeken of blootstelling aan mediageweld op tijdstip 1 invloed had op empathie of sympathie 1 jaar later. De resultaten laten zien dat mediageweld geen invloed heeft op empathie. Echter mediageweld heeft wel invloed op sympathie. Dit wil zeggen dat blootstelling aan mediageweld gepaard gaat met een daling in de neiging om bezorgd te zijn om iemand die lijdt. Mediageweld lijkt geen invloed te hebben op het vermogen om de emoties van iemand anders te begrijpen/herkennen of mee te voelen.

Deze resultaten zijn belangrijk want sympathie is essentieel voor ons sociaal functioneren. Het zorgt er voor dat we iemand helpen en dat we anderen niet pijn willen doen. Wel moeten we realiseren dat de effecten van media doorgaans relatief klein zijn. Dit betekent dat mediageweld maar in beperkte mate het gedrag van kinderen beïnvloedt en dat andere factoren zoals het gezin, leeftijdsgenootjes en persoonlijkheid spelen ook bepalend kunnen zijn.

Meer informatie over dit onderzoek is te vinden op  http://www.ccam-ascor.nl

 

Referenties:

  • Vossen, H.G.M., Piotrowski, J.T., Valkenburg, P.M. The longitudinal relationship between media violence and empathy: was it sympathy all along? Media Psychology.
  • Vossen, H.G.M., Piotrowski, J., Valkenburg, P.M. (2015) Development the adolescent measure of empathy and sympathy (AMES).Personality and Individual Differences74, 66-71.

 Afbeelding afkomstig van: http://everydaylife.globalpost.com/

 Helen Vossen is universitair docent Orthopedagogiek aan de Universiteit Utrecht. Hiervoor werkte zij als onderzoeker aan het Onderzoekscentrum Jeugd en Media (CcaM). Haar onderzoek richt zich op de rol van empathie en sympathie in media voorkeuren en media effecten in kinderen en adolescenten. Ook is ze geïnteresseerd in hoe ouders omgaan met het mediagebruik van hun kinderen en de uitdagingen die daar bij komen kijken.