Mediaopvoeding en digitale geletterdheid

Auteur: Natascha Notten

De afgelopen jaren is duidelijk geworden dat het belangrijk is dat kinderen en jongeren mediawijs en digitaal geletterd zijn. In onze huidige digitale en op kennis gebaseerde samenleving zijn dergelijke online vaardigheden onmisbaar, zowel voor het welzijn kinderen en jongeren als voor hun toekomstige maatschappelijke carrière. Onder digitale geletterdheid worden vaardigheden verstaan zoals het kunnen vinden van de juiste informatie online en het juist inschatten van de betrouwbaarheid van nieuwsbronnen online. Dergelijke vaardigheden worden ook wel aangeduid met de term digitale informatievaardigheden. Een voor de hand liggende manier voor het stimuleren van deze vaardigheden, en daarmee digitale geletterdheid, is media-educatie, zowel door ouders als scholen. Maar het lijkt allemaal nog niet mee te vallen. ‘Meer les maakt je niet ‘mediawijzer’’ kopte het NRC namelijk afgelopen november (NRC, 17 november 2017). De boodschap was dat jongeren helemaal nog niet zo digitaal geletterd zijn als zij zelf denken en dat het opleidingsniveau van de ouders bepalender is voor de digitale informatievaardigheden van kinderen en jongeren dan de medialessen op school. Hoe kan dat nou?

Ouders en de digitale kloof

Dat het opleidingsniveau van ouders bepalender is voor de mate van digitale geletterdheid van jongeren dan school is niet zo verrassend. Ten eerste begint de invloed van ouders al ruim voordat kinderen naar school gaan. En die invloed betreft natuurlijk niet alleen digitale informatievaardigheden, maar bijvoorbeeld ook de leesprestaties van kinderen. Kinderen van hoogopgeleide ouders starten met een voorsprong op school en behouden deze vaak gedurende de schoolloopbaan. Daarnaast brengen kinderen nog altijd meer tijd thuis door dan op school en staat het mediaonderwijs op scholen vaak nog in de kinderschoenen. Kortom, kinderen uit hoger opgeleide gezinnen beschikken over meer digitale informatievaardigheden dan hun leeftijdsgenoten met lager opgeleide ouders en dit is een wereldwijd gegeven (Notten et al., 2009). Deze ongelijkheid in digitale vaardigheden, zowel bij kinderen als volwassenen, wordt in de literatuur ook wel aangeduid als de “digitale divide”. Deze zogenaamde digitale kloof is niet nieuw hoor, het is sinds de opkomst van het internet al een bekend verschijnsel. En deze digitale kloof is, net als sociale ongelijkheid in het algemeen, behoorlijk hardnekkig.

Ouders en digitale geletterdheid

Interessant is de vraag waarom kinderen van hoger opgeleide ouders meer digitaal geletterd zijn dan kinderen uit lager opgeleide gezinnen. Wat doen die hoger opgeleide ouders nu eigenlijk in hun opvoeding als het gaat om digitale geletterdheid?

In het algemeen gebruiken hoger opgeleide ouders zelf meer complexe digitale functies en hebben zij zelf ook meer digitale informatievaardigheden dan lager opgeleide ouders. Dit komt bijvoorbeeld doordat hoger opgeleide ouders meer jaren onderwijs hebben genoten, waarin ook hun digitale informatievaardigheden getraind zijn. Maar ook omdat zij vaak beroepen hebben waarin dergelijke vaardigheden dagelijks toegepast worden. Ouders geven met hun eigen mediagebruik een bepaald voorbeeld aan hun kinderen, veelal onbewust, maar daarom niet minder effectief. Daarnaast zijn hoger opgeleide ouders ook actiever betrokken bij het begeleiden van het mediagebruik van hun kinderen. Ze leggen vaker uit hoe je bepaalde informatie kunt vinden, houden de online privacy meer in de gaten, en hebben vaker regels thuis als het gaat om het mediagebruik van hun kinderen. Tot slot is ook het media-aanbod verschillend in gezinnen: in gezinnen met hoger opgeleide ouders zijn vaker boeken aanwezig, maar er staat bijvoorbeeld minder vaak een beeldscherm in de kinderslaapkamer dan in gezinnen met lager opgeleide ouders.

In hun zoektocht naar het stimuleren van digitale geletterdheid lijken ouders en scholen vooral gericht op digitale toepassingen. Dat is natuurlijk belangrijk, maar niet het enige dat telt. Als het gaat om digitale geletterdheid spelen ook de ‘traditionele’ ofwel ‘offline’ leesopvoeding en leesvaardigheden een belangrijke rol. Er is namelijk een sterk verband tussen offline geletterdheid, zoals het lezen van boeken, en online, ofwel digitale, geletterdheid.

Uit recent onderzoek naar de digitale informatievaardigheden van jongeren uit 13 verschillende landen (Notten & Becker, 2017) blijkt dat jongeren die goed offline kunnen lezen ook digitaal informatievaardiger zijn Ze zoeken online meer informatie en lezen meer online nieuws dan kinderen die weinig lezen of die lezen niet leuk vinden. Voor digitale geletterdheid blijkt de traditionele offline geletterdheid een belangrijke voorwaarde.

Maar de meest opvallende bevinding is toch wel dat de traditionele vroege lees- en taalopvoeding thuis – zoals voorlezen en woordspelletjes doen – een belangrijke rol speelt bij het ontwikkelen van digitale geletterdheid. En deze relatie blijft sterk, ongeacht het opleidingsniveau van de ouders, het digitale aanbod in het ouderlijk huis, het leesgedrag van de jongeren of het land waarin zij wonen De vroege lees- en taalopvoeding thuis stimuleert de digitale geletterdheid en helpt jongeren om ook online hun weg te vinden.

Deze kennis is relevant voor ouders en scholen. Belangrijk is hierbij de bewustwording dat voor kinderen (en ouders) met minder goede leesvaardigheden het aanleren van digitale informatievaardigheden een extra uitdaging is. Kortom, naast de binnenkort belangrijke en verplichte medialessen op school blijft de traditionele offline leesbevordering en de bekende ‘voorleesouder’, zowel op school als thuis, van grote waarde.

Tot slot

Ouders hebben veel invloed op de ontwikkeling van hun kind, ook als het gaat om digitale geletterdheid. Maar er zijn grote verschillen tussen gezinnen. Dit benadrukt de relevantie van media-educatie op bijvoorbeeld scholen en in bibliotheken, om alle kinderen de kans te bieden digitaal geletterd te worden. Daarnaast is het belangrijk dat mediaopvoeding niet alleen gaat over digitale media: thuis al op jonge leeftijd lees- en taalvaardigheden stimuleren is nog steeds – of misschien wel in toenemende mate – van belang voor het ontwikkelen van digitale geletterdheid. Daarnaast is het goed bewust te zijn van het feit dat in onze huidige op kennis gebaseerde samenleving laaggeletterdheid – offline en online – een belangrijke risicofactor is, zowel voor het welzijn van ouders als voor de ontwikkeling van hun kinderen.

 

Referenties: