Morele ontkoppeling: De aantrekkingskracht van moreel ambigue misdaadpersonages

Auteurs: Guus Bartholomé, MSc. en Claire Segijn, Msc.

Archetypes: The good versus the bad

Misdaaddrama’s vormen al tijden een ongekend populair televisiegenre. Het archetype van een misdaaddrama bevat een detective die achter een dader aanzit: de ‘good guy’ en de ‘bad guy’.  Aan het einde van het verhaal wordt de dader opgepakt door de detective. Volgens de affectieve dispositietheorie van Zillmann hangt het kijkplezier van misdaaddrama’s samen met morele overwegingen en sympathie. Volgens deze theorie zouden kijkers een oordeel vellen over of personages zich moreel of immoreel gedragen. De detective, van origine de ‘good guy’, doet alleen maar morele dingen en verdient daarom de sympathie van de kijker. De dader handelt immoreel, hij heeft immers een misdaad gepleegd, en wekt daarom antipathie op bij de kijker. Uiteindelijk ervaren kijkers dan kijkplezier wanneer er goede dingen overkomen bij het personage waar we sympathie voor hebben en slechte dingen voor de ‘bad guy’. Dus als de detective aan het einde de dader te pakken krijgt, beleven de kijkers kijkplezier.

De verdeling tussen goed en slecht is nog duidelijk te zien in misdaaddrama’s uit de jaren 70 zoals Kojak, Columbo en Ironside. Tegenwoordig zijn de personages in misdaaddrama’s echter niet meer zo zwart-wit. In de loop der jaren zijn er steeds meer misdaaddrama’s uitgekomen waarbij personages zich zowel moreel als immoreel gedragen. Denk bijvoorbeeld aan de Sopranos, Breaking Bad en Homeland. Ook in Europa zijn er voorbeelden van televisieseries met ambigue hoofdpersonages zoals The Killing en Penoza. Dus de vraag die overblijft is: hoe kunnen kijkers nog steeds kijkplezier ervaren en sympathie hebben voor een hoofdpersonage die zich soms ook immoreel gedraagt?

Sympathie voor ambigue personages

Het antwoord op de bovenstaande vraag kan worden gevonden in bepaalde strategieën die kijkers hanteren om afkeuring van immoreel gedrag te verminderen, bijvoorbeeld door de schuld bij de slachtoffers te leggen. Daarnaast zou het kijkplezier ook kunnen ontstaan doordat de kijker tijdelijk zijn of haar morele overtuigingen opzij zet. Deze “morele ontkoppeling” manifesteert zich bij kijkers als een speelse oefening met normen en waarden. Onderzoekers van de Universiteit van Amsterdam deden onderzoek naar deze mogelijke verklaringen en namen daarbij als voorbeeld de televisieserie Dexter. Deze serie speelt zich af in Miami en gaat over forensisch onderzoeker Dexter, die een dubbelleven leidt als seriemoordenaar. Overdag helpt hij moordzaken op te lossen, en ’s nachts neemt hij het recht in eigen hand door moordenaars te confronteren met hun daden en ze te vermoorden.

Dexter1Om te onderzoeken wat voor strategieën van morele ontkoppeling gebruikt worden bij het kijken naar Dexter, werden vier kijkers van de serie geïnterviewd. Dit onderzoek leverde duidelijke strategieën op die kijkers gebruikten om het immorele gedrag van de hoofdpersoon, en dus het karakter waar ze zich het meest mee identificeerden, goed te praten. Een voorbeeld van een dergelijke strategie behelst bijvoorbeeld het rechtvaardigen van het immoreel gedrag van Dexter “Hij vermoordt wel mensen, maar alleen maar misdadigers”. Een ander voorbeeld van een prominente strategie was het zogenaamde “blaming the victim”. Kijkers leggen de schuld bij het slachtoffers van de hoofdrolspeler, de mensen die Dexter heeft vermoord hebben het immers “over zichzelf afgeroepen” omdat het misdadigers zijn. Een derde voorbeeld dat Dexter ‘gehumaniseerd’ wordt. Dit wordt gefaciliteerd door zijn centrale rol in de serie, het in beeld brengen van zijn overwegingen, denkpatronen en moeilijke jeugd. Hierdoor kunnen kijkers makkelijker sympathie opbrengen voor het hoofdpersoon, ondanks zijn daden.

 De moraal van dit verhaal

Vervolgens werden de strategieën door de onderzoekers getest in een survey onder 209 Dexter-kijkers. Uit de resultaten blijkt dat wanneer kijkers bereid zijn om hun morele overwegingen los te laten voelen ze sympathie voor de immorele hoofdpersoon, zelfs als Dexter zijn slachtoffers in stukjes snijdt. Daarnaast dragen de strategieën van morele ontkoppeling bij aan kijkplezier bij de uitkomsten van de acties van het hoofdpersoon. Kijkers beleven door de speelse oefening plezier als Dexter na veel tegenslagen een slachtoffer eindelijk op de slachtbank heeft gekregen. Dit is in het echte leven niet geoorloofd, maar kan dankzij de serie op een veilige manier ervaren worden. Series als Dexter bieden kijkers de mogelijkheid om te kunnen spelen met hun eigen gevoelens en moreel besef. Op deze manier biedt de fictionele wereld kijkers een oefening in moraliteit, zonder dat hier consequenties aan verbonden zijn.

Het volledige artikel getiteld ‘Does Dexter morally entertain his viewers? A case study of sympathy and moral disengagement in the enjoyment of a morally ambiguous crime character’ is bedacht en uitgevoerd door Professor Ed Tan, Dr. Monique Timmers, Dr. Sanne Opree, Claire Segijn en Guus Bartholomé en is onder andere gepresenteerd op het Etmaal van de Communicatiewetenschap.

Over de auteurs: Guus en Claire zijn allebei promovendi bij de Amsterdam School of Communication Research aan de Universiteit van Amsterdam. Tijdens hun opleiding aan diezelfde universiteit werkte ze samen aan onderzoek gericht op media entertainment en emoties. Inmiddels doen ze onderzoek naar een ander onderwerp. Guus doet onderzoek naar politieke conflicten in de media. Claire doet onderzoek naar de effecten van reclame als mensen meerdere schermen (bijv. TV en tablet/smartphone) tegelijkertijd gebruiken.