Multitasken: 1 + 1 = 1, 2 of 3?

Auteur: Dr. Jelmer Borst

Multitasken is slecht voor je, zoveel is wel duidelijk. Lees de vorige blogs over multitasken op Versvak maar en de tendens is helder: Het is verslavend, we kunnen het allemaal niet en we moeten ons op z’n minst een beetje zorgen maken over de multitaskende jeugd. Maar is het wel zo simpel? Of kun je sommige dingen wel prima tegelijkertijd doen?

blonde-runner-600x400Neem bijvoorbeeld hardlopen. Hiervan wordt vaak gezegd dat je niet harder moet lopen dan dat je een gesprek kunt voeren – multitasken dus. En dit gaat natuurlijk prima zolang je niet buiten adem raakt. Veel hardlopers zweren dan ook bij het luisteren naar muziek tijdens het lopen en zullen ook beweren dat ze hier harder door gaan lopen. Aan de andere kant weten we natuurlijk dat multitasken lang niet altijd goed gaat. Of je nou op de fiets of met de auto naar je werk gaat, multitaskende medeweggebruikers zijn op z’n minst irritant en vaak ronduit gevaarlijk.

Wat zorgt ervoor of twee bezigheden wel of niet samengaan?

We hebben onderzocht welke bezigheden samengaan door mensen drie verschillende taken te laten uitvoeren terwijl we hun hersenactiviteit opnamen. In de eerste taak moesten de proefpersonen een stip op het scherm volgen door op de pijltjestoetsen te drukken, in de tweede taak moesten ze naar hoge en lage tonen luisteren en de hoge tonen tellen en als derde taak moesten ze constant een aantal letters in hun geheugen houden. De proefpersonen moesten deze taken niet alleen los, maar ook in combinatie met elkaar uitvoeren.

Wat bleek? Hoe meer de hersenactiviteit van de geïsoleerde taken met elkaar overeenkwam, hoe slechter ze samen uitgevoerd konden worden. De proefpersonen konden bijvoorbeeld prima de stip op het scherm volgen terwijl ze de hoge tonen moesten tellen, maar ze konden het tonen tellen maar moeilijk combineren met letters in hun geheugen houden. Om de stip op het scherm te volgen, hadden de proefpersonen hun visuele- en hun motorsysteem nodig. Voor het tellen van de tonen hun auditieve systeem en hun geheugen. Voor het geheugentaakje – dat op het scherm werd getoond – hun visuele systeem en het geheugen. Hoe meer deze systemen met elkaar overeenkwamen, hoe slechter de prestatie als ze de taken tegelijkertijd moesten uitvoeren. En dit zagen we terug in de hersenactiviteit: Aan de hand van de activiteit van de ‘single tasks’ konden we voorspellen hoe goed twee dingen samengaan!

1 + 1 = 1, 2 of 3?

Het resultaat hiervan is dat je prima naar een podcast kunt luisteren terwijl je aan het hardlopen bent: Voor de podcast heb je je auditieve systeem nodig om te luisteren en je geheugen om de informatie op te slaan, terwijl je voor het hardlopen je visuele- en je motorsysteem nodig hebt. Een echte 1 + 1 = 3 situatie dus: Je wordt én fit én je leert nieuwe informatie. Andere dingen kun je niet tegelijkertijd doen, bijvoorbeeld een boek lezen en een gesprek voeren – al gaat dat fysiek prima samen. In beide gevallen heb je je taalsysteem nodig, en daarom kun je ze niet combineren. 1 + 1 = 2 in dit geval: Je zult de taken met elkaar moeten afwisselen. Soms kom je ook in de 1 + 1 = 1 situatie terecht, vooral wanneer je iets in je geheugen moet houden. Stel dat ik onderbroken word door een telefoontje halverwege het schrijven van deze zin. Dat is heel vervelend, want dan moet ik weer bedenken wat ik aan het schrijven was voordat ik verder kan. Maar dit is alleen het geval als de onderbreking ook mijn geheugen vereist – ik kan prima een slok koffie nemen en tegelijkertijd verder nadenken, 1 + 1 = 3!

Referenties

  • Borst, J.P., Taatgen, N.A., & Van Rijn, H. (2015). What Makes Interruptions Disruptive? A Process-Model Account of the Effects of the Problem State Bottleneck on Task Interruption and Resumption. In Proceedings CHI 2015. Seoul, Korea.
  •  Nijboer, M., Borst, J.P., Van Rijn, H., & Taatgen, N.A. (2014). Single-task fMRI Overlap Predicts Concurrent Multitasking Interference. NeuroImage 100, 60-74.

Jelmer Borst is onderzoeker in de Kunstmatige Intelligentie aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij ontwikkelt nieuwe technieken waarbij hij computermodellen gebruikt om neurale data te analyseren. Daarnaast is hij geïnteresseerd in de cognitieve processen die ten grondslag liggen aan multitasken.