Nepnieuws: voorkomen is beter dan genezen

Auteur: Dr. Toni van der Meer

De verspreiding van ‘fake news’, oftewel nepnieuws, houdt al enige tijd de gemoederen gaande. Vreemd is dat niet, zowel de nationale als internationale media speculeren veelvuldig over de mogelijke oorzaken en gevolgen van nepnieuws. We lezen met name veel over de rol van nepnieuws tijdens de verkiezingen in Amerika (bijvoorbeeld “Paus steunt Trump” of “Verdachte FBI agent in Hillary e-mail lekken dood gevonden”) maar ook berichtgeving omtrent andere belangrijke sociale issues wordt vervuild door nepnieuws (bijvoorbeeld speculaties over de oorzaak van de MH17 vliegtuigramp).

Zulk soort onwaarheden worden veelvuldig verspreid en zijn nauwelijks van echt te onderscheiden. Wel zijn ze vaak sensationeler dan echt nieuws, waardoor ze vaker worden gedeeld via sociale media en andere kanalen. Deze snelle en ongecontroleerde verspreiding leidt tot bezorgdheid over de invloeden van nepnieuws, bijvoorbeeld op de uitslag van politieke verkiezingen (zowel in de VS als in Europa; denk aan Brexit), het leven van individuen (zie “pizzagate” incident) en het functioneren van de journalistiek. De zorgen nemen toe naarmate nepnieuws vaker wordt ingezet, bijvoorbeeld door politieke grootmachten met als doel democratieën te ontwrichten.

Initiatief om nepnieuws te bestrijden

Ondanks de recente aandacht voor het fenomeen, is nepnieuws alles behalve nieuw. Het is een eeuwenoud fenomeen, maar door de opkomst van sociale media is de controleerbaarheid ervan afgenomen en het bereik toegenomen. Verschillende nieuws-gerelateerde organisaties erkennen dan ook hun maatschappelijke rol in het tegengaan van de mogelijke gevolgen van nepnieuws. Zo is Facebook gestart met het bestrijden van nepnieuws. In de VS en Duitsland werkt het bedrijf nu samen met erkende factcheckers. Een als ‘nep’ aangemerkt online bericht wordt gelabeld met een waarschuwing en verschijnt minder prominent in de timelines. Een goed initiatief. De vraag blijft echter, is het genoeg?

Nepnieuws & misinformatie

Als we de wetenschappelijke literatuur induiken zien we dat nepnieuws ook onder wetenschappers al langere tijd wordt opgemerkt. Zij onderzoeken de verspreiding en consequenties van incorrecte informatie al langere tijd onder de noemer ‘misinformatie’.

De voornaamste bevinding blijkt dat misvattingen op basis van blootstelling aan misinformatie zeer moeilijk te corrigeren zijn. Zelfs na wetenschappelijke consensus, besluiten veel ouders bijvoorbeeld hun kinderen niet te vaccineren op basis van valse claims over een mogelijke link tussen vaccinatie en autisme, resulterend in een verhoogd aantal vermijdbare ziekenhuisopnames en sterfgevallen.

Artist Unknown

Maar waarom blijft deze informatie nu juist zo goed plakken? De wetenschap biedt daarvoor verschillende verklaringen: mensen hebben bijvoorbeeld de neiging om de rectificatie van nepnieuws te negeren ter voorkoming van verwarring door tegenstrijdige informatie. Daarnaast laten mensen zich simpelweg niet graag vertellen wat ze moeten denken.

Misvattingen die nauw verweven zijn met bestaande overtuigingen of ideologieën blijken nog het moeilijkst te counteren. Dit valt mogelijk te verklaren aan de hand van de theorie van ‘motivated reasoning.’ Deze theorie stelt dat individuen tegenstrijdige informatie verdraaien om het in overeenstemming te brengen met bestaande overtuigingen. Dit zien we bijvoorbeeld terug in het feit dat meer Republikeinen, in vergelijking tot Democraten, ten onrechte blijven geloven dat er massavernietigingswapens in Irak waren en dat de voormalige president Obama buiten de VS werd geboren.

Kortom, het plaatsen van een eenvoudige rectificaties is vaak mosterd na de maaltijd; het kwaad is al geschiedt. Sterker nog, rectificaties kunnen averechts werken en de oorspronkelijk foutieve overtuigingen versterken[1].

Voorkomen beter dan genezen

Aangezien de correctie van misinformatie of nepnieuws het zorgwekkendste probleem blijkt te zijn, is de vraag hoe efficiënt het is om achteraf de feiten te checken. Zijn de initiatieven zoals het labellen van nepnieuws op Facebook of het achteraf controleren van uitspraken in politieke debatten door traditionele media de juiste manier om de gevolgen van nepnieuws tegen te gaan? Ook al bestempelt Facebook berichten als onwaar, het kwaad is al geschiet. De berichten zijn dan al honderden keren gedeeld en geliked en een groot publiek heeft mogelijk al een mening gevormd. Sommige berichten zijn eenvoudig te weerleggen, zoals de “Paus steunt Trump”. Maar dat is slechts een klein percentage van het nepnieuws wat online circuleert. De probleemgevallen zijn de (complexere) berichten die slechts gedeeltelijk kloppen en selectief of partijdig zijn. Het zou dus beter zijn om vroegtijdig het ontstaan en de verspreiding van nepnieuws te voorkomen in plaats van achteraf te bestrijden en te corrigeren. Dit is natuurlijk makkelijker gezegd dan gedaan, zeker in het geval van invloeden van overheden of grote corporaties of de “professionele” productie van nepnieuws met de intentie tot misleiden. Maar andere oorzaken van nepnieuws kunnen mogelijk tegengegaan worden wanneer de nieuwsconsument en journalist hun rol erkennen in dit proces. Dus misschien moeten we daar beginnen, zeker omdat de analytics tools nog niet verfijnd genoeg zijn om de complexe aard van nepnieuws te identificeren.

Dus, wat kunnen de consumenten doen? De nieuwsconsument bepaalt hoe nieuws geëvalueerd wordt en hoe vaak iets gedeeld wordt. Zo is zij zelf verantwoordelijk voor het verspreiden van nepnieuws. Een gezonde vorm van scepsis bij het evalueren van informatiegeloofwaardigheid kan dus helpen. Simpele cues zoals emoties en of je vrienden die het delen zijn niet perse de beste raadgevers. Wetende dat nieuws onbetrouwbaar kan zijn, maakt ons alert voor nepnieuws-signalen en hopelijk voorzichtiger bij het delen van nieuws. Hierbij komt ook kijken dat het weer tijd wordt om te betalen voor ons nieuws. Op deze manier kunnen we kwalitatief hoogstaand nieuws en onderzoeksjournalistiek stimuleren.

Dat brengt me meteen bij de rol van de journalist: in een wereld waar het moeilijk is om feit van fictie te scheiden, moeten we kunnen vertrouwen op traditionele nieuws media, toch? In het kader van nepnieuws, is het daarom zaak dat journalisten voorzichtig zijn met het simplificeren en/of overdrijven van de feiten. De sensationalisering van (feitelijke) berichtgeving en de focus op “clickbait” nieuwskoppen kan namelijk ook leiden tot misvattingen. Op dit moment zien we vaak dat nieuwsartikelen zodanig zijn opgebouwd dat het de aandacht trekt. Het begint met een aantrekkelijk of controversiële kop en eerste alinea. Pas later in het stuk komen de informatieve analyses aan bod.

Prima, zou je zeggen. Het probleem is echter dat maar een klein percentage van de lezers (41 procent in de VS) verder gaat dan het scannen van de kop en de rest haakt vaak al af na de eerste alinea. Om iedereen correct te informeren zullen de kop en eerste alinea zoveel mogelijk het hele verhaal moeten vertellen. Ter illustratie, de kop van CNN “Aanvragen Witte Huis onderzoek naar misbruik macht van regering-Obama” had misschien beter zoiets kunnen zijn: “Trump levert nieuwe beschuldiging zonder bewijs, dit keer tegen Obama”.

Tenslotte worden nieuwsmedia steeds vaker beschuldigd van “false balanced” berichtgeving. Hierbij krijgen (wetenschappelijke) feiten en (foutieve) meningen evenveel aandacht. Normaalgesproken wordt de journalistiek geprezen voor gebalanceerde en onpartijdige berichtgeving, maar wanneer het feitelijke informatie of wetenschappelijk consensus betreft zou dit niet de bedoeling moeten zijn. Deze geforceerde balans geeft het publiek het idee dat feiten betwistbaar zijn. Zo heeft BBC zich frequent schuldig gemaakt aan deze manier van berichtgeving over onderwerpen zoals milieuverandering en de Brexit. Ook in de Nederlandse talkshow Pauw zagen we hoe het onderwerp autisme en vaccinatie op deze manier gemakzuchtig werd gesensationaliseerd. Een kinderarts werd tegenover drie anti-vaccers[2] gezet waardoor feiten en meningen door elkaar liepen. In de volgende aflevering kwam het programma met een berouwvolle rectificatie; hier werd toegegeven dat er geen bewijs is voor de link tussen autisme en vaccineren. De rectificatie kwam pas de volgende dag… te laat dus.

Het is dus van belang dat bij feitelijke consensus media en journalisten vroegtijdig een duidelijk standpunt innemen om verwarring en misvatting te voorkomen, dat journalisten als voornaamste doel blijven hebben te informeren en niet enkel te entertainen en dat de nieuwsconsument kritisch blijft op wat zij voorbij ziet komen in haar tijdlijn. Dan blijven de mogelijke gevolgen van nepnieuws hopelijk beperkt.

[1] Dit gebeurt met name als het gaat om complexe vraagstukken zoals klimaatverandering, fiscaalbeleid of ​​oorlogvoering.

[2] ouders die hun kinderen niet inenten