De campagne rond de Wiv: een kwestie van vertrouwen?

Auteur: Marijn van Klingeren

Afgelopen week kwam het Nationaal referendumrapport uit over het Wiv referendum, ofwel het referendum over de nieuwe Wet Inlichtingen en Veiligheid. Ook bekend als het sleepwetreferendum. Waarin zes wetenschappers in zes hoofdstukken en onder leiding van Dr. Kristof Jacobs de resultaten weergeven van het Nationaal referendumonderzoek 2018. Een reeks aan blogs verscheen hierover op de wetenschapsblog Stuk Rood Vlees. En aangezien ik één van de auteurs van het rapport ben schreef ik hier ook een blog voor. Zie hieronder het resultaat.

In een tijd waarin vrijwel al onze gegevens opgeslagen zitten in digitale archieven en we meer dan ooit communiceren via sociale media is privacy een groot goed. Maar in onzekere tijden van terroristische aanslagen is veiligheid dat ook. Hoe maak je vandaag de dag dan de afweging tussen het behoud van privacy aan de ene kant en een veiliger land aan de andere kant? Precies! Je vertrouwt hen die meer over weten. Politici, autoriteiten, experts etc. Of vertrouwen we hen toch liever niet? En zo nee, heeft dit dan te maken met waar onze informatie vandaan komt?

Van de AIVD tot Lubach: de belangrijkste spelers op een rijtje

Politici hielden zich veelal afzijdig van de campagne met betrekking tot de Wiv, maar enkele andere spelers schoven hun standpunt niet onder stoelen of banken. Deze campagne kende vijf belangrijke spelers: De Algemene Dienst Inlichtingen en Veiligheid (AIVD) is de grootste belanghebbende van een ‘voor’ stem tijdens dit referendum. De nieuwe wetgeving geeft hen meer vrijheid om mensen digitaal te volgen. Daarnaast is er nog een aantal belangrijke tegenstanders. Zo is er Amnesty International die haar zorgen uit over de invloed van de Wiv op het recht op privacy. De Nederlandse Vereniging van Journalisten (NVJ) is om deze reden zelfs een bodemprocedure gestart tegen de Nederlandse staat vanwege de Wiv. Zij geven aan dat ze door de nieuwe wet hun journalistieke bronnen moeilijker kunnen beschermen, aangezien de staat toegang heeft tot hun computers en telefoons. Zij spannen deze rechtszaak aan samen met enkele andere organisaties, waaronder Bits of Freedom (BoF). Deze organisatie zet zich in voor Internetvrijheid, communicatievrijheid en privacy en is dus ook fel tegenstander van de Wiv.

Arjen Lubach speelt ook een grote, maar andere rol. Via zijn satirische actualiteitenprogramma geeft hij aandacht aan de Wiv. Hij helpt bovendien bij het behalen van de benodigde aantal handtekeningen om het referendum door te laten gaan. In de aanloop naar het referendum besteedt hij wederom aandacht aan de vernieuwde Wetgeving en haalt daarbij uitspraken van Premier Mark Rutte aan die onjuist blijken te zijn.

(On)bekend en onbemind?

Lang niet iedereen is bekend met al deze spelers. Figuur 1 toont dat met name de AIVD, gevolgd door Amnesty International en Arjen Lubach bekendheid genieten. Minder bekend zijn echter BoF en NVJ.

Figuur 1: Kennis van belangrijkste voor- en tegenstanders van de Wiv

Noot: Berekend voor hen die bekend waren met de Wiv

Maar het vertrouwen in deze partijen is laag. Uit het Nationaal Referendumonderzoek komt namelijk ook naar voren dat het gemiddelde vertrouwen van deze organisaties/ persoon niet boven de 6,5 uitkomt (op een tienpuntenschaal). Vooral Arjen Lubach delft het onderspit en scoort op deze schaal gemiddeld slechts een nipte voldoende (5,6).

Sociale media of toch die goede oude televisie ?

De bovengenoemde vijf spelers verkregen via verschillende mediakanalen aandacht. Maar welke typen media werden over het algemeen gebruikt in aanloop naar het referendum? Figuur 2 laat zien dat televisie een onverminderd populaire informatiebron is tijdens campagnetijd. Van alle ondervraagden geeft 69,1% aan zijn/ haar informatie via televisie ontvangen te hebben. Maar ook kranten zijn populair. Zo raadpleegde 51,1% dit medium. Websites en sociale media zijn nog steeds het minst populair. Minder nog dan de radio (respectievelijk 29,7%, 29,3% en 37,1%). Toch is te zien dat de jongste generatie  net wat vaker sociale media dan televisie en krant gebruikt. De oudere generaties houden zich daar afzijdig van.

Figuur 2.   Mediagebruik in de week voorafgaand aan referendum (naar leeftijd)

Vertrouwen en verschillende types mediabronnen

Dat informatie verspreid via sociale media regelmatig onwaarheden bevat mag geen verrassing heten. Ook zorgen verhitte Twitterdiscussies wellicht voor de nodige scepsis en dat zo zomaar eens zijn weerslag kunnen hebben op het vertrouwen dat men heeft in de campagnevoerders. Om dit uit te zoeken heb ik de twee met elkaar verbonden in een bivariate analyse. Uit figuur 3 blijkt dat sociale mediagebruik er in sommige gevallen wel degelijk toe lijkt te doen. Zo is het verschil in vertrouwen onder sociale media gebruikers significant lager wanneer het gaat om het vertrouwen in de AIVD, Arjen Lubach en de NVJ.

Figuur 3. Vertrouwen in grote spelers naar mediagebruik

Nu denk je misschien, we zagen toch net dat sociale media voornamelijk gebruikt worden door jongeren. Zijn jongeren dan niet gewoon wantrouwender dan ouderen? En waarschijnlijk doet opleidingsniveau er ook wel toe. Inderdaad, uit een uitgebreidere analyse[1]  blijkt dat ook leeftijd ertoe doet. Hoe jonger hoe wantrouwender en ook opleidingsniveau biedt een gedeeltelijke verklaring voor wantrouwen. Sociale media dragen echter, ook na controle voor leeftijd en opleidingsniveau, bij aan het wantrouwen in de AIVD en de NVJ.

Wat nu?

Nieuwsconsumptie verloopt via steeds meer, verschillende mediakanalen en sociale media blijken met name onder jongeren erg populair om politieke informatie te verkrijgen. Het lijkt daarbij ten dele bij te dragen aan het  wantrouwen in enkele van de campagnevoerders. Mogelijk komt dit doordat verschillen worden uitvergroot op sociale media en fronten verharden, waardoor men gemiddeld genomen minder vertrouwt op wat er wordt gezegd. Maar we zouden ook te maken kunnen hebben met een schijnverband. Mogelijk zijn mensen met een algeheel politiek wantrouwen sowieso actiever op sociale media, omdat ze daar een breder scala aan inzichten en informatie kunnen verkrijgen dan via gevestigde media. En mogelijk reflecteert deze bredere vorm van wantrouwen dan eveneens in het wantrouwen in de belangrijkste spelers tijdens dit referendum. Maar dan rijst de vraag, is zulk een wantrouwen problematisch?

Dat ligt natuurlijk maar net aan je perspectief. Over het algemeen is een zekere mate van wantrouwen in politieke spelers juist heel erg gezond. Vaak hebben campagnevoerders een bepaald doel voor ogen en zullen daarmee informatie selectief of op een voor hen gunstige manier brengen (framen). Een kritische blik en een lichte vorm van wantrouwen zorgen er dan juist voor dat je een afgewogen beslissing kan maken. Maar gezien vanuit de campagnevoerders zelf valt hier zeker nog wel wat winst te behalen.

[1] Met name een multivariate OLS regressieanalyse waarin we controleerden voor leeftijd, geslacht en opleidingsniveau