Een te weinig gestelde vraag. Wat verwachten migranten zelf van de Nederlandse verzorgingsstaat?

Auteur: Jeanette Renema

Migratie en de verzorgingsstaat. Het onderwerp staat al een tijd ter discussie en start vaak vanuit de veronderstelling dat migranten hier komen om van de steun van de verzorgingsstaat te genieten zonder daaraan bij te dragen.

In de literatuur wordt deze veronderstelling ook wel de welfare magnet hypothesis genoemd en de bewijskracht of hier nu wel of geen sprake van is wisselt sterk. Enerzijds bestaan er berekeningen die wijzen op de hoge kosten van immigratie en anderzijds worden deze berekeningen weer genuanceerd (zie bijvoorbeeld deze Versvakblog).

Met mijn blog wil ik echter een andere kant van het debat belichten. De kant van de migranten zelf, want om meer grip te krijgen op de welfare magnet hypothesis, is het belangrijk om eerst na te gaan of het wel zo is dat migranten naar Nederland komen om hier van de sociale voorzieningen te genieten.

Wat is een verzorgingsstaat precies?

In de literatuur wordt de verzorgingsstaat gedefinieerd als een samenleving waarin de overheid via wetgeving en financiële middelen zorgt voor het sociaaleconomische welzijn van de burgers. Wat dat “zorgen voor het sociaaleconomische welzijn van de burgers” precies inhoudt en hoe men vindt dat dat geregeld moet worden verschilt per persoon en land.

Toch zijn er wel duidelijke patronen te zien. Zo is het van alle groepen in een samenleving, juist zieken of mensen met een handicap, gegund om te genieten van de verzorgingsstaat, terwijl die gunfactor bij vele andere groepen vaak ontbreekt. De zorg voor zieken is in Nederland met behulp van verschillende maatregelen geregeld, waarvan de algemene gezondheidszorg één van de meest omvattende maatregel is.

Verzorgingsstaat en de rol van de gezondheidszorg

In Nederland kan men gebruik maken van verschillende gezondheidszorgdiensten (huisarts, ziekenhuis, GGZ, etc.) en in principe heeft iedereen toegang tot de meest spoedeisende of gangbare gezondheidshulp, ongeacht herkomstland of verblijfsstatus. Hoewel het systeem niet altijd even inzichtelijk is (denk bijvoorbeeld aan de rol van de zorgverzekeringen of de poortwachtersfunctie van de huisarts), is een gezondheidsstelsel zoals die van Nederland voor vele mensen in andere landen een droom.

Aangezien er grote verschillen tussen de verschillende herkomstlanden bestaan, kijk ik binnen het Migrants’ Welfare State Attitudes project (MIFARE) naar de meningen van migranten (in Nederland) over onder andere de Nederlandse gezondheidszorg. Samen met mijn collega’s heb ik, in 2015, een survey afgenomen onder eerste generatie migranten uit tien verschillende herkomstlanden1 en Nederlanders zonder migratieachtergrond om juist hier wat meer inzicht in te krijgen.

Gezondheidszorg en de verantwoordelijkheid van de staat

We hebben de respondenten onder andere de vraag voorgelegd of zij vinden dat een staat, de overheid, verantwoordelijk is voor het aanbieden van gezondheidszorg aan zieken. Zoals de onderstaande figuur laat zien, zien we dat bijna alle migranten het erover eens zijn dat de overheid in zekere mate daarvoor verantwoordelijk is (groene antwoordcategorieën), ongeacht herkomstland2. Er zijn maar weinig Nederlanders of migranten die aangaven dat zij geen rol voor de overheid zagen (rode antwoordcategorie) wat betreft het aanbieden van gezondheidszorg aan zieken.

Figuur: gegeven antwoorden op de vraag of de overheid verantwoordelijk is voor het aanbieden van gezondheidszorg aan zieken. De antwoorden zijn uitgesplitst naar de herkomstlanden van de ondervraagde migranten, om te zien of er herkomstverschillen bestaan (Nederlandse respondenten hebben geen migratie-achtergrond). De antwoorden zijn gegeven obv de volgende categorieën: (1) zeker wel, (2) eerder wel, (3) eerder niet, (4) zeker niet. Bron: MIFARE.

Het punt van uitgaven

Een mening vormen over in hoeverre de overheid verantwoordelijk is voor de gezondheidszorg is één ding, maar een mening vormen over hoeveel geld daaraan besteed moet worden is een stuk lastiger. We hebben de respondenten daarom ook de vraag voorgelegd of de overheid meer, minder of evenveel geld moet besteden aan de gezondheidszorg3. De respondenten moesten bij het beantwoorden van de vraag rekening houden met het feit dat meer uitgaven ook zou betekenen dat er een belastingverhoging kan plaatsvinden als gevolg van deze verhoging.

En hier zit dan ook gelijk de crux, wanneer een respondent deze vraag wil beantwoorden zal deze waarschijnlijk zijn persoonlijke situatie meenemen. Hierbij worden afwegingen gemaakt over hoe gezondheidsuitgaven nu geregeld zijn, of zij/hij zelf baat heeft bij hogere uitgaven, en of zij/hij hier een belastingverhoging voor over heeft. In de literatuur wordt dit mechanisme aangeduid als het belang van de zelf-interessse en de relevantie hiervan wordt breed gedragen.

Gezondheidszorg en de uitgaven van de staat

Wanneer we kijken naar de resultaten valt al gelijk op dat deze vraag moeilijker te beantwoorden was dan de vorige vraag. Bijna een kwart van de respondenten heeft deze niet willen of kunnen invullen.

Zoals de onderstaande figuur laat zien, gaf een groot deel van de respondenten aan dat de huidige uitgaven aan de gezondheidszorg naar tevredenheid is (groene antwoordcategorie). Hoe groot dit aandeel is, verschilt echter per herkomstland. Zo zegt 52% van de Amerikaanse en Japanse migranten dat zij hier tevreden over zijn, terwijl dit aandeel kleiner is onder de Turkse en Russische migranten (24%).

Er is ook een vorm van eenheid te zien tussen de herkomstgroepen, want het aandeel respondenten dat voor minder (of veel minder) uitgaven pleit (blauwe antwoordcategorie) is klein binnen elke groep, ook onder Nederlanders. De groepen die relatief gezien het meest om hogere gezondheidszorguitgaven vragen (bruine antwoordcategorie) zijn Nederlanders, en Turkse en Spaanse migranten. Dat Turkse en Spaanse migranten om meer gezondheidsuitgaven vragen is waarschijnlijk door hun relatief hogere risico op gezondheidsklachten, want zij oefenen in Nederland vaak fysiek zware banen uit4.

Figuur: gegeven antwoorden op de vraag of de overheid meer, minder, of evenveel aan gezondheidszorg moet uitgeven. De antwoorden zijn uitgesplitst naar de herkomstlanden van de ondervraagde migranten, om te zien of er herkomstverschillen bestaan (Nederlandse respondenten hebben geen migratie-achtergrond). De antwoorden zijn gegeven obv de volgende categorieën: (1) minder, (2) evenveel, (3) meer. Bron: MIFARE.

Migrantenprobleem of gewoon logica

Wanneer we naar deze resultaten kijken, kunnen we niet per definitie zeggen dat de verwachtingen van migranten anders zijn dan die van Nederlanders. Ten eerste, zijn er geen grote verschillen tussen herkomstlanden te zien wanneer we vragen hoe groot de rol van de overheid moet zijn bij het bieden van gezondheidszorg aan zieken. Ten tweede, is de relatief hogere vraag naar gezondheidszorguitgaven door Turkse en Spaanse migranten niet anders dan die van Nederlanders. Ten derde, er is een welwillendheid onder zowel Nederlanders als migranten om zelf bij te dragen aan hogere uitgaven middels een belastingverhoging.

Een kanttekening moet gemaakt worden, want ik heb hier alleen de resultaten laten zien die betrekking hebben op de gezondheidszorg, maar de Nederlandse verzorgingsstaat bestaat natuurlijk uit meerdere (betwistbare) facetten. Echter wanneer ik kijk naar de vraag of migranten op de hoogte zijn van hun toegang tot sociale voorzieningen in Nederland, blijken zij hun toegang vaak te onderschatten. Meeste migranten lijken zowel te verwachten als wel ermee in te stemmen dat zij eerst in Nederland moeten werken voordat zij toegang krijgen tot bepaalde sociale voorzieningen in Nederland.

 

 —

  • 1 Het gaat om de volgende landen: Fillipijnen, Japan, China, Polen, Rusland, Spanje, Groot-Brittannië, Turkije, Roemenië, en Amerika.
  • 2 Van het totaal aantal respondenten (3.657) heeft 2% gezegd dat zij de vraag niet willen of kunnen beantwoorden.
  • 3 Hoewel het onmogelijk is voor mensen om te weten hoeveel de overheid op dit moment aan de gezondheidszorg besteedt, betekent dit niet dat mensen hier geen voorstelling van maken.
  • 4 Dit is echter anders voor de meest recente Spaanse en Turkse migranten.

 

Disclaimer:

Deze bijdrage is gebaseerd op de MIFARE data en is in 2015 verzameld op basis van een willekeurig getrokken steekproef van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). De respondenten konden de enquêtes zowel online als offline invullen en hadden de mogelijkheid om dit in het Nederlands of in hun moedertaal te doen.