Grote idealen in een klein formaat

Auteur: Jeanette Renema

“Tiny house, big living”, “minder huis, meer leven” zijn zomaar een paar slogans die online te vinden zijn over de relatief nieuwe woontrend in Nederland: tiny house movement. Tiny houses zijn huizen van een kleiner formaat (tot maximaal 50 vierkante meter), die op vaste grond staan en als doel hebben om als een volwaardig huis te functioneren. Echter valt over de definitie te twisten en aspecten zoals off-the-grid oplossingen (dus zonder aansluiting op het reguliere gas, water- of het elektriciteitsnetwerk), de mobiliteit van de tiny house, of het wel of niet omvatten van maatwerk worden vaak als belangrijke mede-eisen gezien. Ook kunnen andere termen (zoals small house, microwoning) worden aangehaald waardoor de maximale toegestane grootte of vorm van de tiny houses kunnen variëren.

Hoe het ook zei, de idee achter deze beweging is dat je bewust kiest om met minder genoegen te nemen en lijkt (in Nederland) vooral gefocust te zijn op het verminderen van de ecologische voetafdruk. De tiny houses zijn dan ook in alle maten, vormen en materialen te vinden (zie bijvoorbeeld hier) en worden steeds populairder. Maar waar komt deze beweging nu vandaan? Zijn die tiny houses nu alleen maar aantrekkelijk voor de trendy designer, de natuurliefhebber of degene met een nomadisch hart? Of zijn ze ook bedoeld voor een breder publiek?

Het begin van de tiny-house-woontrend

Naast het feit dat we vroeger natuurlijk ook niet altijd in grote huizen hebben gewoond, moeten we teruggaan naar de jaren ’70 in Amerika. Daar kwam een stroming in opmars van mensen die een simpelere manier van leven wilden nastreven, want de alsmaar groter-wordende huizen zorgden voor steeds hogere vaste lasten met daarnaast een stijgende vraag naar spullen om dat huis te vullen. Mede als reactie op deze groeiende consumptietrend kwamen verschillende architecten zoals Lloyd Kahn en Bob Easton (1973 met het boek “Shelter”) of Lester R. Walker (in 1987) in actie. Lester R. Walker publiceerde in 1987 zijn boek “Tiny Tiny Houses: Or How to Get Away From It All”, waarin hij zijn lezers al deed afvragen hoeveel zij nu werkelijk nodig hadden om gelukkig te kunnen leven en waarin hij liet zien hoe men op een handige manier het “simpelere leven” kon bereiken. Hiermee zou niet alleen de consumptietrend worden tegengegaan, maar werd het voor meerdere mensen mogelijk om de kosten en de vaste lasten van een eigen huis te drukken.

Tiny house verovert de wereld

Inmiddels zijn de tiny houses over de hele wereld in populariteit gegroeid. In het Westen heeft de economische crisis van 2008 er mede voor gezorgd dat deze woontrend sterk in populariteit steeg. Zeker in Amerika wilden steeds minder mensen vast (komen te) zitten aan een hypotheek die ze zich simpelweg niet (meer) konden veroorloven. Daardoor werd het downsizen (het kleiner maken) van huizen steeds gewilder. Tegelijkertijd werd het kleine leven bejubeld door een veelvoud aan mensen die graag zouden zien dat de maatschappij minder zou consumeren en op deze manier respectvoller met de natuur en haar grondstoffen om zou gaan.

Maar dat is niet het hele verhaal. Waar de tiny houses voor de één een manier is om zich terug te trekken uit het drukke stadsleven, is het voor de ander een ultieme designuitdaging. Denk bijvoorbeeld aan de 3D-printerhuizen in Eindhoven, een bouwtechniek die bouwmateriaalverspilling tegen kan gaan, of de wikkelhuizen van golfkarton. Echter kunnen tiny houses ook ingezet worden om een gebrek aan ruimte binnen steden op te vangen, zoals de micro homes in Japan. Of om een studentenkamertekort tegen te gaan, waarvan een bekend voorbeeld de containerhuizen zijn.

Daarmee is dan ook ook gelijk duidelijk dat tiny houses niet alleen bedoeld zijn voor de duurzame mens die graag meer in vrijheid wil leven of de kluizenaar die helemaal off-the-grid wil gaan, maar dat ze ook passen bij een breder publiek. Sterker nog, ze worden ook ingezet als een oplossing voor sociale problemen. Zo zijn er bijvoorbeeld in Amerika zogenaamde pop-up tiny houses die worden ingezet om daklozen op te vangen of om woonruimte aan te bieden aan mensen die net ontheemd zijn geraakt door natuurrampen (zoals de Katrina Cottages). Verder kunnen tiny houses ook helpen bij het opkalavateren van wijken die door de snelle verstedelijking buiten de officiële stadsplanning zijn gevallen. Of van bestaande wijken die onbewoonbaar zijn geworden, omdat deze over de jaren maar weinig overheidsaandacht hebben gekregen (zoals bijvoorbeeld in Mumbai in India).
Tiny houses in Nederland

De idee van het inzetten van kleine behuizingen na natuurrampen is ook in Nederland niet nieuw. Denk bijvoorbeeld aan de watersnoodhuisjes in Alphen aan de Maas eind jaren ’20. Ook hebben er altijd al mensen op kleinere oppervlaktes gewoond (vb. kleine appartementen of woonwagenparken). De mogelijkheden om op een meer comfortabelere manier, zelfstandig en klein te wonen zijn daarentegen wel nieuw. Architecten kunnen steeds meer verwezenlijken door de vergevorderde (electronische) technologie die meer mogelijk maakt (vb. 3Dprinten, particuliere zonnepanels, etc.), de digitalisering die veel ruimte kan besparen (e-readers in plaats van boeken), en niet in het minst: de veranderde percepties van mensen. Termen zoals duurzaamheid, eenvoud en “ontspullen” zijn over de jaren steeds populairder geworden en lijken zich sinds 2016 ook daadwerkelijk te hebben gevestigd in de Nederlandse huizenbouw en architectuur. Sinds dat moment werden deze initiatieven ook steeds meer gesteund door gemeentes, doordat zij steeds actiever werden in het aanbieden van antwoorden op deze nieuwe woonwensen. En zo langzamerhand wordt er steeds meer gehoor gegeven aan de roep om ruimte en grond.

Oplossing voor starters

En wanneer mensen toestemming krijgen om tiny houses te (laten) bouwen en wanneer kleine woonoppervlaktes efficiënter kunnen worden benut, wordt het ook steeds aantrekkelijker om klein te wonen. Denk bijvoorbeeld aan starters. Al een paar jaar is het voor hen steeds moeilijker om een appartement of een huis te kopen. Eerder onderzoek van het CBS wees dit ook al uit. De prijzen zijn relatief hoog en door tijdelijke of flexibele arbeidscontracten is het steeds lastiger om een lening te krijgen. En wanneer deze starters niet in aanmerking komen voor een sociale huurwoning ligt het antwoord al snel bij de particuliere huur (met hoge huurprijzen tot gevolg).

Maar zelfs wanneer deze starters in aanmerking zouden komen voor sociale woningbouw, kunnen de oplopende wachtlijsten demotiverend werken. Het aanbieden van (eventueel tijdelijke) tiny houses of het aanwijzen van een grondgebied waarop deze gebouwd mogen worden kan dan soelaas bieden. Starters kunnen een eigen huis (laten) bouwen en zonder hoge kosten zelfstandig wonen. Zoals bijvoorbeeld hier in Malden.

Zorgoplossingen

Maar de tiny houses bieden bijvoorbeeld ook de mogelijkheid om kamertraining aan te bieden aan jongeren die niet meer thuis kunnen of willen wonen, maar wel zelfstandig moeten leren leven. Op deze manier kunnen de jongeren zelf een (kostendrukkend) huishouden bolwerken en hebben ze de nodige (pleeg)begeleiding om de hoek. Tiny houses kunnen wellicht ook andere betaalbare zorgoplossingen bieden die passen binnen het huidige beleid: rugzakwoningen in tuinen of zorggemeenschappen waarbij de voorzieningen de spil van deze zogenoemde woonzones vormen.

Toekomst voor de tiny house movement in Nederland

Op die manier kunnen tiny houses voor jong en oud zijn, voor degene die bewust kiest voor een simpeler leven, voor degene die moet bezuinigen op de maandelijkse vaste lasten, of degene die net dat beetje extra steun in de rug nodig heeft om verder te komen. Tiny houses kunnen tegelijkertijd de woningnood in de grotere steden verlichten en helpen om de Nederlandse ecologische voetafdruk te verminderen. En voor de liefhebber, de designuitdaging zal waarschijnlijk altijd blijven. Dit zorgt ervoor dat de tiny houses in verschillende gedaantes zullen blijven opdoemen. Een beetje zoals Barbapapa.