Help! Hoe herken ik een terrorist?

Auteur: Marijn van Klingeren

In het eerste weekend van oktober zijn er zeven jongeren uit Arnhem opgepakt wegens het plannen van een aanslag vanuit geloofsovertuiging. Een terroristische aanslag vanuit ideologisch oogpunt. Het is allang niet meer nieuw voor ons. We wennen eraan, maar toch blijft het iets ongrijpbaars.

Ik sprak erover met een goede vriend uit Arnhem. Een open mens die vanuit zijn werk regelmatig in aanraking komt met mensen uit verschillende sociaaleconomische klassen. Tijdens zijn jeugd groeide hij op in een diverse wijk en is daardoor niet onbekend met een grote verscheidenheid aan religieuze achtergronden. Toch betrapte ook hij zich erop dat hij tijdens een boodschap in de wijk Presikhaaf (om de hoek van waar de hoofdverdachte was opgepakt) zich niet helemaal op zijn gemak voelde. Toen ik hem vroeg wat er toen met hem gebeurde gaf hij aan dat hij zich angstiger voelde en meer bevooroordeeld was. Hij zei: “Ik heb dat 2 jaar geleden ook gehad. Toen wilde ik pauzeren onderweg naar Parijs. Ik kon toen stoppen in Molenbeek, bij Brussel, maar ik ben doorgereden. En iets verder gestopt. Toen had ik mijn zoontje bij me.” Hij gaf toe dat deze beslissing niet geënt was op denkvermogen, maar puur op emotie en dat hij zich er eigenlijk ook een beetje voor schaamde.

Irrationele angst

Angsten zijn vaak niet gebaseerd op rationeel gedachtegoed. Want hoe groot is de kans dat iemand een aanslag pleegt bij een Arnhemse supermarkt en juist in een wijk als Molenbeek zal deze kans niet groter zijn. Bovendien is de kans om te overlijden door een terroristische aanslag 173 keer kleiner dan om te komen in het verkeer en toch stappen we elke dag nog massaal in de auto.

De vriend voegde toe dat de angsten verdwenen wanneer hij contact maakte. De anonieme buitenlander wordt dan weer gewoon mens. De beelden die je in je hoofd creëert blijken dan ineens onwaar.

Wie zijn die radicalen dan?

Als socioloog en onderzoeker vind ik dit soort processen bijster interessant. En ik herken mij in het verhaal van mijn vriend, ook ik voelde de angst kort na de aanslagen in Brussel in 2016. Het kwam nu wel heel dichtbij en de daders zagen er op de foto’s vaak zo vriendelijk uit. Hoe kan dat? En hoe kan ik dan het onderscheid maken tussen iemand die kwaad in de zin heeft en iemand die dat niet heeft? Het makkelijkst is dan om iedereen met een kleurtje te wantrouwen, ware het niet dat radicalisering zich niet beperkt tot moslimjongeren. 17% Van de geradicaliseerde jongeren is namelijk bekeerling. De tint van de huid, wel of geen baard doet er dus niet toe. Aan het uiterlijk zie je niets en daarnaast zou het systematisch verdenken van mensen met een moslimuiterlijk niet goed bij mij passen.

Maar hoe dan? Waaraan kan ik zien dat iemand radicaal gedachtegoed heeft als het niet het uiterlijk is? Dan moeten we toch gaan kijken naar andere zaken, waarschijnlijk is gedrag nog de beste indicator. Wat dat betreft is contact, wat mijn vriend intuïtief al deed om zijn eigen angsten te lijf te gaan, een goede methode. Dan merk je hoe iemand op je reageert. Door te praten en met elkaar op te trekken zal je meer begrip voor elkaar krijgen. Bovendien kom je erachter dat de meeste moslims helemaal geen radicaal gedachtegoed hebben (zie grafiek van Gallup).

Waarom radicaliseren mensen?

Contact is ook één van de strategieën die binnen beleid vaak wordt toegepast. Zo worden er workshops georganiseerd om jongeren met verschillende achtergronden met elkaar samen te laten werken. Gebaseerd op de contacttheorie van Allport (1954/1979)[i] wordt contact gestimuleerd tussen moslims en niet-moslims om elkaar beter te begrijpen. Waardoor minder vooroordelen ontstaan en er dus meer kansen zijn voor moslims om een goede plek te vinden in de Nederlandse maatschappij. Maar ik vrees dat contact niet genoeg is. Er zijn structurele factoren, zoals weinig aandacht op basisscholen voor kinderen met een taalachterstand, of de aanname van leerkrachten dat kinderen van hoogopgeleide ouders slimmer zijn, die ertoe leiden dat bepaalde groepen marginaliseren en achter worden gesteld. Waardoor leden van bepaalde sociale en etnische groepen minder kansen hebben op goed onderwijs, een goede baan een mooi huis et cetera. En die gewaarwording kan leiden tot onvrede, woede en dus ook tot radicalisering. Dit hoeft overigens niet per se moslimradicalisering te zijn. Radicalisering richting extreemrechts verloopt vaak via een gelijksoortig proces.

Toch is het niet altijd een proces[ii]. Bij sommigen gaat radicalisering geleidelijk en gepaard met sterk ontwikkelende ideologieën. Bij anderen verloopt het wat grilliger of abrupter. Radicalisering kan voortkomen uit verveling. Of simpelweg omdat iemand met mensen in aanraking komt die radicale standpunten aanhangen en gevoelig is voor peer pressure. Ook kunnen psychische kenmerken een rol spelen. Maar ja, dan nog. Niet iedereen in een achterstandsituatie radicaliseert en een verrassend hoog aandeel geradicaliseerde jongeren komt juist uit een hogere sociale klasse.

Nederlands beleid

Toch wordt er in Nederland hard aan gewerkt om (potentiële) radicaliserende jongeren op te sporen en in de gaten te houden. Het Nederlandse antiterrorismebeleid richt zich met name op het aanpakken van jongeren die dreigen te gaan radicaliseren. Scholen worden ingezet om dit onder hun leerlingen te herkennen, taboes te doorbreken en discriminatie tegen te gaan. Daarnaast vormen wijkcentra, politie, familieleden en (gematigde) moskeeën onderdeel van het beleid, waardoor er een sterk sociaal vangnet ontstaat waar jongeren terecht. Zo kunnen psychische problemen vroeg opgespoord worden, jongeren ondersteund worden wanneer ze door een identiteitscrisis gaan en is er een veilige basis waardoor aansluiting bij extremistische groepen minder verleidelijk wordt. Theoretisch zou het moeten werken, direct onderzoek naar interventies is lastig en daardoor schaars. Het helemaal tegengaan van radicalisering en terrorisme lijkt een onmogelijke taak. Niet te min omdat Nederland weinig controle heeft over wat er buiten Nederland gebeurt, en jihadistische netwerken houden zich niet aan landsgrenzen. Toch ben ik van mening dat deze aanpak naast het tegengaan van radicalisering ook andere positieve neveneffecten heeft. Zoals het terugdringen van vooroordelen, het actief aanpakken van discriminatie in een vroeg stadium en het actief betrekken van andere culturen bij de Nederlandse maatschappij. Kortom, al zorgt het niet voor het terugdringen van al het extremistisch gedachtegoed, het zorgt allicht voor een vreedzamere maatschappij.

 

—–

[i] Allport, G.W. (1954/1979). The effect of contact. In: The nature of prejudice (25th anniversary edition), pp.261-281.

[ii] Hafez, M., & Mullins, C. (2015). The radicalization puzzle: a theoretical synthesis of empirical approaches to homegrown extremism. Studies in Conflict & Terrorism38(11), 958-975.