Identiteitspolitiek en haar gevolgen

Auteur: Marijn van Klingeren

Dat het politieke landschap in Nederland verandert mag geen verrassing heten. Sinds de jaren ‘00 zijn grote partijen steeds verder aan het versplinteren en de zwevende kiezer versplintert mee. De versplintering is zover doorgezet dat de grootste partijen tijdens de provinciale statenverkiezingen van dit jaar voor het eerst nog geen 15% van de stemmen kregen. Tegelijkertijd lijkt de rol van de politiek te zijn veranderd, maatschappelijk gezien, maar ook in het leven van individuen. Het lijkt scherper te zijn geworden, persoonlijker in zekere zin. Een verschuiving waarbij politiek steeds meer is gaan draaien om groepsbelangen, om het ‘horen bij’ en dus om identiteit.

Wat betekent identity politics?

Identity politics, of identiteitspolitiek is een concept wat tegenwoordig steeds vaker opduikt maar zeker niet nieuw is. Historisch gezien refereert het naar politiek die enkel om identiteit draait. En eigenlijk kunnen we de bron van deze term al herleiden naar het begin van de vorige eeuw, toen vrouwen vochten om hun stemrecht (de suffragetes). De term zelf stamt echter uit Amerika van de jaren ’60, toen belangenorganisaties van onder andere raciale-, vrouwen en LHBT-groepen, ontstemd raakten over exclusie en groeiende ongelijkheid. Dit ging gepaard met groeiende frustratie over burgerrechtencampagnes die zich richtte op ‘integratie’, ‘progressie’ door middel van vriendelijk protest[1]. Vrouwen en Afro-Amerikanen verenigden zichzelf rondom hun gedeelde identiteit en dit bleek zeer effectief. Een gedeelde historie van onrecht en ervaringen verbond hen en gaf hen een duidelijk gezamenlijk doel. De gevestigde politiek achter zich latend vormde zij nieuwe allianties om zo, door middel van vaak weinig vriendelijk protest, meer voor elkaar te krijgen.

Tegenwoordig wordt de term net wat anders gebruikt, namelijk als een directe link tussen iemands (toegewezen) identiteit en iemands politieke standpunten/ keuzes. Maar ook dit komt in vele vormen en gaat vaak gepaard met overgeneralisatie. Daarbij heeft identiteit een andere betekenis gekregen. Het gaat niet langer om hoe iemand zichzelf identificeert, maar in welk hokje je wordt geplaatst door anderen en welke politieke labels een ander daar dan aan hangt. Een voorbeeld hiervan is onder andere dat vrouwen op Hillary Clinton zouden stemmen omdat ze een vrouw is, of dat mensen die FvD of PVV stemmen allemaal tegen Moslims zijn, of blanke gefrustreerde mannen zijn. Het betreft dus vaak een oversimplificatie van de situatie en politieke voorkeur die direct gekoppeld wordt aan uiterlijke kenmerken waarop mensen in groepen (identiteiten) worden opgedeeld. In tegenstelling tot hoe de term eerst gebruikt wordt, is dit niet iets wat enkel vanuit de personen in kwestie zelf komt. Vaak wordt een bepaalde identiteit en bijkomende verwachte politieke standpunt aan iemand toegewezen.

Waar komt de huidige opmars van identity politics vandaan?

 

Bron: Wikimedia

De opmars van identiteitspolitiek lijkt niet zelden vanuit frustratie voort te komen. Voor de huidige opmars in Europa wordt toenemende globalisering als boosdoener genoemd. De verklaring daarbij is dat binnen Europa de grenzen open zijn gesteld voor arbeiders en men daardoor makkelijker binnen Europa verhuist. Waardoor er meer concurrentie ontstaat. Bedrijven en mensen hoger op de sociaal-economische ladder zien hier de voordelen van in. Deze mensen noemt men in de literatuur de winnaars van globalisering. Bedrijven hebben door globalisering een grotere pool aan mensen om uit te kiezen, wat lonen drukt en winsten doet stijgen. De hogere klassen vormen samen een nieuwe elite. Tegelijkertijd is er een grote groep mensen die geen profijt heeft van deze globalisering. In tegendeel, mensen in de lagere sociale klassen ondervinden juist meer dreiging van toenemende diversiteit. Er is meer concurrentie wat leidt tot lagere lonen; een nieuwe herverdeling waarin juist zij slechter af zijn. Dit zou een goede verklaring bieden van de veranderende politieke tendens in Europa.

Bron: wikimedia

Het gevolg, men komt op voor de belangen van zijn/ haar groep via buiten-parlementaire organisaties. Dat zien we momenteel bijvoorbeeld in de vorm van de gele-hesjes-beweging in Europa. Hierbij wordt de politieke elite verantwoordelijk gehouden voor de negatieve gevolgen van mondiale ontwikkelingen. Het tegengeluid vertaalt zich echter ook in de opmars van politieke partijen die opkomen voor de belangen van deze groep en het identiteitsdenken stimuleren.

De gevolgen van identity politics

Ook al kunnen identity politics leiden tot meer inclusieve politiek, waarbij onderdrukte groepen een stem krijgen, er zitten ook keerzijdes aan. Identiteitsgerelateerde belangen zijn vaak in strijd met belangen van andere groepen in de maatschappij. En omdat het identiteitskwesties betreft is het onlosmakelijk verbonden met het individu en hierdoor treft het mensen persoonlijk en dus harder.

Tegenstrijdige belangen betekenen ook dat er moeilijker consensus bereikt wordt en politieke strijd feller gestreden wordt. Identiteitspolitiek zorgt voor toenemende polarisatie onder de bevolking (zie figuur 1)en hierdoor neemt ook onenigheid binnen de politiek toe. Versplinterde partijen die steeds verder van elkaar af komen te staan zorgen voor het vermoeilijken van democratische besluitvormingsprocessen (zoals bijvoorbeeld langere onderhandelingen).

Figuur 1: Hoe het wij-zij denken vergrootte en polarisatie steeg over de tijd; Bron: Iyengar et al. 2018

Het zou zelfs voor groeiende ongelijkheid kunnen zorgen, wanneer een groep disproportioneel succesvol is en beleid onevenredig ten behoeve van deze groep wordt gevormd. Hoewel dat bij een meerpartijenstelsel zoals in Nederland minder snel zal gebeuren dan in een land met een tweepartijenstelsel. Daarnaast zijn identiteiten vaak nauwgedefinieerd en eenzijdig en daardoor eerder beperkend dan bevrijdend. Zij leiden tot negatieve houdingen tussen groepen met conflicterende belangen. Verschillen worden geaccentueerd en hierdoor daalt de saamhorigheid en stijgt de mate van conflict. En zo zijn er meer onbedoelde consequenties van identiteitspolitiek. Dit zijn processen waar we ons als wetenschappers, beleidsmakers, politici en als mens bewust van moeten zijn om de huidige tijdsgeest goed te kunnen duiden, maar ook om verdere escalatie tegen te kunnen gaan.

[1] Ture, Kwame and Charles V. Hamilton 1992 [1967], Black Power: The Politics of Liberation in America, New York: Vintage Books.