Migratie schadelijk voor de verzorgingsstaat? Zo simpel is het niet

Auteurs: Kim Caarls & Petra de Jong, Migratieonderzoekers aan het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut (NIDI), Den Haag

Migratie, en de effecten ervan op de Nederlandse samenleving, staan momenteel hoog op de politieke agenda. Een van de centrale thema’s in discussies rondom dit onderwerp betreft de gevolgen van migratie voor de verzorgingsstaat. Een nadelig effect van migratie op de Nederlandse verzorgingsstaat wordt hierbij regelmatig verondersteld, met name het idee dat migranten buitensporig gebruik maken van de bijstandsuitkering en economisch niet bijdragen aan de verzorgingsstaat. Toch kan dit vaak niet met cijfers worden onderbouwd. Zorgen over schadelijke gevolgen van migratie voor de verzorgingsstaat lijken grotendeels gebaseerd op misverstanden die het debat vertroebelen. Hieronder helderen we daarom drie veelvoorkomende misverstanden op.

Misverstand 1: migrant, asielzoeker, vluchteling; alles over één kam

Een eerste misverstand is dat, in discussies over de invloed van migratie op de verzorgingsstaat, de term ‘immigrant’ dikwijls wordt gebruikt zonder te specificeren wie hiermee bedoeld wordt. Dit is problematisch omdat hiermee immigranten uit zeer uiteenlopende herkomstlanden (zie ook het volgende misverstand) en met verschillende migratiemotieven over één kam worden geschoren. Zo wordt de term soms gebruikt om asielzoekers aan te duiden. Asielzoekers hebben echter nog geen officiële status in Nederland en mogen daarom niet werken. Om die reden ontvangen zij leefgeld van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) (en dus geen bijstandsuitkering). Vluchtelingen, die dus officieel erkend zijn als zodanig, mogen wel werken, maar pas nadat ze een vaak langdurige asielprocedure hebben doorlopen. Bovendien is het voor deze groep vaak lastig om passend werk te vinden en zijn ze, vaker dan andere migrantengroepen, overgekwalificeerd. Vluchtelingen vormen echter slechts een klein deel van alle migranten in Nederland: naar schatting waren er ongeveer 100.000 vluchtelingen in Nederland in 2016 (ter vergelijking, in totaal waren er in 2017 ongeveer 2.000.000 migranten in Nederland, inclusief vluchtelingen).

Misverstand 2: Samenstelling migrantenpopulatie

Een tweede misverstand is dat veruit de meeste migranten uit niet-Westerse landen komen. Maar het verschil in het aantal mensen met een migratieachtergrond uit Westerse (9,8%) en niet-Westerse landen (12,3%) is niet zo groot. Bovendien is bijna de helft van diegenen met een niet-Westerse achtergrond in Nederland geboren: de zogenaamde tweede generatie. Wetenschappelijke studies laten zien dat Westerse migranten over het algemeen meer aan de verzorgingsstaat bijdragen dan dat zij ontvangen. Dit komt doordat deze migranten relatief jong en hoogopgeleid zijn. Wanneer er rekening gehouden wordt met de persoonlijke eigenschappen van niet-Westerse migranten (geen vluchtelingen), zoals opleidingsniveau en gezinssamenstelling, maken ook zij doorgaans niet vaker gebruik van de verzorgingsstaat dan niet-migranten. Van een disproportioneel gebruik van de verzorgingsstaat door migranten is dus geen sprake.

Misverstand 3: Directe toegang tot de verzorgingsstaat

Een derde misverstand is dat migranten direct na aankomst in Nederland van alle voorzieningen gebruik kunnen maken. Dit is niet zo: veel voorzieningen in onze verzorgingsstaat zijn afhankelijk van wat je in de loop van je werkende leven opgebouwd hebt, zoals het geval is met werkloosheidsuitkeringen en pensioenen. Ook een bijstandsuitkering is pas toegankelijk voor migranten nadat zij langere tijd in Nederland hebben gewoond. Wanneer we kijken naar de kosten van de verzorgingsstaat, zien we bovendien dat de AOW veruit de grootste kostenpost vormt, terwijl andere voorzieningen, waaronder bijstand, slechts een klein deel uitmaken. In 2012 gaf de Nederlandse overheid bijvoorbeeld 31,4 miljard euro uit aan AOW-uitkeringen, tegenover bijna 4,6 miljard aan bijstandsuitkeringen. Hoewel met statistieken kan worden bekeken hoeveel migranten in Nederland een uitkering ontvangen, zijn zulke cijfers slechts een momentopname: gebruik van de verzorgingsstaat varieert immers over een mensenleven. Of een migrant gedurende zijn of haar verblijf de verzorgingsstaat meer kost of oplevert kan daarom alleen over een langere tijd worden vastgesteld.

De verzorgingsstaat is er om kwetsbare groepen in de samenleving te beschermen, zoals kinderen, zieken en gepensioneerden. Veel migranten migreren in de werkende leeftijd, en vallen daarom niet binnen deze doelgroepen. Wanneer deze migranten langere tijd in Nederland blijven wonen neemt de kans dat zij gebruik maken van sociale voorzieningen toe, maar dit geldt ook voor eventuele inkomstenbelasting die zij aan de verzorgingsstaat afdragen. Vluchtelingen zijn doorgaans jong: van alle in 2016 gearriveerde vluchtelingen in Nederland was 40% kind. Uiteraard levert deze groep nog geen bijdrage aan de verzorgingsstaat. Helaas is er nog maar weinig bekend over de arbeidsloopbaan van vluchtelingenkinderen in hun volwassen leven. Welk effect hun verblijf in Nederland op de lange termijn zal hebben op de verzorgingsstaat kan daarom nog niet met zekerheid worden vastgesteld. Voor andere migrantengroepen wordt in wetenschappelijke studies dikwijls geen systematisch bewijs gevonden voor een disproportioneel gebruik van sociale voorzieningen. De claim dat immigranten een nadelig effect hebben op de Nederlandse verzorgingsstaat is daarom te kort door de bocht.