Oh kom maar eens kijken…hoe ik beide kanten belicht

Auteur: Marijn van Klingeren

Weinig mensen zitten echt te wachten op nog een blog over zwarte piet, maar ik kon het niet laten. Dus voilà, hier komt het. We zijn al een tijdje bezig met de discussie en de fronten lijken te verharden. Tijd dus voor een theoretische belichting van het onderwerp. Want ik wil niemands feest vergallen, maar ik wil ook geen feest vieren ten koste van anderen. Want dat gaat wel een beetje van mijn eigen feestvreugde af.

Laat me beginnen met een kleine anekdote. In 2003 liep ik als student Sociaal Pedagogische Hulpverlening (SPH) stage bij een peuterspeelzaal. Het was sinterklaastijd en alles was versierd met zwarte pietjes, sinterklaasjes, pakjes en schoorsteentjes. Van een verhitte discussie zoals nu was toen nog geen sprake en me van geen kwaad bewust versierde ik het raam met een grote zwarte piet, met volle rode lippen, gouden oorbellen en kroeshaar. De volgende ochtend waren alle kinderen blij met de mooie versieringen. We zongen liedjes, maakte pietenmutjes samen en schilderde de wangen van de kindjes zwart. Ook bij een klein mannetje van amper 3 jaar oud. Hij stond te popelen om mee te mogen doen. Ik deed wat schmink op zijn wangen. Hij keek in de spiegel en toen beteuterd naar mij. Hij poetste woest zijn wangen en begon te huilen. Ik vroeg aan hem wat er was, maar hij kon geen antwoord geven en bleef lange tijd overstuur. Toen hij bedaard was zei hij ‘het gaat er bij mij niet meer af he?’. Mijn hart brak. Voor dit jongetje was het sinterklaasfeest niet één groot feest. Hij werd eraan herinnert dat hij anders was dan de andere kindjes en dat, daar waar de andere kindjes ervoor konden kiezen om niet zwart te zijn, hij zichzelf nooit zou kunnen ontdoen van zijn donkere huidskleur. Ook na 5 december werd hij hier nog regelmatig aan herinnerd. Want hoe jong deze kinderen ook waren, zij associeerden zijn huidskleur met die van zwarte piet. En ook al bedoelde de andere peuters er niets vervelends mee, voor het jongetje voelde het als pesten.

De discussie duurt voort

In 2011 stonden er twee mannen in zelfgemaakte t-shirts te kijken naar de intocht van sinterklaas in Dordrecht. Na korte tijd werden ze hardhandig in de boeien geslagen door de politie. Deze mannen waren Quinsy Gario en Jerry Afriye. Zij droegen t-shirts met de nu zo bekende slogan Zwarte Piet is Racisme. De discussie brak na dat moment pas goed los. ‘Hoezo racisme, het is toch gewoon een kindervriend?’, klonk het vanuit het voor-kamp. ‘Maar waarom is de baas dan wit en zijn al zijn inferieure hulpjes dan zwart?’, klonk het vanuit het tegenkamp.

Ieder jaar komt de discussie terug en ieder jaar worden beide fronten fanatieker. Een einde lijkt nog niet in zicht (zie ook deze blog). In de meeste gemeenten zien

Sinterklaasintocht Den-Haag 2017; Bron: Flickr.com

we dan ook nog volledig zwart geschminkte gezichten tijdens de intocht. Hoewel deze pieten soms wel vergezeld worden door roetveegpieten en zelf ontdaan zijn van de rode lippen, kroeshaar en de gouden oorbellen, waardoor ze net wat minder een persiflage zijn van de moren; de Noord-Afrikanen waarop zwarte piet gebaseerd lijkt te zijn.

Maar waarom verloopt deze discussie zo moeizaam en waarom is het zo vervelend om te horen dat het feest, waar iedereen in Nederland mee opgegroeid is, zou moeten veranderen vanwege de link met racisme? Ik zal het proberen uit te leggen aan de hand van een theoretisch perspectief[1], welke wellicht wat duidelijkheid kan scheppen over de verstandhoudingen en de felle reacties op de zwarte pietendiscussie.

Waarom doet het zo’n pijn kritiek te krijgen op ‘ons feest’?

Volgens de sociale identiteitstheorie (Tajfel en Turner, 1968) heeft ieder mens behoefte aan een positieve sociale identiteit. Daarom behoren we graag tot sociale groepen die een positief imago hebben. Want wanneer de groep waar jij toe behoort en waar jij je mee identificeert leuk, goed en interessant wordt gevonden, dan ben jij, als lid van die groep, zeer waarschijnlijk ook leuk, goed en interessant.

Daarnaast is het heel fijn om deel uit te mogen maken van een sociale groep. Je hebt mensen waarop je kunt bouwen, er zijn vaste regels waaraan iedereen uit de groep zich houdt en waar iedereen van op de hoogte is. Dit biedt een prettig gevoel van geborgenheid. Hoe meer belang je hecht aan die groep, en hoe meer je de normen en waarden binnen deze groep naleeft, hoe trotser je op die groep bent. Des te harder komt kritiek over jouw groep aan. Logisch, want jij bent lid van deze groep en als mensen kritiek uiten op je groep, dan hebben ze eigenlijk ook kritiek op jou en dat doet pijn. Bovendien kan die kritiek ervoor zorgen dat ook anderen, buiten je groep, jouw groep minder leuk en interessant gaan vinden. Of erger nog, dat een andere groep leuker en interessanter wordt gevonden dan die van jou, waardoor ook jij als individu in rangorde daalt.

Vanuit de zwarte[2] Nederlander

Laten we de discussie eens bekijken vanuit het perspectief van de zwarte Nederlander. De witte Nederlander heeft altijd een positief groepsimago gehad; ze heeft zichzelf veelal als beter, mooier, slimmer en kansrijker mogen zien dan vele andere etnische groepen in ons land. Dit geldt niet voor de zwarte Nederlander. Zij kampt nog steeds met de gevolgen van het slavernijverleden en ondanks gelijke rechten is er geen sprake van gelijkheid. Zij delft het onderspit wanneer het gaat om een positieve groepsidentiteit, want die wordt niet door iedereen als positief gezien.

Ook daar zegt de sociale identiteitstheorie iets over, want wanneer iemands groepsidentiteit ‘inadequaat’ is (wat zoveel betekent dat de groepsidentiteit negatiever wordt gezien dan die van andere groepen), dan zullen de leden uit deze groep hun best doen om dit te veranderen. Hierbij zijn verschillende strategieën die deze groepen toe kunnen passen, maar één van die strategieën is om de andere groep uit te dagen en het conflict op te zoeken.

17de eeuwse slavenjongen; Bron: commons.wikimedia.com

Dit is ook van toepassing als het gaat om de zwarte pieten discussie. In feite wordt hier aangekaart dat er iets niet pluis is met de etnische gelaagdheid in de Nederlandse maatschappij. Zwarte piet is daar door de verwijzing naar het slavernijverleden en het persiflage dat neer wordt gezet van ‘de zwarte’, die ook nog eens in dienst is van een witte rijke man, een overduidelijk symptoom van. Een goed voorbeeld dus om die ongelijkheid aan de kaak te stellen, maar ook iets waarmee je de witte Nederlander in de kern raakt. Sinterklaas is het volksfeest en kritiek daarop komt hard aan. 

Vanuit de witte Nederlander

Een tegenreactie is dan ook om de mensen die deze kritiek uiten als de boeman/vrouw te zien, om weerstand te bieden tegen het negatieve. Want het Nederlands cultureel erfgoed zou zogenaamd in het geding zijn: is het sinterklaasfeest nog wel zo’n groot feest zonder zwarte piet?

De Nederlandse cultuur met zijn normen en waarden staat al een tijdje onder druk. Zo komen er steeds meer migranten Nederland binnen, raakt Nederland steeds meer politieke macht kwijt aan Europa en voor in elke stad staat nu een Moskee. Dat is rap gegaan, het is vreemd, spannend, maakt onzeker en zorgt ervoor dat veel witte Nederlanders houvast zoeken in tradities, cultuur en religies die bekend zijn.

Maar dan wordt er ineens kritiek geuit op die cultuur. Op een onschuldig kinderfeest waarin de meeste witte Nederlanders waarschijnlijk nooit eerder iets kwaads hebben gezien. Zwarte piet, racistisch? Hoezo? Het is toch gewoon een kindervriend? Hij helpt sinterklaas en mag nog de hele dag pepernoten strooien ook. Wie wil dat nu niet? Een logisch gevolg vanuit de theorie is dan ook dat een groot deel van de witte Nederlanders in de verdediging schiet. En ik moet eerlijk toegeven: dat deed ik in eerste instantie ook. Ik zag toen nog niet wat er beledigend kon zijn aan de figuur ‘zwarte piet’. Dat zie ik nu echter heel anders en kom daar later nog op terug.

Een kleiner deel van de witte Nederlanders voelt zich echter genoodzaakt om zich daadwerkelijk racistisch uit te laten over de zwarte Nederlanders met leuzen zoals ‘als het je niet zint, ga dan terug naar je eigen land’. Ook hier biedt de sociale identiteitstheorie een verklaring: juist mensen die sterk geïntegreerd zijn in hun gemeenschap en zich de normen en waarden hiervan sterk eigen hebben gemaakt, zullen zich bedreigd voelen wanneer er kritiek wordt geuit op hun gemeenschap. Ze zullen geneigd zijn hierop te reageren met het openlijk uiten van vooroordelen en door te discrimineren. Hiermee proberen ze tegen te gaan dat de groep met wie ze in strijd zijn ooit even leuk wordt gevonden en dezelfde, of misschien wel meer, privileges zal genieten dan de eigen sociale groep.

Snap je het nu?

Akkoord, vanuit de sociale identiteitstheorie kan ik de reacties verklaren. Ik zie waar het vandaan komt, maar ik praat het niet goed en helemaal begrijpen doe ik ook niet. Een veelgehoord argument van zwarte piet aanhangers is: “we bedoelen er toch niets kwaads mee”. Dat geloof ik ook, maar vroeger waren nog maar weinig mensen zich ervan bewust dat zwarte piet door velen als kwetsend/racistisch wordt ervaren en dat de vertolking van zwarte piet misschien toch wel wat sterk lijkt op die van de slavenjongens uit de 17de eeuw. Maar na jaren discussie hierover gaat die vlieger niet langer op. En zoals ik mijn kinderen leer: soms moet je sorry zeggen ook al heb je het niet kwaad bedoeld. Want soms doe je mensen pijn zonder dat je het doorhebt. Sta je per ongeluk op iemands tenen en heb je iemand pijn gedaan, dan zeg je sorry. En dan ga je het niet vervolgens nog een paar keer expres doen. Dat lijkt me niet meer dan logisch, toch?

———————

[1] Deze theorie werpt licht op de felheid van het debat, maar dit is slechts een van de waarschijnlijk vele mogelijke theoretische benaderingen
[2] Ik kies er bewust voor om zwart tegenover wit te zetten om het conflict duidelijk te maken. Ik ben me echter geheel bewust van de diversiteit aan kleurrijke medelanders; als ook van de witte- en zwarte Nederlander die zich niet kunnen identificeren met deze tweedeling en de positie zoals hier is uitgewerkt.