Paas-, lente-, eierverstop-feest???

Auteur: Ina ter Avest

De ophef over het Paasfeest begon dit jaar met de kop van het AD op woensdag 12 april: ‘Christelijke scholen zwakken paasviering af’[1]. Die ‘afzwakking’ zou ingegeven zijn om ouders van islamitische leerlingen te behagen. Dat bracht het land in rep en roer. Op grond waarvan kwam men eigenlijk tot het oordeel van ‘afzwakking’? Wat waren de redenen voor een alternatieve paasviering? Laten we eens kijken wat er allemaal speelde, en proberen tot een rechtvaardig oordeel te komen.

Wat was er aan de hand?

De kop van de palmpasenstok was verwijderd, zodat er geen verwijzing meer bestond naar het christelijke symbool van het kruis. Behalve de directeur van de betreffende school, lieten zowel instemmers als tegenstemmers onmiddellijk van zich horen. De tegenstemmers spraken van ‘zelfislamisering’, een begrip dat binnenkort vast in de Van Dale opgenomen wordt.

De instemmers hadden het over “de leerlingenpopulatie die leidend kan zijn voor de mate waarin het paasfeest wordt gevierd” (Ewald van Vliet, bestuursvoorzitter Lucas Onderwijs, de katholieke koepel in Den Haag). John Verhoff, directeur van O3, een protestants-christelijke basisschool in Den Haag motiveert de aanpassing aldus: “Voor ons is het belangrijker dat iedereen zich hier welkom voelt dan vasthouden aan conservatieve tradities.”

Wouter van den Berg, woordvoerder van Verus, de landelijke vereniging voor katholiek en christelijk onderwijs, stelt: “Het is uitgerekend een opdracht voor christelijke scholen om de paasboodschap en de geschiedenis van het lijden, sterven en opstaan van Jezus Christus door te geven aan volgende generaties. Aan die essentie wordt geen concessie gedaan. Wel zien we dat de vorm waarin men dit doet, verschilt.”[2] Dat die vormgeving verschilt, beaamt Dick den Bakker in gesprek met SGP-kamerlid Roelof Bisschop in een radio-uitzending van ‘Dit Is De Dag’ op Radio 1.[3] Den Bakker verwijst daarin naar de pedagogische opdracht van elke school om aan te sluiten bij de belevingswereld van leerlingen. Dat kan betekenen, aldus Den Bakker, dat er een relatie gelegd wordt met verhalen uit de Koran. Bisschop ziet een gevaar in het leggen van zo’n verband. Pasen gaat, aldus Bisschop, over lijden en sterven, over verzoening van zondaars, over Jezus als Zoon van God. “Dat moet niet achterwege blijven omdat het verzet oproept in de Islam.”

Leerkracht Sebahat Yildiz van ’t Palet (rooms-katholieke basisschool in de Schilderswijk) vertelt in het AD: “Er wordt tijdens het paasontbijt altijd een link gelegd met de Koran. Op deze manier is er herkenning bij de kinderen”.[4] Soms zijn ouders het alsnog niet eens met de viering, “Dan ga ik met ze in gesprek. Meestal komen we er wel uit.” Jammer dat ze niet vertelt hoe ze er met de ouders uit is gekomen, en wat die uitkomst inhoudt. Yildiz lijkt de enige die het gesprek aangaat. We zouden er veel van kunnen leren.

Rechtvaardig oordelen

In 2009 is in het tijdschrift Ethics and Education een artikel verschenen van de hand van Sharon Todd.[5] In dit artikel gaat Todd in op de alledaagse praktijk in het onderwijs waarin vaak ‘on the spot’ een beslissing moet worden genomen. Beslissingen die vaak gebaseerd zijn op intuïtie, waarbij men recht wil doen aan de diversiteit in de klas, op school en onder ouders, alsook zich wil houden aan universele principes, zoals de mensenrechten en de rechten van het kind.

Het gaat Todd om de vraag hoe leerkrachten kunnen omgaan met de spanning die voortvloeit uit de wens rechtvaardig te oordelen in een context van verschillende opvattingen over rechtvaardigheid. Het oordelen van leerkrachten is niet alleen aan de orde in het geven van cijfers, maar gebeurt ook als een leerkracht leerprocessen met elkaar vergelijkt, of een hiërarchie toekent aan individuele vragen en leerbehoeftes van leerlingen.

Regelmatig nemen leerkrachten dit soort beslissingen ‘op de automatische piloot’. Daarbij vertrouwen zij vaak op strategieën die hun nut bewezen hebben; zij spelen hun rol en handelen volgens de bij die rol horende regels. Rechtvaardig oordelen echter vraagt, volgens Todd, om een beslissing door een leerkracht als persòòn die in precies déze situatie met déze leerlingen zegt: “Ík beslis om …”. Todd benadrukt dat het niet een ról is die beslissingen neemt, maar een mèns die wikt, weegt en beslist.

Het oordeel dat in een concrete situatie geveld wordt, toont welke waarden doorslaggevend zijn in onze kijk op de wereld en – wat het onderwijs betreft – op de leerlingen in het bijzonder. Het gaat in de alledaagse klassenpraktijk heel concreet over het coachen van de ene leerling en niet de andere, over pesten en gepest worden, en over het al dan niet uítsluitende karakter van het vieren van het christelijke Paasfeest voor moslim leerlingen en ouders. Hierover oordelen kan niet zonder nadenken, betoogt Todd. Zij bepleit gezamenlijke reflectie op nog te nemen en reeds genomen beslissingen – beslissingen onderbouwd vanuit het eigen perspectief en tegelijkertijd rekening houdend met het perspectief van alle andere betrokkenen.

Moreel Beraad

Een concrete vorm van zo’n gezamenlijke reflectie is het ‘Moreel Beraad’, waarin een te nemen of reeds genomen beslissing centraal staat. Samen met collega’s kijk je naar zo’n beslissing, wat de uiteenlopende belangen zijn, en welk waarden-dilemma er speelt. In samenspraak onderzoek je mogelijke alternatieve uitkomsten, en bekijk je wat de gevolgen zijn voor de verschillende betrokkenen. Uit de aangedragen alternatieven kiest elk teamlid vervolgens een eigen oplossing. Men stelt zichzelf vragen zoals: ‘Wat is rechtvaardig in deze situatie, en op grond waarvan is dat rechtvaardig?’, ‘Ten koste van wat gaat deze beslissing?’, en ‘Wat ga je doen om de schade te beperken?’[6]. Zo’n gezamenlijke reflectie dwingt om goed naar jezelf én naar anderen te luisteren; leren met en van elkaar. Daarna wordt een gezamenlijke beslissing genomen en geïmplementeerd. Uit de ervaringen van een regelmatig gehouden Moreel Beraad komt vanzelf een rode draad naar voren, waaraan men zich kan oriënteren bij het nemen van eigen beslissingen ‘on the spot’.

Zo’n Moreel Beraad verdient het structureel opgenomen te worden in de jaarplanning van een team.[7] Ik hoop dat schoolbestuurders dit gaan faciliteren, en dat schooldirecteuren het met hun team gaan organiseren. Voordat dan Hemelvaart en Pinksteren, na Sinterklaas, Kerst en Pasen, het Nederlandse onderwijs in rep en roer brengen, kan elke leerkracht het gesprek met ouders aangaan – zoals leerkracht Sebahat Yildiz dat al doet – en beredeneerd antwoord geven op de vraag waarom op déze school deze dagen gevierd worden op de manier waarop de school dat doet.

 

[1] http://www.ad.nl/binnenland/pasen-is-niet-meer-het-traditionele-feest-dat-het-ooitwas~a8b7efa6/
[2] http://www.rd.nl/vandaag/binnenland/verus-essentie-van-pasen-moet-aan-bod-komen-1.1392934
[3] http://www.nporadio1.nl/dit-is-de-dag/onderwerpen/404164-hoe-vier-je-pasen-op-een-multiculturele-school
[4] http://www.ad.nl/binnenland/christelijke-scholen-zwakken-paasviering-af~a4721fd5/
[5]Teachers judging without scripts, or thinking cosmopolitan’; http://www.informaworld.com/smpp/title~content=t716100687
[6] Stolper, M. e.a. 2016: https://www.medischcontact.nl/nieuws/laatste-nieuws/artikel/bespreek-ethische-dilemmas-in-moreel-beraad.htm
[7]zie over het structureel implementeren van zo’n ‘moreel beraad’ (ook wel genoemd: ‘identiteitsberaad’), o.a. ter Avest, I., C. Bakker (2009). Structural identity consultation: Story telling as a culture of faith transformation. Religious Education, 104 (3), 257-271. doi: 10.1080/00344080902881272