Wat meer inspraak is prima, maar zijn referenda de manier?

Auteur: Marijn van Klingeren

Precies 1,5 referenda waren er nodig voor de Tweede Kamer om de Wet Raadgevend Referendum (WRR) uit 2015 terug te willen draaien.  Een krappe maand voordat we naar de stembus gingen voor ons tweede volksreferendum (op 22 februari J.l.) stemde de Tweede Kamer voor het intrekken van de referendumwet die het WRR referendum mogelijk maakte. Na jarenlange inzet, van onder meer stichting Meer Democratie, was de kogel in juli 2015 dan eindelijk door de kerk: de WRR was een feit. En al snel volgde er een burgerinitiatief, de handtekeningen werden verzameld en er kwam een referendum.  Op 6 april 2016 mochten we voor het eerst naar de stembus om ons uit te spreken over de associatieovereenkomst tussen de Oekraïne en de Europese unie. Over wat? Nou precies, een associatieovereenkomst is nu niet bepaald iets wat in eenieders dagelijkse vocabulaire voorkomt, maar toch werd er van de burgers verwacht dat ze er een mening over zouden hebben en daar vervolgens een stem over uit zouden brengen. Maar is zo’n referendum eigenlijk wel geschikt? Of is het de ideale manier om het volk te informeren over politieke besluitvorming en inspraak te hebben over zaken waar over het algemeen weinig over gesproken wordt?

Hoe zat het ook alweer?

De WRR maakt het mogelijk voor Nederlandse burgers om een raadgevend referendum aan te vragen over reeds aangenomen wetten en stilzwijgende goedkeuringen van verdragen (zoals het associatieverdrag). Iedereen kan zo’n referendum op touw zetten.

Dat op touw zetten blijkt kinderlijk makkelijk. Er zijn slechts 300.000 handtekeningen nodig in 6 weken tijd. Met wat bekende koppen, media aandacht en de kracht van sociale media blijkt dat rap te kunnen gaan. Voor zowel het eerste als het tweede raadgevende referendum zijn binnen de wettelijke 6 weken meer dan 400.000 handtekeningen van stemgerechtigden binnengehaald.

Daarnaast is er nog zoiets als een opkomstdrempel. Dat betekent dat ten minste 30% van de stemgerechtigden zijn/haar stem moet uitbrengen om het raadgevend referendum geldig te verklaren. Wanneer de meerderheid hiervan tegen de betreffende wet heeft gestemd, moet de regering een wetsvoorstel indienen dat uitsluitend strekt tot intrekken van de reeds ingevoerde Wet. Maar zij mogen ook besluiten dit niet te doen. En dat is dan ook waar het wringt.

Referenda over reeds genomen besluiten, wat moet de regering daar nu mee?

Er is veel verwarring over de rol van deze referenda binnen het democratische systeem. Het volledig overnemen van de uitslag is vaak geen optie, omdat het besluit al is genomen. Bovendien gaat het in sommige gevallen niet eens enkel om Nederland (zoals bij het associatieverdrag). Er zi

Bron: Flickr

tten dus veel beperkingen aan wat je met uitkomst van een referendum kan doen. Compleet negeren is geen goed idee, want daarmee negeer je de stem van het volk – iets wat een volksvertegenwoordiger niet zou moeten doen. Aan de andere kant: gehoor geven door het intrekken of aanpassen van een reeds aangenomen wet zorgt voor veel politieke spanningen.

Maar wat dan? Dat is nu precies waar de politiek tegenaan loopt. Je geeft het volk een kans om meer inspraak te hebben, maar je kunt er politiek gezien weinig mee. Dit relateert aan het voornaamste argument voor Rutte III om zo snel mogelijk weer van de wet af te komen: het zou enkel teleurstellen.

Toch lijkt dit eerder een argument vanuit de politiek dan vanuit het volk te zijn, maar om daar zeker van te zijn zouden we er een referendum over moeten houden. En dat is nu net iets waar de regeringspartijen niet op zitten te wachten. Want ja, wat als het volk voor de WRR stemt en je negeert dat, dan ga je politiek gezien flink af.

Waarom is het zo moeilijk om (goede) informatie te krijgen?

Wanneer we een referendum houden, moeten we als burgers in staat worden gesteld om een goed geïnformeerde stem uit kunnen brengen, toch? Dat blijkt lastig. Uit onderzoek blijkt dat veel mensen niet echt iets hebben opgestoken over het associatieverdrag tijdens de campagneperiode in aanloop naar het Oekraïnereferendum. Dat is logisch, want het is ook vrij complexe materie, maar daarnaast was er vrij weinig laagdrempelige, inhoudelijke informatie te vinden over het associatieverdrag. De informatie die men kreeg, kwam met name via televisie, maar en maar nauwelijks van politici zelf. Hoe kan dat?

Partijen ontvangen een bepaald budget voor het voeren van campagne. Waar ze dit geld aan uit mogen geven ligt gedeeltelijk vast en is gedeeltelijk vrij te besteden. Daarnaast ontvangen sommige partijen donaties, maar er zit een limiet aan het besteedbare bedrag van partijen aan campagnes. Referenda hebben daarin weinig prioriteit, omdat de aandacht vaak kortstondig is en het politieke gewin minimaal. Partijen lijken daarom toch vaak eieren voor hun geld te kiezen en besteden zelf minder geld, tijd en energie aan campagnes rondom referenda dan rondom verkiezingen.

Nu zijn er maar twee referenda geweest sinds het invoeren van de wet. Voor het eerste was het de vraag of de opkomstdrempel behaald zou worden, de kosten van het referendum waren hoog en gemeenten kregen nauwelijks genoeg middelen om voldoende stemlokalen op te zetten. Bovendien was het niet duidelijk wat er zou gebeuren wanneer er tegen het associatieverdrag gestemd zou worden. Het tweede referendum (van maart jongsleden) was een totaal ander verhaal. Het vond tegelijkertijd met de gemeenteraadsverkiezingen plaats. Hierdoor kon het onderwerp (de nieuwe Wet op de inlichtingen en veiligheidsdiensten 2017 (Wiv, a.k.a. de sleepwet) meegenomen worden in debatten, werd er meer over gesproken in de wandelgangen en in de media, en was er meer duidelijkheid over waar mensen nu daadwerkelijk over stemden. Bovendien werd de bovengenoemde opkomstdrempel door deze 2-in-1 verkiezing zeer zeker gehaald en was het politieke belang van de uitkomst voor, met name de regeringspartijen, een stuk groter.

Moeten we echt overal over kunnen stemmen?

Democratisch gezien zou ik zeggen “ja”. Op die manier kunnen alle politieke beslissingen die gemaakt worden eens grondig onder de loep worden genomen door het volk. Bovendien kunnen referenda ook een manier zijn om ook hen die minder politiek geïnteresseerd zijn meer bij de politiek te betrekken. Het zorgt er namelijk voor dat we als kiezers scherp en betrokken blijven bij beslissingen die namens ons gemaakt worden en die gevolgen hebben voor ons leven. Maar de kans op referendum-moeheid is groot en dan zal het behalen van de opkomstdrempel ineens niet meer zo makkelijk zijn. Dus praktisch gezien is mijn antwoord op deze vraag “nee”.

Een raadgevend referendum in plaats van een bindend referendum lijkt mij in ieder geval een goede zaak, uiteindelijk kan niet van elke burger verwacht worden dat ze ook de politieke gevolgen van een beleid kunnen overzien. De eindverantwoordelijkheid moet daarom wel bij de politici in Den Haag liggen. Maar een aanpassing aan de voorwaarde van dit soort referenda – dat ze enkel mogen gaan over reeds aangenomen wetten – lijkt me zinvol. Een raadgevend referendum kan namelijk veel meer betekenen wanneer dit in een eerder stadium plaats kan vinden. Dan kan de uitslag meegewogen worden in de eindbeslissing en kunnen politici vooraf argumenteren waarom zij de stem van het volk negeren of niet.

Nog een laatste stuiptrekking?

Rutte III wil dus van de wet af omdat het niet aan de verwachtingen voldoet. Toch gaan de burgerinitiatieven onvermoeibaar door. De pijlen zijn nu gericht op de recentelijk aangenomen Wet op de orgaandonatie. Deze wet is ongeveer net zo omstreden als de referendumwet zelf. Velen vinden dat de overheid zich niet moet bemoeien met wat er met zijn/haar lijf gebeurd na overlijden. En door iedereen automatisch orgaandonor te maken tenzij anders doorgegeven, wordt door sommigen gezien als autoritair. Het initiatief om een referendum over deze reeds aangenomen donorwet zal naar verwachting ook het benodigde aantal handtekeningen binnenhalen. Het referendum zou dan in juni plaats moeten vinden, tegelijkertijd met de stemming van de Eerste Kamer over de referendumwet. Een heikel punt: wanneer de WRR blijft, wat moet politiek Den Haag dan doen met een eventueel “tegen” vanuit het volk? Maar stel het wordt tegengehouden voordat de WRR formeel is ingetrokken, dan zal het ook voor de nodige commotie zorgen. Kortom, het laatste woord hierover is nog niet gezegd.