Zelf kiezen, zolang je maar het goede kiest

Auteur: Marianne van Bochove*

‘Ga lekker zélf in je kracht staan’, zegt columnist Japke-d. Bouma tegen collega’s die haar in haar kracht willen laten staan. ‘In je kracht staan’ valt in de categorie jeuktaal, de kantoorclichés. Ook in de wereld van zorg en welzijn behoort het tot het standaardjargon. Cliënten/bewoners/klanten (of hoe ze tegenwoordig ook genoemd worden) moeten in hun eigen kracht gezet worden en eigen regie voeren.

Natuurlijk ontgaat het ook zorg- en welzijnsprofessionals niet dat veel mensen jeuk krijgen van dergelijke termen. Ik interviewde laatst een kwaliteitsmedewerker van een zorginstelling, die zichzelf direct corrigeerde toen hij sprak over ‘mensen in hun kracht zetten’, want dat mag je niet meer zeggen tegenwoordig, dat zijn ‘verboden woorden’. Maar het beschreef zo mooi wat de organisatie wil bereiken: dat mensen zelf beslissingen nemen over dat wat hen aangaat.

Wat betekent dat eigenlijk, zelf beslissingen nemen over zorg en welzijn? En zitten daar ook grenzen aan?

Eigen regie

‘Eigen regie betekent dat je alle beslissingen zelf kunt nemen’, schreef Aline Saers in 2011 in een blog op Zorgvisie.nl. Of het nu gaat om ‘waar je wilt wonen’, of ‘welk ondergoed je aan wilt, ook al is dat niet het meest praktische ondergoed voor de hulpverlener’.

Oké, je eigen ondergoed kiezen, dat klinkt redelijk. Maar wat als het gaat om keuzes die grotere gevolgen kunnen hebben voor het welzijn van jezelf en van anderen? Ik geef drie voorbeelden die ik ben tegengekomen in mijn onderzoek en als vrijwilliger in een verpleeghuis.

Situatie 1: Mevrouw Verhulst van 92 woont in een verpleeghuis omdat ze niet meer voor zichzelf kan zorgen. Ze is bijna blind en wordt steeds vergeetachtiger. Maar ze kan nog wel genieten van een lekker kopje koffie. Ze weet precies hoe ze dat wil hebben: met een scheutje melk en een klein schepje suiker. Een tijdje geleden had ze overgegeven, volgens de zorgmedewerkers is het beter dat ze geen melk meer drinkt, ook niet in haar koffie.

Situatie 2: In een grote stadsspeeltuin waar jarenlang een professional de boel in goede banen leidde, is het nu de bedoeling dat actieve buurtbewoners en vrijwilligers zo veel mogelijk zelf doen, zoals fondsen werven en activiteiten organiseren. De middelen zijn beperkt. Een van de vrijwilligers komt op het idee om meer geld te verdienen door in plaats van enkel fruit en tosti’s ook patat en andere snacks te gaan verkopen. Dat vinden de kinderen en hun ouders veel lekkerder en met het geld kan veel leuks gedaan worden voor de speeltuin.

Situatie 3: Ageing in place’, het langer zelfstandig thuis wonen van ouderen, is steeds meer het ideaal. Omdat dit ook negatieve gevolgen kan hebben, zoals eenzaamheid en overbelasting van mantelzorgers, zie je steeds meer initiatieven opkomen die zelfstandig wonen met gezamenlijkheid proberen te combineren. Zo zijn er woongroepen voor ouderen die elkaar ondersteunen en een oogje in het zeil houden. Het gaat vaak om sociale huurwoningen, maar anders dan bij andere woningen bepalen de leden van de woongroep zelf wie ze wel en niet willen toelaten. Hoe graag je er ook wilt wonen en hoe veel behoefte je er ook aan hebt, als de anderen je niet zien zitten, heb je pech gehad.

De verkeerde keuze

In al deze situaties gaat het uiteindelijk om de vraag: in hoeverre zijn mensen vrij om keuzes te maken, ook als de gevolgen van die keuzes niet wenselijk lijken? Want misschien heeft die broze mevrouw wel trek in een scheutje melk in haar koffie, maar wat als ze daar straks weer zo van moet spugen? En misschien levert het verkopen van fastfood wel veel geld op voor de speeltuin, maar wat als het percentage kinderen met overgewicht al zo hoog ligt in die wijk? En misschien is het wel heel gezellig, die gelijkgestemde ouderen bij elkaar, maar wat als dat betekent dat ouderen die een beetje anders zijn steeds worden uitgesloten?

Maar als de overheid vindt dat burgers in hun kracht moeten staan en hun eigen beslissingen moeten kunnen nemen, dan moet diezelfde overheid niet achteraf gaan zeggen dat de genomen beslissingen niet goed waren. Toch?

Keuzevrijheidparadox

Natuurlijk is dat een wat al te zwart-witte weergave van de werkelijkheid. Want net zoals marktwerking in de zorg niet betekent dat de overheid zich volledig terugtrekt, zo betekent eigen regie voor de burger ook niet dat alles zomaar kan en mag. In de praktijk worden keuzevrijheid en eigen regie volop gestuurd door ‘keuzearchitecten’, zoals de overheid. Socioloog Ringo Ossewaarde noemt het de ‘keuzevrijheidsparadox’: de keuze is vrij ‘op voorwaarde dat deze niet tot onwenselijke uitkomsten leidt’.

‘In je kracht staan’ en ‘eigen regie’ mogen dan jeukwoorden zijn, ‘paternalisme’ is tegenwoordig helemaal een vies woord. De overheid die als vader (of genderneutraal: ouder) de beslissingen neemt in het belang van het gezin, dat is toch ouderwets. Maar het ‘libertair paternalisme’ klinkt zo gek nog niet. Volgens deze stroming zijn mensen over het algemeen vrij om hun eigen keuzes te maken, maar mag de overheid dat gedrag wel beïnvloeden, ‘zodat zij een langer, gezonder en beter leven kunnen leiden’ (RMO 2014).

Jeuk

Dus een beetje paternalisme lijkt prima en zelfs gewenst, zolang het maar niet verpakt wordt als ‘eigen regie’ of ‘eigen kracht’. Het gaat eerder om ‘begeleide regie’ en ‘gebundelde kracht’. Waarbij je in je laatste levensfase lekker een kopje koffie met melk mag drinken, ook al word je er daarna misschien misselijk van. Maar waar ook eerlijk wordt gezegd: we zijn van elkaar afhankelijk, dus denk bij je keuze ook aan het belang van een ander. Doe je dat niet uit jezelf, dan stuurt de overheid je bij. Misschien worden begeleide regie en gebundelde kracht binnenkort ook wel weer nieuwe jeukwoorden. Ach ja, net als paradoxaal overheidsbeleid hoort een beetje jeuk op z’n tijd er gewoon bij.

 

—- 

* Marianne van Bochove is universitair docent aan Erasmus School of Health Policy & Management (ESHPM) en doet onderzoek naar informele zorg en ondersteuning en regeldruk in de zorg.