Denk ook eens aan een delinquent

Auteurs: Marianne van Bochove & Bert de Graaff

Eenzaamheid is de laatste tijd veel in het nieuws. Het gaat dan meestal over eenzame ouderen en hoe we de problemen van deze groep als samenleving kunnen bestrijden. Maar eenzaamheid houdt zich niet aan leeftijdsgrenzen. Terecht berichtten diverse media deze week over eenzaamheid onder jongeren en wat we hier gezamenlijk tegen kunnen doen. Er is nog een andere, minder ‘aaibare’, groep die vaak te maken krijgt met sociaal isolement: ex-delinquenten. Hoewel ze in de media nauwelijks aandacht krijgen, vormen ze geen vergeten groep. Er zijn in Nederland duizenden vrijwilligers die zich voor hen inzetten. Over die vrijwilligers gaat deze blog.

In het justitiële domein wordt steeds vaker een beroep gedaan op onbetaalde krachten. Dat vrijwilligers zich willen inzetten voor eenzame ouderen vindt niemand vreemd, maar wat beweegt vrijwilligers die zich om ex-delinquenten bekommeren? Wie zijn zij en wat doen ze?

In opdracht van de drie reclasseringsorganisaties in Nederland deden we hier onderzoek naar. We bestudeerden beleidsdocumenten, observeerden tijdens bijeenkomsten en interviewden niet alleen vrijwilligers zelf, maar ook beleidsmedewerkers, reclasseringsprofessionals, vrijwilligerscoördinatoren en enkele cliënten. Wat blijkt? De vrijwilligers zijn eigenwijze semi-professionals die een band opbouwen met de ex-delinquent en zo de menselijke maat terugbrengen.

Hooggespannen verwachtingen

Beleidsmakers zien verschillende rollen weggelegd voor reclasseringsvrijwilligers. Ten eerste vormen zij voor ex-delinquenten een brug naar de samenleving. Met een vrijwilliger is het contact informeler en gelijkwaardiger dan met een reclasseringsprofessional. De cliënt kan zo ervaren hoe het is om met een ‘gewoon’ iemand om te gaan, in plaats van met verkeerde vrienden. Een vrijwilliger dient dus als rolmodel en als maatje.

Sommige vrijwilligers zijn er vooral voor sociaal contact, zoals samen ergens wat drinken of naar de bioscoop. Andere zijn er voor ondersteuning bij praktische klussen, bijvoorbeeld bij de financiële administratie. Hoe het contact ook ingevuld wordt, vrijwilligers krijgen de opdracht om bij te dragen aan het zelfstandig functioneren van de cliënt, zodat deze in zijn eigen kracht komt te staan, zoals dat in beleidsjargon heet.

Vrijwilligers hebben vaak ook een toezichthoudende rol. Als ze signaleren dat de cliënt lijkt terug te vallen in het strafbare gedrag, moeten ze dat melden bij de reclassering. Zo dragen vrijwilligers bij aan het veiliger houden van de samenleving. Oud-bestuursvoorzitter Sjef van Gennip van Reclassering Nederland benoemde dit voordeel in zijn afscheidsinterview in De Volkskrant: “er [zijn] zoveel vrijwilligers […] die niet alleen maar kritisch over zedendelinquenten roeptoeteren langs de zijlijn, maar die daadwerkelijk de mouwen opstropen en een bijdrage willen leveren tegen recidive.”

Vrijwilligers worden zo in het beleid van reclasseringsorganisaties enerzijds gezien als gewone burgers die een laagdrempelig aanspreekpunt zijn voor cliënten. Anderzijds wordt er wel wat meer van hen verwacht dan ‘gewoon’ zichzelf zijn. Wie zijn deze buitengewone vrijwilligers, en kunnen zij de hooggespannen verwachtingen waarmaken?

Stevig in de schoenen

De reclasseringsvrijwilligers die wij spraken zijn vaak eigengereide types. Mensen die er sterk van overtuigd zijn dat ex-delinquenten een tweede kans verdienen. Die juist degenen willen helpen die door anderen verstoten zijn. En die direct willen bijdragen aan een veiligere samenleving. Ze moeten ook wel stevig in hun schoenen staan om dit type vrijwilligerswerk te doen. Niet alleen omdat de cliënten met wie ze werken vaak meervoudige problemen hebben, maar ook omdat mensen in hun omgeving soms negatief op het vrijwilligerswerk reageren. Vooral vrijwilligers die zich inzetten voor ex-zedendelinquenten krijgen hiermee te maken, ook in hun naaste familie- en vriendenkring, zo blijkt uit ons onderzoek. Je moet het risico maar durven nemen om uitgemaakt te worden voor ‘pedovriendje’.

Reclasseringsvrijwilligers hebben vaak een specifieke achtergrond. Het zijn bijvoorbeeld studenten psychologie en criminologie. Soms zijn het oud-reclasseringswerkers die na hun pensioen nog iets voor de doelgroep willen betekenen. Zij kijken niet alleen als gewone burger naar de cliënt, maar ook vanuit een (toekomstig of voormalig) professioneel perspectief. Bovendien worden de vrijwilligers, ongeacht hun achtergrond, verder geprofessionaliseerd via cursussen en on-the-job training door een vrijwilligerscoördinator. Van vrijwilligers die moeilijk te coachen zijn, wordt afscheid genomen. Bijvoorbeeld vrijwilligers die een cliënt te veel pamperen, of die een veroordelende houding hebben.

Buiten de lijntjes

Niet alle professionals zien de inzet van vrijwilligers als een positieve ontwikkeling. Een ex-delinquent ondersteunen bij diens re-integratie of veranderingen in gedrag monitoren is wel even wat anders dan een kopje koffie schenken voor een oudere in een verpleeghuis. Vrijwilligers zouden zich in hun naïviteit om de tuin kunnen laten leiden door gewiekste cliënten. Of ze kunnen het werk van reclasseringsprofessionals dwarsbomen, bijvoorbeeld door de cliënt adviezen te geven die niet stroken met het beleid.

Deze zorgen zijn niet helemaal ongegrond. Het eigengereide karakter van vrijwilligers is ook terug te zien in hoe zij het vrijwilligerswerk uitvoeren. Vrijwilligers hebben trainingen gehad en kennen de regels van de organisatie, maar bepalen in de concrete praktijk vaak zelf hun grenzen. Mag je je telefoonnummer niet geven aan de cliënt? Dat kan zo zijn, maar dat is wel erg onpraktisch en afstandelijk, vinden veel vrijwilligers. Geen contact opnemen met de familie van een cliënt? Voor een vrijwilliger is dat vijf minuten werk, als je op de reclassering moet wachten duurt het soms weken. Niet voor de cliënt betalen bij cafébezoek? Ach, de cliënt heeft vorige keer ook een rondje betaald. Elke verandering in gedrag melden bij de reclassering? Als het risicovol wordt natuurlijk wel, maar dat is het nu niet.

Het buiten de lijntjes kleuren blijft voor veel vrijwilligerscoördinatoren onzichtbaar. Zij hebben de vrijwilligers geselecteerd en geïnstrueerd, en denken dat de vrijwilligers zich netjes aan de regels houden. ”Ik ken mijn vrijwilligers”, is een veel gehoorde uitspraak. Slechts een enkele coördinator zegt niet de illusie te hebben van alles op de hoogte te zijn. Een ander zegt dat het nu eenmaal bij ‘gewone’ mensen hoort dat je af en toe kromme tenen krijgt van wat ze doen. Als je dat niet wilt, moet je niet met vrijwilligers werken.

Nu kan de reactie van sceptische reclasseringsprofessionals en andere critici zijn: zie je wel, je kunt maar beter met professionals werken, bij vrijwilligers weet je niet waar je aan toe bent. Maar het is óók een teken van professionaliteit om gebruik te maken van de aanwezige speelruimte en zelf weloverwogen beslissingen te nemen. Zoals een vrijwilliger zegt: “Het gaat niet om de regel op zich, maar om het principe erachter.”

Eigenwijze vrijwilligers doen veel goed

Reclasseringsvrijwilligers zullen sociale uitsluiting van ex-delinquenten niet helemaal kunnen oplossen, noch garantie bieden tegen recidive. Maar dit zou ook niet het streven moeten zijn. Vrijwilligers brengen de menselijke maat terug, juist door meer te doen dan het doelgericht streven naar inclusie en het professioneel managen van risico’s. Daarmee bewijzen ze de cliënt, de reclasseringsprofessional en zo de bredere samenleving een belangrijke dienst.

Natuurlijk hoeven we ex-delinquenten niet te vertroetelen, daar zit niemand op te wachten. Maar denk in de strijd tegen eenzaamheid ook eens aan ex-delinquenten. En aan de vrijwilligers die zich voor hen inzetten, en dat niet voor een weekje doen, maar maanden of zelfs jaren. We sluiten af met de woorden van een van hen.

“Je hebt altijd heel snel een beeld van een gedetineerde, hé? Misdadiger, crimineel. Maar aan de achterkant zit ook gewoon de mens, die vind ik veel belangrijker. Ze zijn allemaal meer mens dan crimineel.”

Marianne van Bochove en Bert de Graaff zijn beiden werkzaam als universitair docent bij de sectie Health Care Governance van Erasmus School of Health Policy & Management. Zij verrichtten het onderzoek naar reclasseringsvrijwilligers samen met Hanna van Dijk en Katja Hop. Op basis van het onderzoek zijn een rapport en een infographic verschenen. Beide zijn te downloaden via deze link.