Koning en koning

Auteur: Ina ter Avest

Maandagochtend

Het is maandagmorgen. Ik ben vroeg op school en zet de stoeltjes van mijn kleuters in groep 2a vast in de kring. Maandagochtend is bij mij vaste prik: kringgesprek met weekend-ervaringen. Ik ben benieuwd wat er deze keer allemaal voor mooie verhalen komen. Zeker is dat Juliette zal vertellen over het huwelijk van haar vader en moeder. Ruim tien jaar samenleven, en vader en moeder geworden van twee pracht-dochters, vonden vader Hubert en moeder Irene het tijd om te trouwen. Ze wilden hun geluk delen met vrienden en bekenden en gaven afgelopen vrijdag een groots trouwfeest. De hele klas had de vorige week al meegenoten van de nieuwe jurken van Juliette en haar oudere zusje Marielle (uit groep vijf; ze was komen showen).

De ochtendkring: een spannend moment

Roy is als eerste op school. Hij geeft me een hand en loopt meteen door naar zijn plaatsje in de kring. Daarna volgen Tamar, Aisha, Furkan, Bram. Langzamerhand raken alle stoeltjes in de kring bezet. Ook Juliette heeft haar plaatsje al ingenomen, ze heeft haar ‘trouwjurk’ aan!

Als alle kleuters er zijn, en we onze ochtendspreuk samen gezegd hebben, krijgt Juliette het woord. Ze kan haast niet wachten met vertellen. Over de jurk van haar moeder (roze), het pak van haar vader (met lichtblauwe das), de ene tante met die grote hoed en hele hoge hakken, oma die ook een beetje verdrietig was omdat opa er niet bij kon zijn, en over het heerlijke ijsje aan het eind van het diner. Daarna mogen de kinderen vragen stellen. Tamar vraagt over de ringen, Musa wil weten waar ze gegeten hebben en Dina is nieuwsgierig of Juliette ook even op de hoge hakken van haar tante mocht lopen. Dan vraagt Bram opeens: “Heb jij maar één moeder? Ik heb er twee!” Twee moeders? Ik zie een paar kinderen verbaasd kijken. Hoe kan dat nou? Maar dan reageert Lieke: “Ik ken iemand die twee vàders heeft!” Het gesprek valt even stil. Maar dan verandert de aandacht voor het trouwfeest op slag in grote nieuwsgierigheid naar hoeveel vaders en moeders je kunt hebben. Een paar kinderen roepen door elkaar: “Als je niet geboren bent bij je moeder is dat dan wel je moeder?” “Kun je ook géén vader hebben? Of géén moeder?” “Als je moeder met een andere man trouwt, wordt die dan je vader?” “Als je moeder met een andere moeder trouwt, wordt dat dan jouw tweede moeder?” Een paar kinderen horen het met grote ogen aan. Dit is spannend voor mij als lesbische leerkracht, ooit vanuit Colombia door liefdevolle Nederlandse ouders geadopteerd. Ik voel een lichte paniek opkomen.

Afwijking of uitdaging?

In haar onderzoek naar spanningsvolle situaties in de klas, en de manier waarop leerkrachten daar mee om gaan, stelt Hester Radstake dat leerkrachten minder vaak spanning ervaren in situaties waarin openlijk bijvoorbeeld ‘respect’ of ‘rechtvaardigheid’ met voeten wordt getreden, dan wanneer daarvan impliciet sprake is (Radstake, 2009, p. 20). Als voorbeeld van een openlijk spanningsvolle situatie noemt zij een leerkracht die onterecht door een leerling beschuldigd wordt van discriminatie bij een – als onrechtvaardig ervaren – beoordeling. Of een leerling die de autoriteit van de leerkracht niet accepteert (ibid., p. 23). Of een leerling die weigert samen te werken met een leerling met een andere etnische achtergrond (ibid., p. 35). Als voorbeeld van een situatie waarin niet expliciet wordt wat er aan de hand is, maar die nogal eens meer spanning oplevert voor een leerkracht, schetst Radstake “een klassengesprek waarin een of meerdere leerlingen die een afwijkende mening hebben over het onderwerp dat aan de orde is, hun mond niet open durven te doen” (ibid., p. 23, 35). Radstake concludeert op basis van haar onderzoek, dat culturele sensitiviteit van een leerkracht een voorwaarde is om met spanningsvolle situaties adequaat te reageren, evenals de wil om met leerlingen het gesprek erover aan te gaan. Uit haar onderzoek blijkt dat de wil er vaak wel is, en tegelijkertijd is er angst dat het gesprek uit de hand zal lopen. Leerkrachten weten vaak niet hoe ze dat gesprek moeten voeren (ibid., p. 97). Gezamenlijke reflectie in een teamvergadering op afwijkende meningen en spanningsvolle situaties, kan helpen die angst te overwinnen en tegelijkertijd het handelingsrepertoire van individuele leerkrachten vergroten. Van ‘afwijkend’ veranderen die situaties in een uitdaging voor een respectvol klassengesprek.

In drie stappen naar ont-spanning

Respectvol omgaan met verschillen heeft David Pinto tot levenstaak gemaakt. Pinto (2007) heeft zich toegelegd op culturele sensitiviteit en het omgaan met verschillen in interculturele communicatie – communicatie die nogal eens voor spanningen zorgt. Hij introduceerde de drie-stappen-methode (DSM), kort samengevat: ken jezelf, ken de ander, kom bij elkaar. Iets uitgebreider: wees bewust van waar jezelf staat wat betreft het onderwerp dat aan de orde is, wees nieuwsgierig en luister naar het perspectief van de ander – doe je best om die ander te leren kennen en begrijpen – en tot slot: sla een brug, bepaal je grenzen en ga met het onderwerp om op een voor de betrokken partijen respectvolle manier. Alhoewel Pinto DSM ontwikkelde voor mensen met verschillende culturele achtergronden, kan deze werkwijze ook z’n nut bewijzen voor mensen met verschillende religieuze of gender-identiteiten.

Onbewust bekwaam

In de opleiding voor leerkrachten basisonderwijs zou voor het adequaat omgaan met spanningsvolle situaties aandacht moeten zijn, bijvoorbeeld bij het leergebied ‘Oriëntatie op Jezelf en de Wereld’. Heel expliciet komt het daarin niet aan de orde. Vandaar dat een belangrijke aanbeveling van Radstake is om niet alleen spanningsvolle situaties zoals die hebben plaatsgevonden te bespreken in teamvergaderingen. Haar aanbeveling is om van te voren als team leerdoelen te formuleren voor gesprekken in spanningsvolle situaties, en daarmee te oefenen – allereerst in het team en later ook in de klas. Kritische reflectie op video-opnames van dergelijke teamgesprekken zowel als van de klassengesprekken vergroten de bewustwording van de kloof tussen door henzelf gestelde doelen en de praktijk (Radstake, 2009, p. 102). Bewust, en zich ten dele onbekwaam voelen, kan aanleiding zijn om zich verder te bekwamen in het voeren van gesprekken in spanningsvolle situaties. Samen reflecteren op spanningsvolle situaties, met aandacht voor culturele sensitiviteit en interculturele communicatie stimuleert het ontwikkelingsproces van onbewust onbekwaam, via bewust onbekwaam en bewust bekwaam, naar onbewust bekwaam; om te beginnen tijdens de opleiding en voort te zetten in de inductiefase.

Spelenderwijs onderzoeken

Met grote ogen laten een paar kinderen het geweld van al die vragen over zich komen. Ik moet nù reageren! Ik weet waar ik zelf sta wat betreft de verschillende manieren waarop mensen hun liefdesrelatie kunnen beleven en vormgeven. Ik weet ook dat niet alle ouders van mijn kleuters die diversiteit kunnen waarderen. Hoe sla ik een brug? Hoe doe ik dat op een respectvolle manier – naar de kinderen toe, en naar hun ouders toe?

Dit had voor mij een moment kunnen zijn om te gaan filosoferen met haar leerlingen. De vraag ‘Als je niet geboren bent bij je moeder, is dat dan wel je moeder?’ schreeuwt als het ware om een filosofische benadering. Ik kies echter voor een speelse vorm om het spanningsvolle moment ‘bespreekbaar’ te maken. Spelenderwijs ga ik met mijn leerlingen de aangestipte thema’s aan een nader onderzoek onderwerpen.

Koning en Koning

In ‘a split of a second’ besluit ik het boek ‘Koning en Koning’ uit de kast te halen. “Als je trouwt, àls je trouwt”, zeg ik, aansluitend bij de laatste opmerkingen. “We gaan spelen over een prins die alsmaar denkt: ‘Àls ik trouw, àls …. maar met wie wil ik trouwen?’” Mijn leerlingen zijn vertrouwd met het spelen van een verhaal terwijl ik voorlees. Ik begin: “Op het topje van de berg …” Ik lees met veel gevoel voor drama het verschijnen van de verschillende prinsessen voor. De kinderen spelen prinses Aria, prinses Dolly, het groene prinsesje en tot slot prinses Madelief die met haar broer komt. Het is uiteindelijk die broer, een beeldschone prins, die het hart van de prins steelt. Als Koning & Koning gaan die twee voortaan door het leven. De kinderen dansen bij ‘En ze leefden nog lang en gelukkig’ allemaal vrolijk in het rond.

Na het applaus van iedereen voor iedereen, vraag ik de kinderen wat zij het liefste zouden willen zijn: koning, koningin, prins of prinses? Sommige meisjes zijn heel zeker van hun zaak: prinses natuurlijk. Een paar jongens weten zeker dat ze voor ‘koning’ gaan. Timo weet het (nog) niet. Hij antwoordt op mijn vraag: “Ik ga nog een beetje denken.” “Heerlijk”, denk ik, “dit ‘nog niet weten’, de ruimte nemen om ‘er nog een beetje over te denken’.”

‘Nashville’s verwarring

Aan die ruimte ‘om nog een beetje te denken’ heeft het de ondertekenaars van ‘Nashville’ kennelijk ontbroken. ‘Nashville’ miste de nuance in een drang naar duidelijkheid. Ongewild draagt dit document bij aan de verwarring wat betreft sexuele en gender-identiteit en de ervaring ervan. ‘Nashville’ zorgde wèl voor beroering – voorpaginanieuws, columnisten voorzien van voer, regenboogvlaggen wapperend van kerktorens.

Wat wil jij laten worden, koning, koningin, prins, prinses? “Ik weet het nog niet” Een antwoord dat wijst op de ruimte die dit kind ervaart om zelf na te denken over de eigen gender identiteit. Een koninklijk antwoord. Mijn dag is goed!

Referenties:

  • Beker, Th., M. van Graft, J. Greven, P. Kemmers, M. Klein Tank, S. Verheijen (2009). Leergebied Orientatie op Jezelf en de Wereld. Enschede: SLO.
  • Nijland, S., L de Haan (2016). Koning en Koning. Uitgeverij Heerlijk.
  • Pinto, D. (2007). Interculturele communicatie, een stap verder. Uitgeverij: Bohn Stafleu Van Loghum.
  • Radstake, H. (2009). Teaching in diversity. Antwerpen: Garant
  • Rondhuis, T. (2004). Filosoferen met kinderen. Lemniscaat.