De vader pakt zijn biezen?
Auteur: Sarah Westphal, MSc 
Sarah Westphal is promovenda bij de Afdeling Sociologie aan de Universiteit Utrecht. In haar onderzoek kijkt ze naar de invloed van verblijfsarrangementen van kinderen na een echtscheiding op het welzijn van kinderen.

De vader pakt zijn biezen? Gescheiden vaders houden steeds meer contact met hun kinderen

Sinds de jaren 70 is het aantal echtscheidingen sterk toegenomen, maar gescheiden vaders worden nog steeds vaak op een stereotype manier waargenomen. Ze worden vaak als lui beschouwd, bovendien is er geconstateerd dat veel kinderen het contact met hun vader verliezen als hij verhuist. Ook wordt de afwezigheid van gescheiden vaders in het leven van hun kinderen vaak verklaard door de beperkte hechting aan hun vaderrol die mannen zouden voelen. Omdat de vaderrol vaak wordt gezien als een rol binnen een huwelijk, verdwijnen mannen uit het leven van hun kinderen nadat hun huwelijk op de klippen loopt.

Maar in hoeverre geven deze ideeën een nauwkeurig beeld van het moderne vaderschap na een echtscheiding? Klopt het geschetste beeld wel? Twee maatschappelijke ontwikkelingen zorgen ervoor dat gescheiden vaders steeds meer contact met hun kinderen hebben.

Ten eerste is de cultuur rondom het vaderschap veranderd. In de jaren 70 moest de vader vooral een economische rol vervullen, maar in de afgelopen decennia is de focus steeds meer op zorgtaken komen te liggen. Er wordt verwacht dat vaders luiers verschonen, hun kinderen voorlezen, en samen met hen naar school lopen of fietsen. Het feit dat mannen daardoor veel sterker betrokken raken bij de opvoeding heeft waarschijnlijk tot gevolg dat ze ook na een scheiding sterker aan hun vaderrol gehecht blijven en dus ook meer contact hebben met hun kinderen.

Ten tweede is ook de wetgeving rondom het vaderschap veranderd. In de jaren 80 en 90 is de wettelijke positie van gescheiden vaders aanzienlijk verbeterd. Dit heeft ertoe geleid dat moeders, vaders en rechters allemaal meer belang toekennen aan het vaderschap, wat ook uit recente vonnissen en co-ouderschapovereenkomsten blijkt. We mogen dus aannemen dat betrokkenheid bij de opvoeding tijdens het huwelijk een belangrijke rol speelt voor het contact tussen vader en kinderen na een echtscheiding.

Of deze aannames kloppen hebben we onderzocht met behulp van data uit de periode van 1949 tot 1998, afkomstig uit de Scheiding in Nederland Survey (SIN 98). Specifiek hebben we na het contact tussen kinderen en niet bij hen wonende gescheiden vaders gekeken. Uit ons onderzoek blijkt dat de hoeveelheid contacten inderdaad is toegenomen, zowel wat betreft tijd die vader en kind overdag samen doorbrengen als ook het blijven logeren in het huis van de vader. Hadden kinderen met ouders die tussen 1949 en 1971 zijn gescheiden nog gemiddeld 3,5 keer per maand contact met hun vader, gebeurde dit bij kinderen wiens ouders tussen 1991 en 1998 zijn gescheiden 7 keer per maand. Ook had 52% van de kinderen in de eerste groep helemaal geen contact meer met hun vader, terwijl dit in de tweede groep nog maar 11% van de kinderen overkomt. Het percentage kinderen dat nooit bij hun vader blijft logeren nam ook af: van 84% naar 37%.

Hoe komt dit? Op basis van onze data kunnen we zeggen dat dit inderdaad deels te maken had met een grotere betrokkenheid bij de opvoeding voor de echtscheiding. Dit wordt alleen maar belangrijker: Maakte de betrokkenheid tijdens het huwelijk enkele decennia geleden nog nauwelijks uit voor de mate van contact na de scheiding, zo blijkt betrokkenheid bij de opvoeding inmiddels een belangrijke verklarende factor te zijn. De conclusie is dan ook duidelijk: Het cliché van de gescheiden vader die verder niet al te veel om zijn kinderen geeft blijkt achterhaald.

s.k.westphal@uu.nl | nl.linkedin.com/pub/sarah-k-westphal/26/99b/960/

Dit artikel is gebaseerd op een hoofdstuk uit Sarahs proefschrift dat zij samen met Anne-Rigt Poortman en Tanja van der Lippe heeft geschreven.

 

Literatuur

  • Furstenberg, F. F., & Cherlin, A. J. (1991). Divided parents: What happens to children when parents part. Cambridge, MA: Harvard University Press.
  • Amato, P. R., Meyers, C. E, & Emery, R. E. (2009). Changes in nonresident father-child contact from 1972 to 2002. Family Relations, 58, 41-53.
  • Lamb, M. E. (2000). The history of research on father involvement: An overview. Marriage and Family Review, 29, 23-42.
  • Knijn, T., & Selten, P. (2002). Transformations of fatherhood: The Netherlands. In: B. Hobson (Ed.), Making men into fathers: Men, masculinities and social politics of fatherhood (pp. 168-187). Cambridge: Cambridge University Press.
Copyright 2014, all rights reserved | gepubliceerd op 14 februari 2014