Wie is hier nu eigenlijk gek? Veranderlijke kiezers en veranderlijke partijen

Auteur: dr. Tom van der Meer

Tom van der Meer is universitair hoofddocent aan de Universiteit van Amsterdam. Hij doet daar onder meer onderzoek naar politiek vertrouwen, electorale volatiliteit, en sociale cohesie.

Als we oud-politici moeten geloven is de Nederlandse kiezer de weg kwijt. We zijn ‘op drift’ (Bram Peper), ‘stuifzand’ (Kees Schuyt), ‘emotioneel, irrationeel of intuïtief’ (Hans Deetman) en we ‘doen maar wat’ (Hans van Mierlo). Inderdaad zijn verkiezingsuitslagen al 10 jaar grilliger dan ooit. Partijen zijn hun vanzelfsprekende aanhang verloren. Maar dat kan je de kiezer niet verwijten.

De Nederlandse kiezer is volwassen geworden. Hij doet wat je van een kiezer mag verwachten: kiezen. Dat blijkt uit onderzoek naar de veranderlijkheid van Het EenVandaag Opiniepanel, dat sinds 2006 tienduizend mensen volgt. Dit panel maakt het mogelijk om te zien welke mensen vaker van partijvoorkeur veranderen en hoe ze dat doen.*

Tussen wie switchen we? Gerichte veranderingen

Het beeld van kiezers als stuifzand is hardnekkig. Je zou denken dat kiezers werkelijk alle kanten opschieten. Maar dat is niet het geval. Weliswaar verandert meer dan de helft van de kiezers wel eens van partijvoorkeur. Maar zowel tussen 2006 en 2010 als tussen 2010 en 2012 twijfelden deze switchers overwegend tussen niet meer dan twee of drie partijen.

Bovendien lijken die partijen waartussen wordt getwijfeld sterk op elkaar. Tussen 2006 en 2010 waren er feitelijk twee rivaliserende blokken: een links blok (PvdA, SP, GroenLinks) en een rechts blok (VVD, CDA, PVV). Bijna alle verschuivingen vonden plaats binnen de blokken. D66 is de enige middenpartij, die aantrekkelijk is voor kiezers uit de beide blokken.

Battlefield hoogtelijnen

Het beeld tussen 2010 en 2012 is niet veel anders. De SP en de PVV zijn wat meer gaan concurreren, en ook de SP en de PvdA zijn wat naar elkaar toegeschoven. Maar zelfs in de heftige laatste maanden van de campagne trokken weinig kiezers van links naar de VVD of van rechts naar de PvdA.

Wie zijn de switchers? Middengroepen

Dan die vermeende irrationaliteit van de veranderlijke kiezers. Ook dat blijkt een fabeltje. Het zijn niet de laagst opgeleide of meest kwetsbare groepen kiezers die het sterkst veranderen, maar juist de middengroepen: Kiezers met een gemiddelde opleiding, kiezers met een middeninkomen, kiezers uit het politieke midden.

Dat is ook niet zo vreemd. Juist die groeiende middengroepen hebben steeds minder een duidelijke voorvechter voor hun belangen. Partijen – ook die op de flanken – bewegen zich programmatisch al decennialang naar het politieke midden. Ze willen of kunnen zich steeds minder van elkaar onderscheiden.

Wispelturige partijen

De PvdA worstelt al sinds de jaren negentig met de eigen ‘ideologische veren’. Het CDA hoor je nauwelijks nog over normen en waarden en profileert zich afwisselend als een economisch rechtse partij of in het radicale midden. D66 heeft de kroonjuwelen (democratisering, opblazen van het systeem) onder Alexander Pechtold opgegeven en regeert inmiddels in pastoraal paars. Maar ook een partij als de SP matigt de toon al sinds begin jaren negentig.

Partijen kunnen hierdoor aantrekkelijk worden voor een bredere groep kiezers. Maar hoe meer partijen op elkaar lijken, hoe meer kiezers hun uiteindelijke keuze zullen laten afhangen van kleine verschillen: het uiterlijk van een lijsttrekker, de score in peilingen.

Kiezer is gaan kiezen

Dat maakt de uiteindelijke stemkeuze veranderlijk, maar niet wispelturig. In de kern zijn onze opvattingen stabiel. Kiezers zijn trouw aan een blok van ideologisch soortgelijke partijen.

De kiezer is niet gek; de kiezer is gaan kiezen. Partijen die steeds meer op elkaar gaan lijken moeten niet gek opkijken dat kiezers vaker switchen tussen redelijke alternatieven.

Lees meer in het onderzoeksrapport over de veranderlijke kiezer in de periode 2006-2010 in het publieksrapport Kieskeurige Kiezers op http://dare.uva.nl/document/476153

* Het panel is gebaseerd op zelfselectie (kiezers die zichzelf aanmelden). Voor deze analyses is dat echter niet problematisch: door de grote aantallen en met enkele methodologische controles blijkt de samenhang tussen (veranderlijkheid van) de officiële verkiezingsuitslag en die van de kiezers uit het 1VOP nagenoeg 1-op-1 samen te hangen.

Copyright 2013 all rights reserved | gepubliceerd op 22 november 2013