“Het is een stapje naar de toekomst. Maar je bent er nog niet helemaal.”

Auteur: Tessa van der Leij, MSc.

Tessa van der Leij is afgestudeerd Socioloog. Voor haar afstudeeronderzoek liep ze stage bij Stadsdeel Zuid in Amsterdam. Sinds 2013 is zij werkzaam bij Patiëntenfederatie NPCF als junior beleidsmedewerker.

“Het is een stapje naar de toekomst. Maar je bent er nog niet helemaal, want je zit nog met een been tussen de deur.” Een studie naar het activeringstraject Beweging naar Werk voor alleenstaande moeders in de bijstand in Amsterdam Zuid.

De overheid vindt het belangrijk dat mensen zoveel mogelijk voor zichzelf kunnen zorgen. Mensen die hier moeite mee hebben kunnen een bijstandsuitkering krijgen. De overheid stimuleert echter wel zijn burgers tot deelname aan de maatschappij met behulp van activeringsprogramma’s. De Marathonbuurt in Amsterdam Zuid is een wijk waar veel mensen van een uitkering leven. Daarom heeft Stadsdeel Amsterdam Zuid het eigen traject ‘Beweging naar Werk’ opgericht om alleenstaande moeders die in de bijstand zitten meer te laten deelnemen aan de maatschappij. Deze vrouwen zijn erg afhankelijk van de overheid, omdat ze financieel lastig rond kunnen komen. Ik deed onderzoek naar de effecten van dit traject.

Het idee achter het Beweging naar Werk traject

Meer participatie onder deze vrouwen zal leiden tot een stijging op de participatieladder (zie hieronder). De levensstandaard van vrouwen wordt zo verbeterd, doordat de problemen worden opgelost en ze beter voor zichzelf kunnen zorgen. Onder participatie wordt hier zowel werk als vrijwilligerswerk bedoeld. De participatieladder bestaat uit vijf treden.

Participatieladder in Amsterdam:

Trede 1:          

  • Moeilijkheid: Veel problemen op verschillende gebieden.
  • Oplossing: Zelfredzaam maken en problemen wegnemen.

Trede 2          

  • Moeilijkheid: Sociaal isolement.
  • Oplossing: Deelnemen in de samenleving

Trede 3          

  • Moeilijkheid: Minimale basisvaardigheden.
  • Oplossing: Vaardigheden aanleren.

Trede 4         

  • Moeilijkheid: Werkloos.
  • Oplossing: Samenbrengen van werkgevers en werknemers.

Trede 5          

  • Moeilijkheid: Onder aan de arbeidsmarkt.
  • Oplossing: Doorgroeien op de arbeidsmarkt.

De alleenstaande moeders die mee doen met het traject zitten in trede 1 of 2. De deelnemers op deze treden hebben vaak weinig sociale contacten. Daarnaast hebben ze vaak taal-, lees-, gezondheids- of geldproblemen. Het doel is dat zij telkens een stap stijgen op de ladder, waardoor deze vrouwen uiteindelijk op eigen benen kunnen staan. De vrouwen gaan in het traject zowel sporten als mentaal aan de slag om geactiveerd te worden en hun empowerment te vergroten. Dit wilt zeggen dat ze meer vertrouwen krijgen in zichzelf, ze hun kwaliteiten gaan ontdekken en toepassen en dat ze controle krijgen over hun eigen leven.

Het onderzoek

In mijn onderzoek hierover is bekeken welke factoren voor succes en welke factoren voor het falen van het traject hebben gezorgd. Uit de analyse kwam naar voren dat dwangmaatregelen, al klinkt dat wat hard, noodzakelijk waren om er voor te zorgen dat de vrouwen überhaupt deelnemen aan het traject. Want de meeste vrouwen waren aan het begin niet gemotiveerd. De vrouwen werden gemotiveerd nadat de trainers uitlegden welke voordelen het traject kon hebben voor de vrouwen. Ondanks dat de vrouwen op een gegeven moment wel gemotiveerd waren, heeft het niet direct tot meer participatie geleid. Verder blijkt dat het sociale netwerk van de vrouwen groeit door het traject. De vrouwen hielpen elkaar in het traject, bijvoorbeeld met het maken van huiswerk. Maar ze ondernamen ook ontspannende activiteiten buiten het traject om. Het traject leidde er dus toe dat de vrouwen uit hun sociale isolement kwamen, participatie aan de arbeidsmarkt of door middel van vrijwilligerswerk werd echter niet bewerkstelligd.

Bijkomende belemmeringen

Een bijkomend kenmerk van deze trede 1 en 2 vrouwen is dat ze meerdere problemen kennen. Met het traject zijn alleen de psychische belemmeringen aangepakt. De lichamelijke belemmeringen en de taalproblemen zijn nauwelijks verminderd. Hierdoor hadden sommige vrouwen moeite met het volgen van het traject en werd deelname in de maatschappij nog steeds bemoeilijkt. Het doel om de vrouwen meer empowerment te geven lijkt grotendeels wel geslaagd te zijn. De vrouwen gaven zelf aan dat ze beter wisten waar hun kwaliteiten liggen en wat ze willen. Sommige vrouwen passen dit ook in de praktijk toe, maar niet iedereen weet hoe dat moet. De eerste stappen zijn dus wel gezet om te stijgen op de participatieladder. Maar slechts enkele vrouwen hebben aan het eind van het traject werk of vrijwilligerswerk gevonden.

Mijn advies

Op basis hiervan heb ik enkele adviezen geformuleerd om het traject te verbeteren. Ten eerste zou er beter bekeken moeten worden welke belemmeringen de vrouwen hebben en of die opgelost kunnen worden in het traject. Zo niet, dan moeten de problemen eerst aangepakt worden voordat deze vrouwen deelnemen aan het traject. Ten tweede moet het traject duidelijker uitgelegd worden. Zo weten de vrouwen beter waar ze aan toe zijn en wat er van ze verwacht wordt. Op deze manier wordt de motivatie en empowerment van deze vrouwen vergroot. Dit geldt ook voor het vervolgtraject. Het opstellen van doelen kan helpen voor het vergroten van de motivatie en empowerment. De vrouwen werken dan echt ergens naar toe, wat op ten duur eerder zal leiden tot een grotere maatschappelijke participatie van deze vrouwen?

 

Copyright 2014, all rights reserved | gepubliceerd op: 24 februari 2014