Van te weinig naar teveel staat

Auteur: Dr. Lotje de Vries

Lotje de Vries is als onderzoeker verbonden aan het German Institute of Global and Area studies (GIGA) en universitair docent  aan het Centrum voor Internationaal Conflict – Analyse en Management (CICAM) aan de Radboud University in Nijmegen Ze reisde naar Zuid-Soedan met haar collega Tim Glawion voor een onderzoek dat werd gefinancierd door de German Science Foundation in het kader van het SFB-700 programma over ‘Governance in Areas of Limited Statehood’.

IMG_3636Ons onderzoeksproject over bestuur in gebieden waar de staat grotendeels afwezig is, vergelijkt drie locaties in Zuid-Soedan met drie locaties in de Centraal Afrikaanse Republiek. We proberen inzicht te verschaffen in de manieren waarop lokale leiders en externe groepen stabiliteit en veiligheid handhaven. Daarnaast kijken we naar welke mensen erop uit zijn om die stabiliteit juist te ondermijnen en hoe dat gebeurt. Na de eerste ronde van veldwerk is de voorlopige conclusie voor Zuid-Soedan opmerkelijk: in de gebieden waar de burgeroorlog niet gaande is, is er juist teveel staat in plaats van te weinig.

Zuid-Soedan scheidde zich af van Soedan in 2011, na een decennialange oorlog. Na slechts twee en een half jaar werden de interne politieke spanningen zo groot dat de politiek-militaire leiders het land en haar burgers opnieuw in een oorlog lieten terechtkomen. Vele tienduizenden doden en ontheemden later is er sinds augustus 2015 een fragiel akkoord voor het verdelen van de macht. In November en December 2014 was ik in Zuid-Soedan voor onderzoek in gebieden die niet direct bij de oorlog betrokken waren. We deden veldwerk in de stabiele Equatoria en Bahr el Ghazal gebieden. Niettemin bleek uit de interviews en gesprekken op straat dat de burgeroorlog elders wel degelijk van grote invloed was op het dagelijks leven.

Een heel concreet gevolg is bijvoorbeeld dat er door vijandigheden elders gewapende jonge mannen met vee de velden van boeren betreden. Problemen tussen lokale boeren en migrerende herders zijn van alle tijden, maar omdat de herders gewapend zijn houden ze weinig rekening met de oogst en de akkers. Sinds het begin van de oorlog zijn de problemen veel ernstiger. De herders hebben niet alleen heel veel koeien, maar ook nieuwere wapens. De boeren denken dat veel koeien gestolen zijn van mensen die op de vlucht zijn geslagen. Sommige herders dragen uniformen, hetgeen de boeren bevestigt in hun vermoeden dat het eigenlijk soldaten zijn die bij de president en zijn kliek horen.

De situatie leidt, ten eerste, tot incidenten van geweld tussen boeren en herders en tot angstige burgers. Tijdens ons verblijf daar werd een dorpsjongen gedood door herders. Burgers, met name vrouwen, durven niet meer naar hun akkers te gaan. Ook worden bijenkorven niet meer geleegd en gaat men niet meer het bos in voor noten en zaden. De lokale elite probeert via formele en informele kanalen de dialoog met de herders open te houden. Ook probeert men via de regionale en nationale overheid aandacht voor de problemen te vragen. De nationale overheid reageert vooral met achterdocht. Dat is het tweede directe gevolg van de burgeroorlog.

Sinds de oorlog is begonnen bekijkt de overheid problemen in stabiele gebieden door de lens van conflict. De president is bang dat lokale burgers zich aansluiten bij de rebellie. Aandacht vragen voor een probleem en zich aansluiten bij de tegenpartij zijn echter twee geheel verschillende dingen. De Nationale Veiligheidsdiensten houden lokale overheden, maar ook kerkelijke -, jeugd – en traditionele leiders nauwlettend in de gaten. Mensen durven enkel onder specifieke condities met ons te spreken. Burgers koesteren een diep wantrouwen jegens de nationale overheid. Men denkt zelfs dat er een complot gaande is om de boeren van hun land te verdrijven zodat de politiek-militaire elite het voor hun koeien kan gaan gebruiken.

Wij verwachtten vooraf dat de nationale overheid vooral afwezig zou zijn, en dat juist lokale overheden hun best zouden doen om stabiliteit te waarborgen. In plaats daarvan was nationale overheid juist overal erg aanwezig, hoewel meestal op een negatieve manier. In de eerste plaats, en in lijn met onze verwachtingen, omdat ze zich niet verantwoordelijk voelden voor de lokale spanningen. In de tweede plaats omdat ze hun eigen burgers zo goed in de gaten hielden via de veiligheidsdiensten. En tot slot, omdat het teveel aan staatsaanwezigheid leidde tot effectieve spreiding van controle en angst waardoor burgers en lokale leiders vanzelf minder kritisch durfden te zijn.

Hoewel er een burgeroorlog gaande is in Zuid-Soedan, probeert de nationale overheid de rest van het land onder strikte controle te houden. Het is echter niet zo dat mensen in de stabielere gebieden geen effecten van de oorlog voelen. Er spelen andere problemen die door de lens van de burgeroorlog worden beschouwd. De staat speelt daarbij een belangrijke rol, maar op de verkeerde manier. Ons onderzoek laat zien hoe de staat —maar misschien is in het geval van Zuid-Soedan regime een beter woord— druk doende is om met harde hand stabiliteit te waarborgen in gebieden zonder oorlog. Helaas is de veiligheid voor burgers daarbij geen drijfveer.

 All rights reserved | Copyright 2015 | gepubliceerd op 24-09-2015